Bauke & Greetje Stil

Stil
(Après Midi, AM BG 032012)

Bauke en Greetje (de Groot) zingen al sinds het midden van de jaren ’70. Het duo brengt vooral rustige luisterliedjes. Broer en zus zingen allebei, terwijl Bauke – meestal op gitaar – begeleidt. Sinds het begin is die stijl vrijwel gelijk gebleven. Bauke schrijft ook de teksten en de muziek. Vijf zangers en tien muzikanten verstevigen de muzikale body van het tweetal op de vierde cd. Daarbij hoor je onder meer Rob Faltin (viool, klarinet en trompet), Sido Martens (diverse snaarinstrumenten) en Wietske Zoethout (dwarsfluit). Wander van Duin (gitaar, contrabas, mandoline en banjo) is de muzikale ‘voorman’. Saskia Zoet bespeelt de vleugel en voegt soms speelsheid en soms statigheid toe, zoals aan het zeer korte titelnummer. De andere instrumenten doorbreken het soms aanwezige slaggitaarpatroon op prettige wijze. De Friese teksten bewegen zich vooral rond de thema’s liefde en dood. In het beschouwende Fingerhûodskrûd raken beide onderwerpen elkaar. Gé Reinders levert een Limburgse bijdrage in het gevoelige Nederlandstalige lied Hé Gé. Het slotlied, een combinatie van Bury me under the weeping willow en We shall not be moved, klinkt in het Engels. Samen met het in uptempo gezongen Fleurich ferske verlicht die song het gewicht van de gedragen liedjes. Zo’n stijlvariatie had eigenlijk best wat vaker gemogen.