Timo Väänänen – Soitanda / Timo Väänänen & Rauno Nieminen – Ontrei

tiom v0001

Soitanda
(Maanite MAA 05)

Ontrei
(Maanite MAA 04)

 

Timo Väänänen is een bijzondere muzikant. Een virtuoos kantelespeler en een begenadigd componist. Hij bedenkt, innoveert, ontwerpt en creëert nieuwe en aangepaste instrumenten met als basis de traditionele kantele en speelt daarop muziek die hetzelfde proces als de genoemde instrumenten doorlopen.
Väänänen’s veelzijdigheid blijkt ook uit de participatie in diverse projecten – in Finland, maar ook daarbuiten. Zo speelde hij een rol in één van de projecten van het Belgische Zefiro Torna, van het Welshe Taith en in Music of the Northlands. Daarnaast bestudeert hij de kantele geschiedenis, schrijft boeken, maakt multidisciplinaire voorstellingen en produceert filmmuziek (onder andere de Narnia Chronicals 1).
Zijn meesterwerk is het uit 2001 stammende Matka. Eigentijdse, maar diep in de traditie verankerde klanken, geproduceerd met behulp van de elektrische/elektronische kantele, effectapparatuur en multi-tracking. Van atmosferische geluiden tot rockritmen en dat alles door één man bedacht, uitgevoerd en geproduceerd.  Soitanda zou je de tegenpool kunnen noemen. Väänänen speelt hier slechts op een 15-snarige kantele, voorzien van vier bourdonsnaren en solo, zonder effecten.
De muziek is gekaderd binnen de traditie, maar geheel geïmproviseerd.  De titeltrack is gebaseerd op Pläššimizeh Soitanda, dat vertolkt werd door Tšertin Miikkula in Olonec Karelia tussen 25 en 27 Mei 1919 en opgetekend door Armas Otto Väisänen.  De 21 minuten durende set is een doorlopend genot voor je oren. Laag voor laag bouwt Väänänen het op, kleedt het ook weer uit om tot bijna serene stilte te vervallen en stuwt dan de eruptie weer op. Het stuk heeft kenmerken van minimalistische muziek, al is het veel melodischer en het karakteristieke verschuiven van patronen ontbreekt.
Soitanda is vooral een sfeertekening. Je waant je in het koude noorden, met de open haard als warmtebron, omringd door de stilte van de natuur. De verstilde passages wisselen af met krachtige, opzwepende delen. De dynamiek is zeer sterk. Het effect wordt verstrekt door de typische eigenheden van het instrument: lange uitstervende klanken, een grote natuurlijke galm en de heldere, sprankelende klank van de metalen snaren. In deze en de drie aanvullende tracks past Väänänen diverse speeltechnieken toe. Op Vänni is dat duidelijk te ontwaren. Het afsluitende, korte Kirpo is de track met de meest traditionele song-benadering: een improvisatie rond een aantal snel wisselende akkoorden.

Ontrei is van een geheel andere allure. Väänänen gaat hier de samenwerking aan met muzikant en instrumentbouwer Rauno Nieminen, die gestreken lier, framedrum en mondharp bespeelt. Naast een eenvoudige kantele, gebruikt Väänänen twee verschillende (aangeslagen) lieren. De muziek klinkt heel ruraal. Haast traditioneel, maar ook hier eigentijds, bewerkt en geïmproviseerd. Het is directer, ook de speelduur van de afzonderlijke tracks is korter. Toch beluister je het album het best gewoon achter elkaar, waarna blijkt dat je aanvankelijk saaie verwachting – gelukkig – niet uitkomt. De afwisseling zit hem zowel in tempo als in dynamiek. Soms hypnotiserend vanwege de ruimtelijke klanken , dan weer meeslepend vanwege een krachtig ritme.

tiom v0002