Gérard Pierron chante Gaston Couté

gerard-pierron-chante-gaston-coute-1Wie belangstelling heeft voor goed Frans chanson en Gaston Couté of Gérard Pierron nog niet kent, zal bij het beluisteren van de drievoudige cd box met als ondertitel Rétrospective 1977-2008, kennis maken maken met twee bijzondere persoonlijkheden uit het genre. In totaal zijn hier 55 nummers verzameld, waarvan 51 op tekst van Couté. Vier nummers zijn instrumentaal. Op enkele uitzonderingen na zijn de chansons gezongen door Pierron. Maar wie zijn die twee artiesten?
images-3Gaston Couté was een ‘chansonnier’, wat toen eigenlijk voordrachtkunstenaar betekende, in de Parijse cabarets van rond de eeuwwisseling van de negentiende naar de twintigste eeuw. De man is in 1880 als molenaarszoon geboren in Beaugency, een landelijk dorp in het departement Loiret waarvan Orléans de hoofdstad is. Op school is hij een goede leerling. Op zijn zeventiende al stuurt hij teksten naar de ‘Revue littéraire et sténographique du Loiret’. Einde 1897 verlaat hij het lyceum en wordt belastingontvanger en reporter voor een plaatselijke krant. Maar nog hetzelfde jaar trekt hij naar Parijs waar hij als tekstschrijver, jaar na jaar, meer gewaardeerd wordt in de cabarets op Montmartre. Veel van zijn teksten schrijft hij op populaire melodieën zodat ze makkelijk kunnen gezongen worden. Enkele van zijn teksten worden ook al door tijdgenoten zoals Léo Daniderff en Maurice Duhamel op muziek gezet. Couté’s teksten bezingen vaak het landelijk leven, maar hij heeft vooral aandacht voor de armoede en de sociale uitbuiting. Doelwit van zijn soms scherpe teksten zijn de grootgrondbezitters, de school, de kerk en het leger. Hij wordt door de politie, die in hem een anarchistische oproerkraaier ziet, scherp in de gaten gehouden. Couté zelf beschouwt deze politiecontrole als reclame voor zijn werk in de cabarets. Chansonniers werden echter niet royaal betaald en Couté wordt ziek van ontbering en alcoholisme. Hij sterft, halfweg 1911, nauwelijks dertig jaar oud. Hij laat wel een œuvre na van grote humanistische waarde. Zijn vader die hem steeds als een verloren zoon had beschouwd (un gars qui a mal tourné) was bij zijn begrafenis verrast dat hij zoveel vrienden had. Hij moet dus wel talent gehad hebben, zei hij. Een vriendenkring ‘Gaston Couté’ slaagt er in een verzameling van 38 teksten uit te geven in 1928. Een tweede deel met 45 teksten volgt in 1938. Dit zorgt ervoor dat Couté niet in de vergetelheid belandt. In 1930 zingt onder andere Edith Piaf één van zijn liederen op muziek van Daniderff: La Julie jolie. Maar vooral sinds 1977 wordt Couté nog vaak gezongen. De lijst van vertolkers van chansons van Couté is lang: Marc Robine, Monique Morelli, Marc Ogeret, La Tordue, Bernard Lavilliers… Ook Franse folkies als Emmanuel Pariselle, Sylvie Berger en Gabriel Yacoub vertolken een nummer van Couté. Hoofdverantwoordelijken voor deze voortdurende verspreiding van Couté’s œuvre zijn ongetwijfeld Gérard Pierron en Bernard Meulien. images-2In 1975 ontmoeten zanger Pierron en acteur Meulien elkaar en ontdekken zij hun gemeenschappelijke interesse voor het werk van Couté. Ze zetten een theaterprogramma op met teksten van Couté dat gedurende twee jaar loopt:’La chanson d’un gars qu’a mal tourné’. In die periode beslist een uitgever in Saint-Denis het werk van Couté onder dezelfde titel als het theaterprogramma uit te geven. Het worden vijf volumes van 100 à 150 pagina’s, waarvan er drie zijn poëzie en chansonteksten bevatten. Het succes van hun programma deed Pierron en Meulien besluiten er een elpee van uit te brengen. Van deze elpee uit 1977 zijn zeven nummers opgenomen in deze retrospectieve. Twee jaar later brengt Pierron een solo-elpee uit met alweer uitsluitend chansons op teksten van Couté. Negen nummers van die elpee staan op deze retrospectieve. Vanzelfsprekend zingt Pierron ook andere chansons. Hij maakt ondermeer een cd met teksten die hij op muziek zette van Louis Brauquier, een dichter die vooral de zee en het varen bezong. Ook schreef hij muziek op meerdere teksten van zijn vriend Allain Leprest. Maar op bijna elke plaat of cd die Pierron sindsdien uitbrengt zijn nummers te horen van Couté. Ook deze chansons zijn te horen op deze box. De live-opname van een concert Pierron / Couté uit 1992 is hier quasi integraal hernomen. Bij zijn begeleiders hoorden toen accordeonist Eddy Schaff die ook al op Pierrons elpees meespeelde en de uitstekende musette-gitarist Didier Roussin. Beide zijn ondertussen helaas, vrij jong nog, overleden. Van een meer recent theaterprogramma uit 2008 ‘Le discours du Traîneux’ zijn op de derde cd van de box zestien nummers opgenomen. Pierron had dit programma opgezet, samen met zijn eerste Couté-kompaan, voordrachtkunstenaar Bernard Meulien en met Hélène Maurice, een chansonnière uit Québec die zich in 1987, op haar vijfentwintigste, in Frankrijk kwam vestigen. Het programma werd begeleid door drie muzikanten. Het is wel goed om weten dat in de teksten van Couté veel dialectklanken voorkomen. Een bijzonder mooi nummer uit dit laatste theaterprogramma heet overigens Le patois de chez nous. Zo wordt in de streektaal van Couté de avond niet als ‘soir’ uitgesproken maar als ‘souér’, en een ding is niet ‘chose’ maar ‘chouse’. Maar zodra je enkele klanken van de streektaal doorhebt, worden het goed verstaanbare Franse teksten. De streekklanken lijken me dus echt geen beletsel om van de Couté / Pierron chansons te genieten. Gaston Couté en Gérard Pierron zijn de laatste veertig jaar uitgegroeid tot ware persoonlijkheden in de niet-commerciële chansonwereld.