Bob Dylan in de studio

patrick-roefflaer-dylan-in-de-studioPatrick Roefflaer, een Hasseltse architect, schreef zes jaar geleden dit boek. De toekenning van de Nobelprijs literatuur aan Bob Dylan is een goede gelegenheid om dat boek opnieuw onder de aandacht te brengen.

Roefflaer, die op zijn blog ‘Peerke’s Plaatjes’ erg gedetailleerd de totstandkoming van één van de Dylan-platen had neergeschreven, kreeg er goede reacties op en kreeg er zin in ook de ontstaansgeschiedenis van andere elpees van de Amerikaanse meester – ‘de stem van zijn generatie’ – neer te pennen. Uiteindelijk heeft hij zich verdiept in alle vóór 2010 verschenen elpees en cd’s van Dylan, zijn blogteksten aangevuld en herschreven.

Het resultaat was begin 2011 dit lijvig boek van ruim 300 bladzijden, waarvan de titel ook duidelijk weergeeft wat de inhoud van het boek is. Na een kort woord van dank en een erg nuttige inleiding over begrippen die in de studio gebruikt worden, zoals bijvoorbeeld takes, sporen, monomixen en stereomixen, Pro Tools (een audiomontagesysteem), volgen 38 hoofdstukken.
Elk hoofdstuk kreeg de titel van een Dylan album, te beginnen met Bob Dylan in 1961 en eindigend met de kerstplaat Christmas In The Heart die in mei 2009 werd opgenomen. Van elke opnamesessie verneem je welke titels er werden opgenomen, welke weerhouden werden voor de uitgebrachte plaat en welke nummers later verschenen op de verzameling Biograph (1985), enkel op een single of op een volume van The Bootleg Series en zo meer. Wie de studiomuzikanten waren en hoe onwaarschijnlijk Dylan soms met die mensen omging, is vrij gedetailleerd beschreven. Hoe bij coverplaten soms een hele tijd naar oude Amerikaanse singles werd geluisterd en hoe er daarna mee gewerkt werd, welke take er uiteindelijk werd uitgekozen – de eerste of de twintigste? – en nog meer van wat er concreet in de studio’s gebeurde is hier te lezen.
Het boek besluit met een zeer uitgebreide bibliografie en een namenregister dat – hoe kan het anders? – honderden namen bevat. Dat maakt het boek ook interessant als naslagwerk. Wil je weten wat bijvoorbeeld Joan Baez en David Hidalgo van Los Lobos met Dylans platen te maken hebben, dan wijzen de paginanummers naar deze namen in het namenregister de weg. Pete Seeger bijvoorbeeld wordt eenmaal vernoemd, op pagina 59. Voor zover het met opnames te maken heeft verneem je natuurlijk ook een en ander van Dylans levensverhaal, maar een biografie is het geenszins. Wie, nu hij Nobelprijswinnaar is, een biografie wil of een verzameling van Dylans teksten (die hem tenslotte de prijs opleverden) moet één of meerdere van de vele andere boeken over Dylan aanschaffen. Die-hard fans van Dylan daarentegen, die dat boek nog niet in de boekenkast hebben staan, moeten zeker naar de boekenwinkel. Maar Dylan-leken (zoals ik er een ben) zullen eveneens geboeid dit boek lezen. Ook al bevat elke studio-opname een aantal vaste elementen, elke plaat van Dylan is een apart verhaal, even afwisselend of wispelturig als het humeur van deze artiest.