Annemarieke Coenders

Door Rob van Niele

 

“Voor mij staat de sfeer centraal, ik hou ervan om met het Engels te puzzelen”

Stadskasteel Oudaen, Utrecht, zondag middag 31 januari. Rustig en zelfverzekerd stapt Annemarieke Coenders het podium op van het kleine, intieme concertzaaltje. Gevolgd door drummer Wim Sebo en, speciaal voor deze gelegenheid, violist Hans Battenberg. Zij begroet het publiek – het zaaltje zit bijna helemaal vol – en verontschuldigt zich voor de verkoudheid die haar en Wim parten speelt. Luttele seconden later wordt het eerste nummer ingezet voor een publiek dat aan haar lippen is gekluisterd. Dat zal het hele concert zo blijven. Direct na het optreden spreek ik met de vrouw die tot 2007 met Linde Nijland het succesvolle duo Ygdrassil vormde. Sindsdien zijn beiden het solopad ingeslagen.

 

Hoe is jouw samenwerking met Wim Sebo tot stand gekomen? Hoe hebben jullie elkaar gevonden?
Wim en ik kennen elkaar uit de Groningse popscene, waar Linde en ik vele jaren geleden als buitenbeentjes in meedraaiden. De muziek die daar gemaakt werd was heel anders dan de onze, maar daarom niet minder interessant. Wim was drummer in de avant-gardistische gitaarnoise-band Soom. We hebben wel eens meezongen op cd-opnames van deze band en bij hun optredens. Daarna ben ik Wim een aantal jaren uit het oog verloren. Op een gegeven moment, toen Ygdrassil al gestopt was, kruisten onze wegen elkaar weer. Ik zag Wim ergens spelen en toen kwam vrijwel direct het idee bij me op om samen met hem muziek te maken. Dat zag hij ook wel zitten, en sindsdien werken we samen.

Anders niet zo voor de hand liggend, want Wim doet heel andere dingen met muziek dan jij. Elektronische drums, soundscape, zoiets associeert men niet zo gauw met folk?
Dat zou je inderdaad zeggen. Toch is de werkelijkheid iets genuanceerder. Zelf ben ik geen uitgesproken liefhebber van elektronische muziek, maar Wims spel blijkt wonderlijk goed bij mijn liedjes te passen. Wim is niet wat ik noem een ‘boemtakboemtak’-drummer. Hij is juist een heel subtiele artiest die op een geweldige wijze sferen kan creëren met elektronische middelen. Hij weet daar zó veel uit te halen! Zonder de techniek te laten overheersen. Integendeel, hij geeft mijn liedjes precies wat ze nodig hebben, er wordt een dimensie aan toegevoegd. Alle samples die hij bijvoorbeeld gebruikt, verzamelt hij zelf en hij bewerkt deze net zo lang totdat ze precies passen bij mijn songs. Daar is Wim bijzonder bedreven in. Voorheen heeft hij dit soort dingen ook gedaan voor dansvoorstellingen en bij poëzieperformances.

Jullie optredens worden gezien als een opmaat naar jouw nieuwe cd. Wanneer kunnen we deze verwachten?
We zijn er al zo’n driekwart jaar mee bezig, maar de cd is nog steeds niet af. De opnames zijn wel al allemaal gemaakt. De meeste tijd gaat zitten in het mixen en masteren van de nummers, en dat is dan weer lastig te combineren met de optredens die we tussendoor doen. Maar we komen er wel. En dan moeten natuurlijk ook nog een platenmaatschappij zien te vinden. Het kan ook zijn dat we de cd in eigen beheer uitbrengen, daar zijn we nog niet helemaal uit. Maar dat de cd er komt, staat vast. We verheugen ons zelfs al op een volgende cd, waarvoor we ook al bijna genoeg materiaal hebben liggen.

In 2007 ben je gestopt met Ygdrassil, na 15 jaar van optreden in binnen- en buitenland en vijf cd’s en één dvd. In hoeverre leeft de muziek van Ygdrassil nog voort in je huidige muziek?
Ik zou het repertoire zo weer kunnen spelen, het is nog zo zeer een onderdeel van mijzelf. Het zit er nog best in, hoor. We hebben het al die jaren met heel veel liefde gedaan. Ook merk ik dat er aardig wat mensen zijn die Ygdrassil kennen en onze cd’s draaien. Dus het leeft voort. Bovendien ben ik met Wim niet een totaal andere weg ingeslagen, alsof ik me zou willen distantiëren van mijn vorige leven. Wat we met Ygdrassil gedaan hebben, is goed zoals het is. Linde en ik waren beiden toe aan iets anders en we zijn daarom ieder onze eigen weg ingeslagen. Dat is voor ons allebei een heel gezonde keuze geweest, die alweer veel vruchten heeft afgeworpen. Linde en ik zijn niet met ruzie uit elkaar gegaan; we spreken elkaar nog steeds en komen af en toe bij elkaars optredens kijken.

 

Jouw muziek wordt zowel geschaard onder de Britse folk als onder americana, twee overigens verwante genres. Welk label zou je zelf het liefst op jouw muziek plakken?
Er bestaat niets moeilijkers dan labels plakken, maar als het dan toch moet, kies ik voor de term “singer-songwriter”. Hoewel ik me ervan bewust ben dat “singer-songwriter” een beetje laffe verzamelnaam is geworden die tegenwoordig te pas en te onpas wordt gebruikt, dekt het in mijn geval toch wel de lading: ik maak zelfgeschreven luistermuziek waarin het liedje en de stem centraal staan.

Wie zijn jouw grote voorbeelden?
Ik word zeer geboeid door de muziek van Robert Wyatt, de drummer van Soft Machine, een Engelse band die eind jaren ’60 erg populair was. Na zijn vertrek uit die band in 1970 heeft Wyatt een hele reeks soloalbums gemaakt. In zijn omvangrijke repertoire zit een schat aan prachtig materiaal waar ik nooit genoeg van kan krijgen. Een andere grote inspiratiebron is de Amerikaanse singer-songwriter Nina Nastasia. Ik houd van haar stemgeluid en de manier waarop ze haar liedjes met andere muzikanten vormgeeft. Ik heb enorm veel bewondering voor haar. Verder heb ik natuurlijk mijn hele leven geluisterd naar grootheden als Joni Mitchell en Neil Young, maar dat zijn van die open deuren.

Heb je ook ooit overwogen om in het Nederlands te zingen?
Nee, niet echt. Het bevalt mij uitstekend om in het Engels te zingen. De Engelse taal heeft een andere lading en biedt een andere vorm. Ik houd ervan hiermee te spelen, te puzzelen. Overigens heb ik wel projecten in het Nederlands gedaan. Zo heb ik meegezongen op een aantal cd’s van Sido Martens, waaronder zijn meest recente werk Schraaltroost & Liefspraak, uit 2009. Sido maakt prachtige Nederlandstalige muziek, en ik vind het heerlijk om mee te zingen of om naar te luisteren. Het is voor mij altijd een plezier om met hem samen te werken. Hij zal dan ook te horen zijn op onze cd, zij het als instrumentalist.

Toch leent jouw stem zich volgens mij best wel voor Nederlandse volksmuziek.
Als ik al iets in het Nederlands zou doen, dan zou het in de trant van Adèle Bloemendaal of De Jantjes moeten zijn. Echt volks dus, met een vette knipoog. Misschien ga ik dat nog wel eens doen, haha!

Jouw teksten zijn persoonlijk, poëtisch, soms wat ingetogen, somber.
Dat klopt maar soms bevatten ze ook wel milde spot, kleine taalgrappen en kwinkslagen. Ik schrijf niet alleen maar puur vanuit mijn gevoel. In veel gevallen is de vorm er het eerst. Een basisgedachte, een bepaalde melodie. Daar ontstaat op den duur een tekst bij die daar het best bij tot uitdrukking komt. Zo kan het heel goed gebeuren dat het uiteindelijke liedje een andere lading of verhaallijn krijgt dan die ik voor ogen had toe ik eraan begon te werken. Dat vind ik ook het leuke van liedjes schrijven. Ze krijgen een eigen dynamiek, je weet nooit waar het op zal uitdraaien.

Heb je een bepaalde boodschap in jouw liedjes? Een bepaalde wereldvisie?
Nee, niet echt. Ik vind mijzelf een vrij sociaal bewogen mens, maar heb bijvoorbeeld nog nooit een politiek getint liedje geschreven. Dat kan ik echt niet. Of wil het niet, wie zal het zeggen? Anderen zijn daar veel beter is, de protestsong is gewoon niet mijn vorm. Voor mij staat een bepaalde sfeer centraal. Dié wil ik overbrengen. De boodschap is daaraan ondergeschikt, of liever gezegd: voegt zich daarnaar. Van mij hoeft het publiek niet te luisteren naar wat ik allemaal zing, zolang de sfeer die ik wil neerzetten maar overkomt. Wat de teksten zelf betreft, deze hebben een poëtische inslag en zijn zelden recht toe, recht aan. Toch zijn er ook mensen die de teksten proberen te volgen en de liedjes helemaal willen begrijpen. Na een optreden komen ze dan naar me toe met de vraag wat ik precies bedoelde met die of die zin. Het is grappig om te merken hoe verschillend mensen een optreden beleven en wat er bij ze blijft hangen.

Hoewel je met je muziek erkenning hebt gevonden in Nederland, kun je er niet van rondkomen. Je werkt ernaast als tekenaar en illustrator. Knaagt het niet aan je dat je niet van de muziek alleen kunt leven?
Nee, al zou het natuurlijk leuk zijn als het anders was. Ik ben heel blij dat er een gestaag groeiend aantal mensen is dat van mijn muziek houdt. Maar als ik van de muziek zou moeten leven, dan zouden geldzaken en vooral –zorgen mijn leven gaan bepalen, en ben ik minder vrij om te kiezen wat voor muziek ik wil maken. Dat zou ik vreselijk vinden. Nu doe ik wat ik wil. En tekenen is voor mij net zo belangrijk als muziek. Ik heb ook niet voor niks kunstacademie gedaan. Natuurlijk grijp ik elke kans aan om op die plekken en gelegenheden te spelen waar de echte liefhebbers op afkomen. Dit zijn trouwens niet altijd de best betaalde optredens, maar juist wel leuk om te doen. Ik heb gelukkig iemand die dit soort zaken prima regelt voor mij, namelijk Janine Willemsen. Dankzij haar speelde ik vandaag in Utrecht. En ik kan je nu al verklappen dat ik dit jaar ook op Folkwoods zal optreden. Uiteraard samen met Wim.

PDF van dit artikel

Discografie:
(met Ygdrassil):
Ygdrassil live at the Folkwoods Festival (Real Harm 2008)
Easy sunrise (Rounder Europe 2005)
Ygdrassil (re-release, Real Harm/Pink 2003)
Nice days under darkest skies (Real Harm/Pink 2002)
We visit many places (Real Harm/Pink 2000)
Pieces (VIA records 1997)
Ygdrassil (VIA records 1995)

www.annemariekecoenders.nl