Ad Vanderveen – Treasure Keepers

Treasure Keepers
(Continental Europe CECD 88)

Sinds de jaren negentig produceert Ad Vanderveen haast ieder jaar een nieuw album. Vreemd genoeg is Treasure keepers de eerste echte soloschijf van de Bussumse singer-songwriter-gitarist. Noodgedwongen door de pandemie enerzijds, maar daardoor kon Vanderveen ook een uitspraak waar maken. “Songs zouden op twee voeten moeten kunnen staan”, waarmee hij aangeeft dat een lied in de meest naakte versie overeind moet kunnen blijven.
Door eerdere live opnamen – bijvoorbeeld de prachtige cd Live at Crossroads – en natuurlijk tijdens concerten weet je dat Ad Vanderveen solo geen straf is. Integendeel. De kunde van de man komt naar boven: voortreffelijk gitarist, warme en overtuigende zang in aangrijpende, dan wel meeslepende liedjes, die met vaak met licht filosofische en sterk lyrische teksten aan reflecteerbare en herkenbare situaties gepaard gaan. Dan is het eigenlijk logisch dat je als muzikant ooit zo’n stap zet, al voelt Vanderveen zich ook wel prettig in gezelschap van prima muzikanten als harmony zangeres Kersten de Ligny, trouwe bassist Timon van Heerdt  en in recentere tijden pianist Rene Kaaij.
Op Treasure keepers doet hij alles zelf: gitaren, zang en van de elf songs zijn er negen eigen werk. Twee opmerkelijke covers. If I can do it, so can you is een bewerking van een lied van Lee Clayton, een muzikant die Vanderveen op jonge leeftijd de juiste richting op stuurde. Het tekent vrijwel de levensweg van de Bussummer. De begeleiding krijgt een mystiek sfeertje door de galm op de akoestische gitaar. Dit in tegenstelling tot de slottrack. Motherland genoemd, maar de melodie komt je zo bekend voor. Met een heftig vervormde elektrische gitaar brengt Vanderveen een bewerking van ons nationaal volkslied. De aangepaste tekst is er een om over na te denken. Vanderveen treedt hiermee in de voetsporen van een andere verdienstelijke gitarist, ene Jimmy Hendrix (zijn cynische bewerking van het Amerikaanse volkslied op Woodstock als protest tegen de Vietnamoorlog).
Het album opent met David And Goliath met opnieuw een melodie die bekend in de oren klinkt: David Olney’s If my eyes were blind, een vaste terugkerende tijdens zijn liveconcerten. Het album is dan ook opgedragen aan de in begin 2019 overleden collega. In de titelsong, gelardeerd met een fijn jazzy akkoordschema, refereert Vanderveen aan hun laatste gesprek over het schrijven van liedjes. Ook Sixty Thousand Thoughts gaat over het verwoorden van gedachten en gevoelens, op ze nu wel of niet in dicht- of liedvorm zijn.
Het Dylaneske Death is for others zou je een protest kunnen noemen tegen het onvermijdelijk einde. Puppet string is het enige nummer niet met akoestische of elektrische gitaar begeleid, maar met toetsen of een vibrafoon (gegevens ontbreken bij ons digitale recensie-exemplaar). Geen overdubs, alleen de stem en een begeleidingsinstrument. Ad Vanderveen gaat volledig naakt, met de billen bloot.  Geen schande, want Vanderveen redt zich er voortreffelijk uit. De songs staan als een gefundeerd huis!