BASTA!² – Vertigo

Vertigo
(Homerecords, 4446197)

Gezien Aranis even een sabbatperiode inging, lijkt tovenaar op contrabas, Joris Vanvinckenroye, los van zijn engagement binnen het hernieuwde Nederlandse Flairck, vast van plan een nieuw hoofdstuk te breien aan zijn soloproject… Hoewel, Basta! werd een duo met levensgezellin en Aranis-partner Jana Arns (fluit, altfluit en stem).
Muzikaal gezien blijven ze hier vertoeven in de hun onderhands vertrouwde ambiente indie-sferen, waarin de arrangementen op zijn composities leiden tot een vrij unieke orkestrale, filmische soundscaping, doorspekt van diverse invloeden uit klassiek, rock, jazz en world. Sommigen brengen de muziek onder in de Avant-Prog of chamber rock… In elk geval staat ze borg voor een flinke dosis rockende akoestiek, die, hoewel onconventioneel, ook nu weer heel vertrouwd aanvoelt, als een zalige, sensuele instrumentale massage, waarin zachtere bewegingen afgewisseld worden met hardere knepen.
Hoeft hierbij nog gezegd dat de verwachting dat de klanken van Jana’s fluiten zich organisch rond de bastonen gaan kronkelen in een symbiotische dans tenvolle bewaarheid wordt? Alle nummers lijken ontstaan te zijn vanuit een spontane opwelling, die vervolgens systematisch uitgewerkt wordt. Onder meer met loops worden complexe contrapunten en heerlijke harmonieën geschapen. Hierbij ontstaan er voortdurende overdrachten van de ritmische ondersteuning naar elkaar toe.
Van dat laatste getuigt meteen al het titelnummer Vertigo. Soms ontlokken ze de neiging te luisteraar aan het dansen te zetten, een trance-inducerende rijdans op Perpetuum mobile of Latijnse bewegingen op Tangria bijvoorbeeld.
Echt duister en beangstigend wordt de atmosfeer in Deus ex machina, die vooral vanuit de zich opeisende onderliggende loops nog versterkt wordt, maar ook hier biedt de ontknoping voldoening en rust. In Insomnijana, ongetwijfeld een autobiografisch gekleurd nummer en de tragiek van de slapeloosheid evocerend, experimenteert Jana met haar stem in het opbouwen van een klaagzang. Die zangkwaliteit zou in de toekomst gerust iets meer benut mogen worden. Heel wat staccato en pizzicato punteren in dit nummer breed uitgesponnen fluitklanken.
Boeiend is ook haar solerende inzet van het vlinderige Blazar, vertrekkend van enkele minimalistische klanken die onmiddellijk verglijden naar een virtuoze waterval van klanken, waar Joris vervolgens zijn zware bas tegenover plaatst, waarna beide instrumenten elkaar terugvinden. Een typisch voorbeeld van wat je klankbeeldtaal zou kunnen noemen. In Amorta weet Joris een immense ruimte te creëren met zijn bas, waarbinnen de melancholische dwarsfluit de tijd neemt om alle hoeken te verkennen.
Zware bassen kunnen ook heel rustgevend zijn, zo blijkt in Nocturnus en het minimalistische Decagoon verkeerd, waar Jana langs de zijlijn blijft.
Herhalen ze zichzelf? Ja, gelukkig wel! En ook nu sluipen er talloze verrassingen binnen in hun – evenwel heel toegankelijke – complexe structuren en patronen, ontsproten aan hun eindeloze creatieve geesten. Magisch is het telkens te moeten ervaren hoe ze de muzikaaltechnische grenzen van hun instrumenten telkens weer weten te verleggen. Een dozijn auditieve schilderijen om ‘u’ tegen te zeggen zijn het (alweer) geworden.