Abigail Washburn

Banjosongs voor een breder publiek!

Deze singer-songwriter, gewapend met de banjo, speelt geen pure bluegrass of folkmuziek. Dat wil Abigail Washburn heel nadrukkelijk verwoorden met haar eigen songs. Washburn was onlangs in Nederland, en speelde tijdens het Naked Song Festival te Eindhoven, in Paradiso en in Roepaen te Ottersum.

Washburn is geboren in Illinois maar bracht haar jeugdjaren door in een buitenwijk van Washington. Ze ging naar Highschool in Minnesota en werd later de eerste East Asian Studies Major aan de Colorado College. Ze vertrok naar China om daar voor langere tijd te gaan wonen. In acht jaar tijd leerde ze vloeiend Manderijn Chinees spreken. Ze droomde ervan om in de Chinese advocatuur te werken, maar het verhaal werd helemaal anders. De veroorzaker hiervan was de banjo die ze mee had genomen vanuit Amerika…

Washburn had nooit de plannen of ambities om in de muziek te gaan. Ze leerde zichzelf wel wat banjo spelen tijdens haar verblijf in China. Het was voornamelijk materiaal uit de Appalachen, en dat gebeurde vooral op momenten dat ze heimwee naar Amerika had. Op verzoek speelde Washburn een aantal Amerikaanse songs in het Chinees in een overvolle club te Beijing. Dat was een totale verrassing voor het aanwezige volk, maar even zozeer een eyeopener voor Washburn.

Eenmaal thuis in Amerika ontmoette ze KC Groves, één van de grondleggers van de vrouwenband Uncle Earl. Daar startte een avontuur waarin de diepgang van de Amerikaanse stringbandmuziek werd uitgelepeld. Opvallend aan Uncle Earl is dat alle dames om beurten het middelpunt zijn. Zo ook Washburn, die een heel prominente rol kreeg met haar opmerkelijke en doorleefde zangstem en vooral ook met de repeterende old-time banjo begeleidingen. Uncle Earl nam in de bezetting met KC Groves, Abigail Washburn, Kristin Andreassen, Rayna Gellert en wisselende contrabassisten twee albums op: She waits for night (2005) en Waterloo Tennessee (2007).

Na vijf jaar rondgetourd te hebben verliet Abigail Washburn Uncle Earl om zich toe te leggen op een volgend project. In de tussentijd was wel haar eerste solo-album Song of the traveling daughter (2005) een absoluut feit. Dit album kwam tot stand nadat Washburn tijdens MerleFest (een bluegrassfestival in North Carolina) een tweede plek behaalde met haar compositie Rockabye dixie in een songwritercompetitie aldaar.

Na Uncle Earl onstond The Sparrow Quartet, een opmerkelijke samenwerking tussen banjovirtuoos Bela Fleck, cellist Ben Sollee, fiddler Casey Driessen en Washburn (banjo & zang). “Casey was één van de eerste muzikanten die ik tegenkwam toen ik naar Nashville verhuisde. In mijn plannen om een tour in China te maken, nodigde ik Casey uit om dit samen als een duo te gaan doen, dus fiddle, banjo en zang. Enkele vrienden kwamen achter ons plan, waaronder Ben, die op zijn beurt aangaf ook graag mee te willen naar China. Ben ken ik sinds de opnamen van Songs of the traveling daughter. Hij tourde een tijd met mij om het album te promoten. Dat album werd geproduceerd door Bela Fleck, en die gaf ook aan interesse te hebben in een tourtje door China. Toen mijn plannen concreet werden, heb ik ze alle drie gebeld. Dat werd het begin van The Sparrow Quartet, en onze Chinese tour werd een feit.”

The Sparrow Quartet componeerde een aantal songs en instrumentaal werk, waarbij een duidelijke link te horen is tussen Amerikaanse rootsmuziek en de traditionele muziek uit China. Deze sound komt nadrukkelijk naar boven op het album Abigail Washburn & The Sparrow Quartet (2008). Deze opmerkelijke muziekcombinatie zou voor het Chinese publiek een totale verrassing moeten worden, al verliep de tour anders dan verwacht…

“We zouden eigenlijk optreden tijdens de opening van de Amerikaanse Ambassade, maar op het laatste moment werd ons concert gecancelled omdat we ruimte moesten maken voor The Gatlin Brothers, de favoriete band van de voormalige president Bush. Vervolgens zouden we optreden in het net flink door aardbevingen getroffen gebied, maar het leek er heel sterk op dat we daar juist heel ver vandaan gehouden werden om vooral niet de realiteit te mogen aanschouwen. De Chinese overheid wilde juist niet de werkelijkheid en de omvang van de schade tonen aan de rest van de wereld. Ons optreden tijdens een Olympisch evenement werd gecancelled omdat men bang was dat er tijdens die festiviteiten protesten zouden ontstaan. Onze tour werd voornamelijk verplaatst naar fabrieksstadjes in het Zuid-Oosten van China. Ik was vooral onder de indruk van het zware leven van het arbeidersvolk, de mensen die moeten creperen om het absoluut zieke Chinese kapitalisme gaande te houden.”

Het feit dat The Sparrow Quartet ver weg van de aardbevingszone werd gehouden hield Washburn zichtbaar bezig. De zwaarste aardbeving vond plaats op 12 mei 2008 in de Chinese provincie Sichuan. De beving had een kracht van 7,8 op de Schaal van Richter en richtte zware schade aan. In sommige gebieden werden hele dorpen en steden van de kaart geveegd. Er zijn volgens officiële cijfers 69.136 doden en 374.061 gewonden geteld.

Nadat The Sparrow Quartet China had verlaten is Washburn meteen teruggereisd naar het zwaar getroffen land. “Ik kwam op locaties waar kinderen werden opgevangen die net uit het rampgebied waren geëvacueerd. Om iets voor die kinderen te kunnen doen ben ik liedjes voor ze gaan zingen, met als gevolg dat deze kinderen ook graag een liedje voor mij wilden zingen. Er was een meisje dat net haar moeder verloren had en een wondermooi lied voor haar wilde zingen. Dat raakte mij enorm en dat inspireerde mij meteen voor een volgend project. Ik vond steun bij David Liang van de Shanghai Restoration Project, en zo ontstond Afterquake, een benefiet EP waarop ik met David zeven stemmen van kinderen en geluiden uit het getroffen gebied heb samengekoppeld met elektronische muziek. Juist elektronische muziek omdat dat hetgene is waar die kinderen doorgaans naar luisteren. Folkmuziek is in hun beleving niet cool ha ha… Om dit project ook uitgegeven te krijgen hadden we toestemming nodig van de ouders of van familieleden die de ramp overleefd hadden. We huurden een busje om in het getroffen gebied te kunnen komen, en wonder boven wonder werden we bij de bewaakte grensovergangen doorgelaten. We kwamen in het getroffen gebied en dat was een ongelooflijk pijnlijke chaos. We gingen op zoek naar de families van de zeven kinderen en wonderlijk genoeg vonden we al die families. We lieten de opnamen van de zang van hun kinderen horen en dit alles werd heel emotioneel, een afreageren op alle emotionele ervaringen die deze mensen hadden doorstaan sinds de bewuste aardbeving. Afterquake (2009) werd daarmee een feit!”

De carriere van Washburn is getekend door haar ervaringen in China, en ze weet nu dat ze voor de rest van haar leven regelmatig naar China zal afreizen. Washburn ontwikkelde zich tot een singer-songwriter die niet zomaar in een hokje te vangen is. “Ik ben steeds weer verbaasd als recensenten schrijven dat ik bluegrass of old-time speel, enkel en alleen omdat ik een vijf-snarige banjo als begeleidingsinstrument gebruik. Dat zegt iets over de gebrekkige kennis van de recensent, want de echte kenner zal meteen horen dat ik andere muziek speel, die wel enigszins gerelateerd is aan bluegrass en folk. Ik speel zeker ook traditioneel materiaal, maar ik wil juist bekendheid krijgen met eigen creativiteit. De banjo werd mijn instrument door de fascinatie voor de Amerikaanse folkmuziek, maar het instrument groeide uit tot een stuk gereedschap waarmee ik mijn belevingen en ervaringen kan vertalen naar muziek. Ik schrijf geen folk, bluegrass of old-time songs, maar gewoon songs! Ik heb iets met het mooie geluid van de banjo, want het tekent de historie van de Amerikaanse roots, het draagt de geest van mijn voorouders met zich mee, en het eeuwige gevecht tussen leven en dood…Het is zo’n puur geluid. Mijn muziek kan je daarom het best omschrijven als banjomuziek.

Het publiek van Uncle Earl bestaat voornamelijk uit oudere mensen die zich niet schamen voor hun liefde voor rootsmuziek. Maar ikzelf wil juist een breder publiek aan de tafel uitnodigen, en juist ook jongere mensen raken met mijn songs.

 

Afgelopen jaar verscheen het tweede solo-album van Washburn, City of refuge genaamd. Dit album geeft heel duidelijk de huidige stand van zaken weer, want hierop horen we Washburn als een volwassen singer-songwriter die moeiteloos haar eigen composities vermengt met oosterse en westerse invloeden. Een mooie rol is weggelegd voor fiddler Rayna Gellert (ex-Uncle Earl) die door deze cd wederom de planken met Washburn deelde bij de promotietour van deze cd. Een prominente rol ging naar Kai Welch, haar huidige muzikale partner in crime. “Ik zag Kai op een avond optreden, en ik werd meteen gegrepen door zijn spel op zoveel verschillende instrumenten. Kai is geen virtuoos in de zin van perfectie, maar iemand die juist op zijn eigen manier muziek maakt. Ik bedacht mij geen moment en nodigde hem uit om samen City of refuge op te maken. Zijn visie op muziek maken werd ook de opzet voor City of refuge. Het moest een puur album worden, en niet eentje waarop virtuoos gesoleerd wordt, een tendens waar men tegenwoordig toch vaak de kwaliteit van een cd aan ophangt. Ik hou zeker van solo’s, maar ik wilde mij daar deze keer zo weinig mogelijk op vastpinnen. Producer Tucker Martine zag dat concept helemaal zitten en stelde voor dat we een boel muzikanten zouden uitnodigen. Om beurten nodigden wij bevriende muzikanten uit om een rol te spelen op diverse songs. Op een gegeven moment hadden we zoveel lijntjes dat we konden werken met de kunst van het weglaten, of in dit geval weghalen. Dit album is uiteraard weer een momentopname, want gaandeweg de uitwerking ervan ben ik met heel veel nieuwe elementen in aanraking gekomen, en wie weet waar dat allemaal toe gaat leiden…”

www.abigailwashburn.com