Basco & Jullie Hjetland – Ræk mig faklen

Ræk mig Faklen
(Go’Danish Folk Music, Xango, GO1520)

Wie enigszins vertrouwd is met wat momenteel leeft in Scandinavië behoeft nauwelijks nog een voorstelling van dit Deens-Zweedse kwartet, bestaande uit Andreas Tophøj (viool en altviool), Anders Ringgaard Andersen (accordeon en trombone), de momenteel in Denemarken verblijvende Hal Parfitt-Murray (viool en mandoline) met een Schotse en Australische voorgeschiedenis, naast citternspeler Ale Carr.
Voor dit nieuwe album, hun vijfde reeds, zochten ze aansluiting met de verbijsterend veelzijdige Deens-Noorse zangeres Jullie Hjetland.
De thema’s handelen uiteraard over angst en liefde, geweld en haat, vreugde en triestheid, en worden toegankelijker gemaakt vanuit de Engelse vertalingen in het booklet.
Voor die teksten putten ze enerzijds uit de traditie met ballades zoals, in combinatie met de verhalende poëzie van enkele tekstschrijvers. Deze bieden ze een contrapunt met elementen van rokerige Schotse reels, maar vooral ook eigen dansvormen als Noorse hallingdansen, Deense polkas, terwijl hier en daar echo’s van de trollen uit de diepe Zweedse wouden doordringen.
Nu eens weerklinkt ze vanuit een ingetogen, haast tragische timide sensitiviteit in Storebror og lillebror, terwijl diezelfde stem wat later uitbreekt in een ongemeen uitbundig en energiek vuurwerk, zoals in het helse crescendo van Gunnar Wærness’ Hestesangen (‘Paardenlied’) of het heel subtiel met trombone mee ingezette Liti Kjersti (‘Kleine Kirsten’), dat evenzeer disproportioneel aanzwelt. Pakkend ook hoe haar stem zich iel ent op de citternsnaren in Bjónn um dage.
Vooral vanuit akoestische snarenpracht ‘blazen’ ze dus op een eigenzinnige manier oude volksverhalen en -legendes nieuw leven in. Enkele instrumentale intermezzo’s, zoals Det var en julemorgen, dat een naadloze intro vormt op Ræk mig faklen (‘Reik me de fakkel’) waarin Hjetland’s stem de sneeuwvlokjes zowaar uit de lucht laten neerdwarrelen, naast Vid havets kant (‘Aan de rand van de zee’) of Old Granny Asta’s Clock bevestigen hun spitsvondige compositorische talenten, gekoppeld aan een meesterlijke beheersing van hun instrumenten, wat prachtige landschapjes oplevert.
Hierbij ook even aandacht voor het door Jullie meegeneuriede De høyre nykjen på havets skrei, waarin voorts vooral de accordeon het voortouw neemt, en een intro vormt van de ietwat sinistere en schitterende afsluiter Heimo, die ons naar de Middeleeuwen terugslingert om terug in het heden te belanden.
Dit is zowaar een heel sterke schijf geworden.