Ronan Le Bars Group – An erc’h kentan (The fist snow)

An erc’h kentan (The fist snow)
(Coop Breizh CD111)

Het is met Uileann pipers net als in het algemeen met de Ierse muziek. De besten (groepen, muzikanten) komen van buiten het eiland zelf. Zo behoort Bretoen Ronan Le Bars ongetwijfeld tot de allerbeste, zo niet dé allerbeste, bespelers van de typische Ierse doedelzak.
Om maar gelijk in huis te vallen: luister naar wat hij met melodie en regulators doet in de Bretonse Laride Gavotte. De dans behoort tot de snelsten, maar wordt hier met zoveel energie, passie, zuiverheid en transparantie gespeeld dat je naast ongelimiteerde meestamp of meedeun kriebels ook je geluidskanalen volop openzet. Dat Le Bars het niet helemaal alleen doet laat hij duidelijk merken in de naam van de uitvoerenden: de Ronan Le Bars groep. Dat hij dé solist is moge duidelijk zijn.
Maar vlak de rol van ondersteuner Nicolas Quemener – een te vaak onderschatte gitarist – en mede solist Pierre Stephan niet uit. Die violist valt nauwelijks op door uitspattingen, maar is wel degelijk – in meerdere betekenissen – aanwezig. Rest nog de ondersteunende, drijvende rol van bassist Pierrick Tardivel. Daarnaast worden gastbijdragen geleverd in wisselende samenstelling door onder meer klavierspeler Patrick Peron, percussionist Heyvan Chemirani en mandoline en snaarbespeler Robert Le Gall.
De ‘conventionele’ of ‘traditionele’ uitgevoerde tunes staan garant voor louter vakmanschap en kwaliteit. Luister bijvoorbeeld ook eens naar het soepel gespeelde, maar vol met breaks, stops, ritmeaccenten, toon- en melodiewisselingen volgepropte Derobee de Guingamp. De finesses zitten bijvoorbeeld in de duo tonaliteit en het verdekt, maar onderhuids swingende hammond orgel. Een cd vol met werk in deze context was al een genot voor het oor geweest. Het zijn echter de bijzondere stukken die de cd tot een absoluut meesterwerk maken.
In de eerste plaats de fantastische compositie Nu Alrest.  Oorspronkelijk van de Middeleeuwse componist Walter von der Volgelweide, kent dit stuk mediterrane en oosterse invloeden. Le Bars c.s. pakken dit aan door een introductie met harmonium, slepende Oosterse percussie, waarop de low whistle zijn melodie zet. Een en ander wordt zeer evident dynamisch uitgebouwd met luit (Tardivel), contrabas een een tweestemmig spelende Uileann pipe. Doordat het tempo wat is opgeschroefd, doet het aan als een Kas-ha Barh, een dans uit de omgeving van Vannes. Daardoor valt het geenszins uit de toon bij de rest van de Keltisch/Bretonse gebaseerde tracks. Een ongeëvenaard sterk staaltje.
Hierdoor valt de subliem gespeelde horo Ratchenisca nauwelijks op. Dat doen wel drie tracks met orkest. De titeltrack is een indrukwekkend samenspel tussen voornamelijk orkest en Uilleann pipe, als een heuse symfonie. Son an eme is een verstillend emotioneel eerbetoon aan collega piper Erwan Ropars, met een fraai klagende pipes en een dynamisch orkest. Luchtiger is It was a nice day, twee walsen waarbij in de tweede het orkest voor euforische klanken zorgt. An erch’h kentan is wellicht het beste Bretonse album van het afgelopen jaar, maar op zijn minst zeer positief spraakmakend.