Abdo, Buda & Marconi – Karsilama

Karsilama
(Felmay, FY 8255)

Met dit trio straalt een heerlijke portie mediterrane snarenkrans ons tegemoet. Ze droomden er samen van om een muzikale reis doorheen het oosten te maken, vanuit Griekse dansen met een sterke Anatolische toets, Klezmer uit de Balkan, splijtende passages doorheen de Roma-cultuur, een portie Taksim, en niet in het minst ook een stevige Koerdische kruiding.

Er is vooreerst Ashti Abdo, een uit Aleppo afkomstige Koerdische zanger, muzikant en componist, die op tembùr (saz), percussie, duduk, en mondharp de Oriëntaalse sferen meer naar boven weet te halen. Hij is onder meer bekend van zijn participatie in Domo Emigrantes. Daarnaast stellen de Milanezen Manuel Buda (klassieke en geprepareerde gitaar, zang) en Fabio Marconi (violão de choro a 7 corde of Braziliaanse gitaar en zang) zich present. Buda studeerde klassieke gitaar aan het Giuseppe erdi Conservatorio di Milano, en verbreedde nadien zijn spectrum door zich te verdiepen in klezmer (hij is zelf half joods), flamenco, rock en Arabisch repertoire, terwijl zijn kompaan Marconi jazzstudies achter de rug heeft aan de Accademia Internazionale della Musica di Milano. Hij liet zich vervolgens vooral door de muziek uit de Balkan inspireren.

Openen doen ze met een melancholisch ingezet Kaytagi, dat ze evenwel vrij snel laten openbreken in een levendig sprankelend stukje traditie uit Azerbeidjaan, dat een standaard werd tussen Turkije en de Kaukasus, en waar zij aan de oorspronkelijke melodie enkele verrassende wendingen toevoegen, niet in het minst door de rust te laten terugkeren vanuit de duduk. Vervolgens windt de Koerdische traditie zich een eerste maal rond de stem van Ashti in Eman Hey lè, dat ze ontleenden aan de Koerdische zanger Ciwan Haco, bekend voor zijn vermengen van de traditie met elementen uit de jazz, rock en blues. In hun versie laat dit trio beide laatste genre invloeden even achterwege.
Met Sultaniygah sirto presenteren ze een ander heerlijk mengsel waarin Ottomaanse invloeden, naast klezmer en tarantella, een felgesmaakt eindproduct oplevert, breed uitgesponnen met talrijke improvisatorische solopassages. Gedurfd is het om Anouar Brahem’s Astrakan Café, toch wel één van zijn grootste ‘hits’ een eigen arrangement te bezorgen. Radicaal werd ervoor gekozen om deze heel evocatieve melodie te laten deinen op de duduk, wat een geslaagd experiment mag genoemd worden.
Zelf schreef Buda Mishebeyrekh taksim, een prelude op de ‘Sirba’ waarin hij zijn voorvaderen uit de klezmer en yiddishe traditie heroproept, niet zonder enige ironie en mysticisme. Hij valt hiervoor terug op de klassieke vorm die gedeeld wordt tussen de Oost-Europese Joodse en tziganemuziek, waarbij een lange tijdloze beweging gevolgd wordt door een heel levendig deel. Die ‘Sirba’ wordt een uptempo wervelwind waarmee ze de gitaren binnenvoeren in een totaal andere klankenwereld en die in botsing komt met een ongemeen virtuoze uitstap op de Sicilaanse marranzano (mondharp), een kippenvelmoment.
Met het traditionele Gundê hember staan ze vervolgens stil bij het lijden van de vergeten Koerden uit de streek van Dersim, in een 5/4-ritme dat de klaagzang van Ashti mee draagt, stem verlenend aan een volk en een taal die fel in de verdrukking staat. Voor passionele power uit de Balkan kunnen we terecht in het traditionele Jovano jovanke, een thema dat zich wist te verspreiden over zowel Bulgarije, als over Bosnia Herzegovina, Servië en Macedonië. Ook hier lieten ze hun inspiratie de vrije loop om erop te gaan variëren en er zo een persoonlijke stempel op te drukken, braaf terugkerende naar de overbekende basismelodie.
En ook de titelsong behoort tot de – in oorsprong Turkse – traditie. Deze heel speelse en feestelijke koppeldans in 9/8 verspreidde zich evenwel van Griekenland tot Perzië, en straalt voor ‘ontmoeting’ of ‘verwelkoming’ uit.  Ze doen ons tenslotte uitgeleide met een nummer van het uit drie Palestijnse oudspelende broers bestaande Trio Joubran. Masâr ontspint zich als een mantra, gebaseerd op een heel eenvoudige, repetitieve melodie waarin ze crescendo van tonen en diepten gingen ontdekken dat hen en de luisteraar vervolgens naar verre einders voert, waarbij we dreigen te draaien als een tol. Heel mooi stuk opgefrist erfgoed, met groot meesterschap vertolkt!