Andrew Cronshaw – Zithers

Zithers
(Cloud Valley CV2020)

Andrew Cronshaw is een vreemde vogel. Wel een veelzijdige: actief als muzikant, maar ook geluids- en opnametechnicus, producer en journalist. Muzikaal is hij een buitenbeentje. Hij verzamelt flarden van traditionele melodieën, stript en verknipt die, en mixt ze vervolgens in de muzikale blender tot nieuwe composities. Een heus folkproces dus om van oude, overgeleverde tunes iets nieuws en eigens te malen.
De melodieën kwamen aanvankelijk van de Britse streken en Keltische (ei)landen, later voegde hij daar Iberische en vooral Finse tunes aan toe. Op zijn cd’s wordt hij bijgestaan door een (wisselend) bont gezelschap gastmusici, die mede vorm geven aan de uitvoering.
Zelf bespeelt Cronshaw een rijk arsenaal aan soms curieuze instrumenten, vooral fluitinstrumenten (als de fujari) en zithers, kantele en de marovantele, een zelf ontwikkeld instrument, dat een hybride is tussen de marovany uit Madagaskar en de Finse kantele. Het uiteindelijke resultaat, de melodieën, is sfeerrijk, soms meditatief of hypnotiserend, imponerend in de vormgeving met grote uitersten in dynamiek en klank. Soms ontstaan hele klankpatronen die je soundsculpturen kunt noemen, naast de melodische elementen.
Al zijn albums – vind ik –  zijn kleine pareltjes van een vernieuwende muzikant die vooral durf toont. In 1974 verscheen A is for Andrew, Z is for zither, een heus soloalbum. Vijfenveertig jaar later wist SANS producer Jim Sutherland hem er van te overtuigen opnieuw eens een soloalbum te produceren. Zithers is een album van één man en één instrument. Alhoewel: drie melodieën, twee gebaseerd op Fins-Runo traditionals en één een bewerking van een Baskische tune, worden gespeeld op de marovantele. Die zijn wat lichter van klank dan de overigen, die worden vertolkt met Cronshaws onafscheidelijke zither. Diepe zware bassen worden gekoppeld aan kristalheldere klanken uit de treblesnaren. Het instrument kent een natuurlijke galm en een lange klanktijd van de tonen (sustain). Dat geeft de muziek een toverachtige, idyllische klank. Maar vergis je niet: ondanks dat de meeste melodieën gedragen zijn en een laag tot matig tempo kennen, zijn ze zeer krachtig, lyrisch en volumineus.
Er is naast het solospel nog een verschil met voorgaande (groeps)albums. De tunes zijn melodieuzer, minder geïmproviseerd en herkenbaarder. Maar luister naar Cronshaws interpretaties van de incestballade Variations of Lucy Wan en ontdek dat het vormgeven, omzetten en interpreteren hem in het bloed zit. En hij kon het niet laten om tussen de Keltische, Britse en Finse melodieën toch een uitgesproken soundscape te creeren. Geloof het of niet, maar Sea ice wordt louter met zithers gespeeld.
Een voortreffelijke staalkaart van opname-, mix- en muzikale kwaliteiten. Zijn carrière begon ooit met een solo-album. Ik hoop niet dat deze sublieme ‘solo’ Zithers een afsluiting daarvan is. Wat mij betreft wordt het pensioen van deze klanktovenaar nog met jaren uitgesteld om te genieten van al het fraais dat vast alweer door zijn hoofd speelt.