JW Roy – Kouwe kermis (boek & cd)

Kouwe kermis
(ISBN 978-90-9035518-4)

Zoals bij veel muzikanten het geval is, was ook voor JW Roy de corona pandemie aanleiding om een nieuw project te starten. De ontstane leegte en rust bood ruimte voor zelfreflectie en retrospectie, wat resulteerde in het derde deel van Roy’s Brabantse platenreeks, als opvolger van Laagstraat 443 (2005) en Ach, zalig man (2010). Alle drie de cd’s worden ondersteund door verhalen. Het is echter voor het eerst dat JW die zelf heeft geschreven. Op de eerste cd was dat Kees Spruit, op de tweede (’s mans ex-vrouw) Karin Stroo.
Vrij snel was het plan duidelijk: verhalen en liedjes die elkaar aanvullen en versterken. Het werden acht thema’s, die Jan Willem vooraf bedacht: de ouderwetse kermissen, verjaardagen van vroeger, zijn overleden vader, Café Wilhelmina, een huis in de Auvergne, de negende zaligheid (Vessem), de moeder van zijn beste vriend, en de grote stad versus het dorp. Het zijn geen literaire verhalen, maar zeker onderhoudend. Ze geven een mooi beeld van de ontwikkeling van JW als mens en muzikant. De verhalen maken de liedjes nog beter invoelbaar, het geeft verdieping.
De acht liedjes op de in het boek gestoken cd kennen een gevarieerde invulling. JW kreeg dan ook de nodige personele assistentie om het muzikale deel van Kouwe kermis vorm te geven. Allereerst is daar zanger/gitarist Ruud van den Boogaardt, met wie JW al vanaf zijn prilste stappen op het muzikale vlak samenwerkt. Ook van de partij op alle drie de Brabantse cd’s: Gabriël Peeters, als opnameleider, geluidsmixer en drummer/percussionist. Inmiddels ook een vaste waarde: Roel Spanjers op Hammond orgel en accordeon. De onovertroffen Hein Offermans hanteert de contrabas. Incidentele gasten zijn er op piano (Sarah Neutkens), cello (Mirthe de Jong), saxofoon (good old Bertus Borgers) en stembanden (Fleur in Kom maar bij mij en René van Mierlo in Mientje van den Boogaard). Het laatstgenoemde nummer gaat over de moeder van kompaan Ruud, een flamboyante en levenslustige vrouw, die JW zich altijd welkom heeft doen voelen.
De opnames vonden plaats in de Jachtkamer van de Beerze Brouwerij in Vessem, een dorp dat door JW wordt getypeerd als de ‘negende zaligheid’.
Alle acht tracks overtuigen zonder meer, kennen een behoorlijk van elkaar verschillende muzikale aanpak, maar vormen samen één geheel. Met name dat is wat dit derde deel over JW Roy’s Brabantse roots bijzonder de moeite waard maakt.