Ambrozijn – Krakalin

Door Eelco Schilder

Krakalin
(Kloef music 4446013)

De vorige cd van Ambrozijn, Botsjeribo, stamt alweer van twee jaar geleden. Dit is de eerste cd waarop de groep als trio en niet als kwartet te horen is. Door het vertrek van zanger Ludo Vandeau verloor de groep een veel geprezen zanger met een bijzonder eigen stemgeluid. De drie overgebleven muzikanten lieten zich echter niet uit het veld slaan en gingen door met het opzoeken van de grenzen binnen de muziek. Het resultaat was Botsjeribo, tot veler verbazing een cd vanuit een geheel andere invalshoek. De zang was overgenomen door Tom Theuns en de meest Frans- en Nederlandstalige muziek werd vervangen door liederen in het Engels. De meningen over deze taalruil liepen behoorlijk uiteen. Misschien wel omdat Ambrozijn niet meer klonk zoals daarvoor, en liefhebbers even moesten wennen aan het nieuwe geluid.
Het fijnste aan Ambrozijn vind ik nog steeds het plezier in het maken van muziek en het lef om nieuwe wegen in te slaan. Met de nieuwste cd Krakalin grijpt de groep terug op al het voorgaande werk. De cd begint sterk met het bezwerende Krakalin en De Karabiezen, twee Nederlandstalige nummers met geheimzinnige teksten, beide geschreven door Tom Theuns. Ik vind zijn zang in deze nummers ijzersterk. Hij weet de tekst duister en mysterieus tot leven te wekken. Ook de Franstalige nummers L’avion en Prs d’un cerisier liggen prima in het gehoor. Toch merk ik hier al wat later bij de Engelstalige nummers nog sterker opvalt. Er wordt goed gemusiceerd maar ik mis een stukje passie. Het blijven een beetje keurige liedjes die binnen een minuut of 3-4 een kop en staart hebben en daardoor te weinig tijd krijgen om echt onder de huid te kruipen. Dit geldt ook voor het door Wim Claeys geschreven Kuifje in Bergom, een mooie melodie maar wat tam en vlak uitgevoerd. Na dit matige middendeel weet de groep aan het einde wel de aandacht nog even te pakken. Sur la rive gauche is een dromerig Franse chanson. Hier laat Tom Theuns horen dat hij ook over een prima kopstem beschikt. Het lied is sober maar bijzonder doeltreffend gearrangeerd. Het vervolg, het Nederlandstalige De matroos, is een echt zeemanslied. Beginnend met een frivole accordeon verandert het lied al snel in een zinkend geheel. Mooie bluesgitaar in de begeleiding en als er niet bij had gestaan dat de tekst van Theuns is, had ik zonder meer aangenomen dat deze was gevonden in een nog door niemand gelezen deel van het Antwerps liedboek.

Met Krakalin, overigens met Gabriel Yacoub als producer en Vera Coomans als gastzangeres, laat Ambrozijn horen nog steeds een topgroep te zijn. Dat de cd me niet de gehele tijd weet te boeien zal komen door gewenning aan hun muziek van mijn kant. Toch kan ik me ook niet helemaal aan de indruk ontrekken dat dit trio wel wat gekriebel kan gebruiken. Gekriebel in het lijf om op zoek te gaan naar nieuwe grenzen om zich vervolgens hopelijk niets van deze grenzen aan te trekken.