Music Meeting 2007

Door Jeroen van Zuylen en Eelco Schilder

 

23ste Music Meeting Nijmegen, 26 – 28 mei ’07

Afgelopen pinksterweekend vond in Nijmegen het 23ste Music meeting festival plaats. In het sfeervolle park Brakkestein traden internationale bekende en minder bekende muzikanten op uit de wereld- en de jazzmuziek en alles wat daar tussen ligt. Het festival is de afgelopen paar jaar uitgegroeid tot een van de fijnste buitenfestivals in zijn soort, geschikt voor de gehele familie. Naast de optredens waar kaarten voor gekocht moeten worden, biedt het festival workshops voor kinderen, een kleine internationale markt, verschillende wereldgerechten en een vrij toegankelijk podium met afwisselende muziek. Dit jaar was daar een Vietnamees water-poppentheater aan toegevoegd en was er voor het eerst sprake van een heuse movie-meeting, met unieke vertoningen van internationale films over muziek.

Grofweg is het festival te verdelen in de jazz en wereldmuziek stijlen en het liefst mengen deze twee muziekstijlen zich met elkaar en andere stromingen. De zaterdag werd afgetrapt door de Gelderse band Guus Tangelder Bigband, die zorgde voor een stevige opening met oa doorgewinterde jazz blazers Bo van de Graaf en Peter Ennen. De bekende Hongaarse saxofonist Tony Lakatos wordt ook nog tot de jazz gerekend, hoewel hij put uit de rijke traditie van de Roma’s. Helaas kwam dit weinig in het Music-Meeting optreden naar voren, Lakatos bleef wat oppervlakkig, hij leek een wat obligaat optreden te geven met weinig bezieling. Het realiseren van boeiende cross-over muziek lukte Ferenc Snetberger veel beter. Samen met de muzikanten Arild Andersen en Paolo Vinaccia zorgde hij voor een van de hoogtepunten van het festival met mooie arrangementen en drie culturen die op eigenwijze samensmolten. De wereldmuziek werd op deze openingsdag vertegenwoordigd door oa De Zimbabwaanse zangeres Chiwoniso Maraire, had niet alleen een krachtige, zuivere stem waarmee ze in het Afrikaans en Engels zong, ze bespeelde ook met verve de mbira (duimpiano). Ze werd begeleid door rustige, eenvoudige handpercussie, tot halverwege het vierde nummer, een drummer, gitarist en pianist de groep kwamen versterken en de set een stuk steviger werd. Maraire gaf veelvuldig toelichting en klaagde en passant nog de Wereldbank aan (‘thieves’) die de armoede in de wereld creert.

Na een nacht vol regen bleken de weergoden het festival goed gezind. Voor de eerste klanken over de festivalweide klonken was het droog en goed toeven. Het was Andy Palacio met zijn Garifuna collective die de dag mocht openen, op papier een top act gezien het succes van zijn meest recente cd. Palacio speelt muziek uit de Garifuna cultuur, latin -achtige muziek met af en toe een lichte reggae inslag. Palacio grossiert in voortkabbelende liederen die fijn in het gehoor liggen, maar na een half uur eigenlijk een beetje gaan vervelen. Echt bezieling kwam er pas toen Paul Nabor, een legendarische naam in de Garifuna muziek, de zang overnam. Hij overklaste Palacio op alle fronten. Ook de Fanfare Ciocarlia heeft zojuist een uitermate succesvolle cd uitgebracht en trad in Nijmegen op met hun programma Queens & kings. Naast de heerlijke, dansbare toeter-beats van de fanfare was er de afwisseling van de legendarische Bosnische zangeres Ljiljana Butler en de Franse groep Kaloome die dit optreden compleet maakten. Op papier lijkt een optreden met enkel sax en percussie misschien saai, maar het Engelse duo Trevor Watts & Jamie Harris (aangekondigd als ‘de oude vos en de jonge hond’) wist het publiek wel degelijk te boeien. Niet met al te gemproviseerde free-jazz waar Trevor Watts mee groot is geworden, maar met spannende en strakke composities. Hierbij wisselde Watts moeiteloos van altsax (voor de melodielijn) naar tenorsax (improvisaties) en dit alles onder krachtige begeleiding van Harris op de percussie.
Op het gratis podium werden de bezoekers getrakteerd op het Gksel Yilmaz ensemble dat een rustpunt in de programmering was. Deze Turks-Nederlandse groep bracht goudeerlijke, verstilde muziek die nog beter tot zijn recht was gekomen in een geluidsarmere omgeving. Ook de Symfonie de la Kora wist te verrassen. De muzikanten zijn allen geselecteerd door de meester zelf, Toumani Diabat en stonden duidelijk met plezier het publiek te vermaken. Minder boeiend was Joaquin Diaz, die lekkere feest merengue speelde op onsubtiele wijze, niets mis mee om in de stemming te komen voor een zwoel avondje dansen op de Afro-Latin avond met de groepen Bantous de la Capitale en Clube do Balano.

De laatste dag van het festival toch wat spatjes regen, doch te weinig om het Nijmeegse publiek thuis te houden. Diegene die de moeite hadden genomen om het eerste concert van de Marokkaanse zangeres Cherifa mee te maken, vielen met hun neus in het hoogtepunt van het festival. Onder begeleiding van twee bendir en een lotar speler, wist Cherifa het grootste deel van het publiek aan zijn stoel te nagelen. Ze zingt muziek uit de Midden-Atlas en is een van de meest vooraanstaande Cheikha’s van dit moment. Met krachtige, expressieve vocalen maakte Cherifa een onuitwisbare indruk. Naast deze pure traditie was er de mix van stijlen van de Madras Special, de band van Indiase percussionist Ramesh Shotham. De band bestaat verder uit louter virtuozen met Zoltan Lantos op viool, Christian Zrner en Sandhya Sanjana als zangeres. Hun fusion-sound, een kunstig spel met ritmes, gebaseerd op Indiaas klassiek en jazz was van goede kwaliteit. Ook de samenwerking tussen de groepen Pauni trio & mimoon was er op gericht om stijlen te mixen. Het idee voor de samenwerking ontstond ooit op de music-meeting en daar mochten ze dan nu op het hoofdpodium de uitwerking van laten zien. Het resultaat was tegenvallend, de dames van het Pauni trio mogen dan aardig Bulgaars kunnen zingen, er zat veel te weinig expressie en afwisseling in de stemmen om een uur op zo een groot podium te kunnen dragen. Daarnaast bleken de muzikanten een aantal keren flink mis te grijpen en leken niet helemaal op elkaar ingespeeld. Sympathiek, ambitieus idee maar te hoog gegrepen voor het grote podium. Het festival werd in Cubaanse stijl afgesloten. Wat gebeurt er als jazzrocklegende Billy Cobham, medeoprichter van de jazz-rock formatie Mahavishnu Orchestra, muziek gaat maken met een Cubaans latin gezelschap? Velen waren benieuwd. Zou de band volledig in dienst van de drummer staan? Nee. Het resultaat was geen jazzrock, maar een vrijwillige inbedding door Cobham in het Cubaanse latin geluid van Asere. Dat pakte goed uit, de goedgemutste Cobham werd deel van de band, gaf een paar bescheiden drumsolo’s. en wist zich in goed gezelschap van uitstekende musici als trompettist Michel Padron, gitarist Alejandro Albar en congaspeler Vicente Arencibia. Cobham-adepten die hoopten op een herleving van de tijden van het album Spectrum, zullen teleurgesteld huiswaarts zijn gekeerd. Ook de drientwintigste editie van de Music meeting had weer genoeg te bieden voor elke liefhebber. Het mooie van dit festival blijft dat de organisatie het lef heeft vaak te kiezen voor uitgesproken muziek. Hierdoor ontdekt iedereen wat moois en zal iedereen een keer bij een optreden afhaken. Gelukkig heeft het festival dan nog genoeg anders lekkers om je toch te vermaken.

datum: 1 juni 2007