Anne Niepold – Vita Brevis

Vita brevis
(Poum pouet, www.anneniepold.be)

Als leitmotief van dit nieuwe soloalbum van Anne Niepold geldt ‘Ars longa, vita brevis’; het leven is kort, kunst is voor eeuwig. Een respectabel aantal nummers speelt ze hierbij helemaal in haar eentje op haar diatonisch accordeon, terwijl ze zich voorts laat vergezellen door Hendrik Vanattenhoven (contrabas) en Étienne Plumer (drums).
Zowat de helft van de nummers is van eigen hand, voor de andere grijpt ze terug naar pareltjes van voorgangers uit onder meer de swing en musettetraditie. In tegenstelling tot verschillende van haar vorige realisaties keert ze opnieuw terug naar de wortels, wat haar voor de doorsnee luisteraar ongetwijfeld toegankelijker maakt. Haar opdracht luidt daarentegen niet minder uitdagend. Hoe immers bepaalde clichés rond wals, musette en haar eigenste instrument omzeilen? Hoe bijvoorbeeld virtuoze accordeonmuziek van diverse grootmeesters nieuw leven inblazen met de betere cover? Natuurlijk weet ze daar het perfecte antwoord op te bedenken.
Op haar vorige album Musette is not dead (2014) leverde ze het ideale recept in die schemerzone tussen traditie en jazz. Een van de ingrediënten hierbij bestaat bij de in trio gespeelde nummers in te spelen op een vernieuwende balans tussen de drie instrumenten, die zich daarbij ook afwisselend vrij terughoudend, dan wel van een behoorlijk rockerige kant laten horen, dit laatste onder meer in Amazone van de ooit naast Jacques Brel spelende Jean Corti.
Aan passie ontbreekt het nooit, niet in het minst waar ze temporiseert, zoals bij de allereerste maten en intermezzo’s van de opener Passion (Colombo/Murena), het basismateriaal finaal omspelend met verrassende persoonlijke wendingen. Boeiend hoe ze solo variatie en spanning brengt in bijvoorbeeld Noeud Explétif met stuwende wendingen in combinatie met de percussieve manipulaties op haar instrument. Wat te zeggen van de gelijkwaardige benadering van melodie- en baslijn in haar interpretatie van Luis Demetrio’s Quién será?!?
Haar eigen nummers zoals de ingetogen, haast melancholische Wals à Éa, blijven binnen dezelfde heel dansbare sferen vertoeven en (net zoals in Château Gonflable) vrij trouw binnen de lijntjes blijft kleuren. Een antipool van het erop volgende, explosieve Syncinésie, waar ook haar kompanen alles uit de kast halen en stevige balkanwinden ons tegemoet waaien. Zij vergezellen haar ook in haar titelnummer, een (niet zo) kort en heftig leven is het geworden, waarin zowat alle gemoedsstemmingen ergens hun plaats krijgen, ze ons duidelijk wil maken dat het in het leven vaak gaat om improviseren, en het tot een feestje maakt.
Afsluiten doet ze onder meer met het door haar ook ingezongen Somewhere over the rainbow (Arlen/Harburg), die wat mij betreft heus op een Kerstafspeellijst mag staan en Jenkins’ Goodbye, twee nimmer vergrijzende jazzklassiekers. Dit alles verdient een eeuwig leven!