Ayub Ogada – Omera

Omera
(Long Tale Records LTR2020-01, Xango Music Distribution)

Ayub Ogada was een Keniaanse singer-songwriter die de nyatiti, de acht-snarige Keniaanse harpluit als begeleidingsinstrument gebruikte. In 1986 werd hij als straatmuzikant in London door Peter Gabriel ontdekt. Ogada was vaste gast in de Real World studio’s, waar hij in 1993 zijn debuut En Mana Kuoyo mocht opnemen. Daarop zin meest bekende song, het schitterende Kothbiro.
Naast zijn muzikale loopbaan, was Ogada actief als acteur. Hij speelde met bekende namen en componeerde tevens filmmuziek. Echte grote bekendheid bleef uit. In 2007 keerde hij terug naar Kenia, waar hij vijf jaar later met de Britse muzikant Trevor Warren een tweede album Kodhi opnam. In 2019 overleed Ogada.
Warren verzamelde niet gebruikte sessies van Kodhi voor het postume dubbelalbum Omera. Disc 1 bevat outtakes, alternatieve mixen of uitvoeringen van songs die eerder – gedeeltelijk – op Kuovo verschenen, soms aangevuld met later toegevoegde gastmusici als Hossam Ramzy (oud), Toby Shippey (trompet) en Dudley Phillips (contrabas), doch de meerderheid van de opnames heeft Ogada en multi-instrumentalist Warren als muzikanten.
Ook enkele live uitvoeringen, zoals openingstrack Kothbiro, dat ten opzichte van de studio-opname wat dynamiek en uiteraard multitracking van de vocals mist, maar de aantrekkingskracht behoudt. De hypnotiserende melodische percussieklanken van de nyatiti worden versterkt door de warme en eveneens hypnotiserende, soms fluisterende stem van Ogada. Warren kleurt op de meeste tracks met de Spaanse gitaar in. Krachtig in al zijn eenvoud is het kenmerk van de muziek van de Keniaan.  Zelfs 45 (met Ramzy en Shippey die er vrijelijk op los improviseren) wijkt niet van die sfeer af.
Disc 2 is getiteld Re-imaginings and soundscapes. Bestaande opnamen werden door de remixmolen gehaald door onder meer Bernard O’Neill, Count Dubulah, Oren Kaplan en Peter Chilvers. Op zich heb ik daar niet zoveel mee, al zijn er best een paar zeer goed te beluisteren variaties gecreëerd. Maar de zo rurale karakteristiek van Ogada’s muziek wordt vervormd tot een soort clubhouse, trance. Je zal er wel een jong(er) publiek mee trekken en de naam van Ogada wordt hopelijk op die manier geëerd. Maar de echte trance zit hem in de pure vorm van de uitvoeringen door de meester en zijn assistent Warren zelf….