Sabien Tiels – Mannelijk schoon

Mannelijk schoon
(Plansjee PL0097)

Mag ‘kleinkunst’ nog vandaag de dag? Zo ja, dan is de jongste cd van Sabien Tiels daar een goed voorbeeld van. De veertigjarige singer-songwriter uit Belgisch-Limburg die in 1996 haar eerste full-cd uitbracht, heeft nooit haar liefde voor kleinkunstliedjes verborgen.
Haar cd Optie adoratie uit 2001 bevat uitsluitend kleinkunstnummers waar ze van houdt, onder meer een versie in haar Limburgs dialect van Het Dorp. Op Nekka-Nacht 1997 zong ze op Johan Verminnens vraag Ik wil de wereld zien in duet met hem. Sinds 2015 is zij één van de ‘Nijghse Vrouwen’ die, geleid door Astrid Nijgh, een hommage-programma brengen aan Lennaert Nijgh.
De tien liedjes op Mannelijk schoon schreef zij samen met tien Nederlandstalige singer-songwriters. En elk van die liedjes zijn in duet met de respectievelijke co-auteurs gezongen. Het is een mooie, wel eclectische lijst van medewerkers, gaande van Johan Verminnen en Stef Bos tot Guido Belcanto en Rocco Granata. Ook recentere namen uit de kleinkunstwereld zoals Stoomboot en Berlaen werkten mee.
Wouter Berlaen stond ook in voor de productie van de plaat en speelt als multi-instrumentist mee op alle nummers. Het leuke liefdeslied met Berlaen is ook bijzonder omdat Kómmen hole door Berlaen in zijn dialect uit Oost-Vlaanderen gezongen wordt, waarop Tiels antwoord in het Limburgs. (Berlaen: “Ik goa ui komen hoalen” en Tiels:”De moogs mich kómmen hole”).
De reis met Stef Bos en Zusje en broer met Johan Verminnen zijn de liederen waarin ik het best de co-auteurs herken. En natuurlijk ook Rocco Granata die met zijn schattig Italiaans accent blijft zingen.
Zijn hier nog niet genoemd als zanger en co-auteur: Marcel De Groot, Nol Havens, Wigbert en Hans De Booij. De stem van Sabien Tiels zelf is de constante factor in deze door elf artiesten ingezongen kleinkunst-cd.