Alison Brown – The song of the banjo

Alison Brown

The song of the banjo
(Compass Records/Music & Words)

Banjo-virtuoze Alison Brown groeide op in Connecticut, en maakte vanaf 1987 drie jaar deel uit van Union Station, de begeleidingsband van Alison Krauss. In de band van Michelle Shocked maakte Brown kennis met de mix van bluegrass, folk en jazz, en dat werd bepalend voor al het latere werk. Brown hoort in hetzelfde rijtje als Bela Fleck en David Grisman, progressieve muzikanten die de grenzen van bluegrass en van hun instrument verleggen om op zoek te gaan naar een geheel eigen sound. The song of the banjo is inmiddels het zevende album op het eigen label, dat ze samen met haar man Garry West heeft opgebouwd tot een maatschappij die niet meer weg te denken is in de wereld van de rootsmuziek. The song of the banjo is voornamelijk een instrumentaal album met een drietal songs door respectievelijk Indigo Girls, Colin Hay en Keb Mo. Dat zijn welkome variaties, want het hele album verzandt in een verzameling die het goed zou doen op de achtergrond in een winkelcentrum. Ondanks dat er heel knap gemusiceerd wordt, is er weinig spannends te beleven. Dat heeft alles te maken met de keuze van de melodieën, want die zijn vaak voorspelbaar en veelal mierzoet. Een enkele compositie, zoals het groovy Windansea, komt boven het maaiveld uit. Ook de instrumentale versie van de geweldige Cindy Lauper song Time after time heeft nog net geen panfluiten meelopen in de mix. Gemiste kansen waarbij de vraag opkomt waarom iemand per se een album uit wil geven als er eigenlijk niets nieuws onder de zon is. De inbreng van geweldige muzikanten als onder andere John Doyle, Stuart Duncan, Tod Phillips en Andrea Zon kan het tij ook niet keren. The song of the banjo kabbelt voort en zal prima dienst kunnen doen als muzikaal behang tijdens een familiediner, maar voor de liefhebber van progressieve uitdagende klanken zal de buit zeer mager zijn.