Bellowhead: van duo tot folk bigband

Bellowhead won vijf maal de BBC Folk Award voor beste live act. Dat het goed is kunt u binnenkort bevestigen na bezoek aan een van hun drie Nederlandse of drie Belgische optredens (zie agenda). Voor deze toer spraken we met leider, multi-instrumentalist, componist, arrangeur en ‘opzweper’ Jon Boden. 

 

Bellowhead ontstond rond 2004 als spin-off van het duo John Spiers (trekzak, zang) en Jon Boden (viool, zang). Het duo had inmiddels een behoorlijke reputatie opgebouwd, maar ter frustratie van Boden en Spiers stonden zij nooit als afsluitende act op een festival. Zoals weinig Britse folkbands, constateert Boden. “Zo’n afsluitend concert brengt een andere sfeer met zich mee en je kan toewerken naar een absoluut hoogtepunt. Je zag wel wereldmuziekformaties staan, maar nauwelijks een groep die traditionele Britse folksongs bewerkte. Dat wilden wij anders.” Vastzittend in een file op weg naar een concert in 2004 bespraken ze de mogelijkheden. “John is naast gedreven folkmuzikant eveneens werkzaam als DJ en gek op disco. Ik heb een klassiek geschoolde achtergrond en heb me gestort in het bewerken van Britse traditionals. We wilden onderzoeken of een combinatie mogelijk was.”

De eerste nummers die Bellowhead bewerkte stamden hoofdzakelijk uit het Boden-Spiers repertoire. “Als duo hadden we alle grenzen verkend. En ondanks dat we de muziek maximaal uitgewerkt hadden in een duobezetting, bleef er ruimte voor invulling door andere instrumenten mogelijk. In het begin was het een angstig experiment. We wisten niet of het werkte en aansloeg. Maar we zijn enorm gegroeid, vooral als live act.” Het arrangeren voor een 11-koppige band is sowieso geen sinecure. Boden geeft aan dat het niet veel verschilt van de gebruikelijke methodiek bij folkmuziek. “Iemand komt met een idee. Dat is meestal op papier uitgewerkt. Daarna lopen we het hele nummer als band door, vullen aan, schrappen, veranderen etc. Het arrangeren is dus een bandproces. Drie van ons hebben een achtergrond in het bewerken van partijen. Maar in feite kan iedere folkmuzikant liederen bewerken. Dat is de grondslag van je bestaan als folkmuzikant. Desondanks neemt dit niet weg dat het arrangeren voor elf man een heidense klus is. De hoeveelheid en verscheidenheid van de instrumenten geven veel mogelijkheden en het is reuze interessant.” Het instrumentarium van Bellowhead kan je groefweg indelen in een blazerssectie (saxofoon, trompet, tuba, trombone, hobo), een stringsectie (vier violen, cello) en percussie, aangevuld met melodeon, bouzouki, mandoline of banjo. Geen of weinig instrumenten die akkoorden kunnen voortbrengen. Boden: “Die harmonieën maken we met z’n allen. Met de blazers en de violen is dat uiteraard goed mogelijk. Spiers (melodeon) en Benji Kirkpatrick (snaarinstrumenten) zijn de enige met een instrument die dat kunnen. Het zou wellicht een stuk makkelijker zijn als we een echt harmonie-instrument hadden. Geen keyboard, maar concertina of zo. Dat instrument is chromatisch. Dat komt er nog wel in.”

Een opmerkelijke rol in de formatie speelt de blazerssectie. Niet zo vreemd in Britse folk zou je zeggen. Ik vraag of de aanpak van Bellowhead verschilt met die van gekende groepen met een blazerssectie als Brass Monkeys en Home Service. “John en ik zijn beide grote fan van Brass Monkeys en de link met Benji (vader John Kirkpatirck, accordeonist in Brass Monkeys) is eveneens duidelijk. Maar ik heb altijd het idee gehad dat de Monkeys er meer uit hadden kunnen halen. Home Service had ik tot voor kort nooit eerder gezien. We willen echter niet kopieren en onze aanpak verschilt wezenlijk. Wij hebben die disco aanpak via Spiers. Het is uiterst dansbaar. De methodiek van disco aanpak transformeren wij naar de folk met behulp van de string en brass sectie. Niemand heeft dat eerder gedaan.”

Entertainment

Inmiddels heeft Bellowhead vier volwaardige albums, een EP en een tweetal DVD’s op haar naam staan. Daar zit relatief veel live werk bij. Welke ontwikkeling heeft Bellowhead tussen de EP Onymous  en de laatste cd Hedonism doorgemaakt? Jon Boden: “De eerste twee hebben we zelf geproduceerd. Dat was heel interessant en leerzaam. Maar we merkten toch dat het beter is als iemand een totaal overzicht heeft. Die een oogje op andere dingen houdt die niet direct gelieerd zijn aan het muzikale. Het werd John Leckie, een man met een enorme staat van dienst, waar we heel content mee waren dat hij uberhaupt onze cd wilde produceren. Hij heeft veel popalbums geproduceerd (varierend van The Muse, Radiohead tot George Harrison en Pink Floyd, maar ook New Order en Los Lobos, MR). Toch heeft hij ook connecties met de klassieke muziek en gaat zich ook meer en meer richten op wereldmuziek, jazz. Hij was de ideale persoon om dit te doen. Niet beperkt tot één hokje.” Het opnemen van een album in de studio met elf energieke, zeg maar ADHD folkies, moet een hell of a job zijn. Boden: “Een cd opnemen is het moeilijkste wat er is. We zijn de laatste jaren steeds meer gaan focussen op het live gebeuren. Kaal in de studio is dan heel lastig. Het beste voor ons is om dan toch een live situatie te ensceneren door gasten uit te nodigen. Dan nog… elf mensen produceren een heleboel lawaai. We registreren namelijk zoveel mogelijk direct en zo min mogelijk multitracking. Je moet voor ogen houden dat de structuur van een cd anders is dan een optreden. Hedonism is een studiocd maar heeft de intentie van een live cd. De opvolger zal meer een studio gebaseerd product zijn.”

Entertainment en show zijn bij Bellowhead hoofdingrediënten. De groep brengt een aanstekelijk en avontuurlijk optreden, daagt het publiek uit, niet alleen in meezingen, maar vooral om te bewegen. Er lijkt zelfs sprake van een uitgedachte choreografie op het podium. Volgens Boden is daar niks verkeerds aan.

“Entertainment is geen vies woord. Het publiek betaalt tenslotte om vermaakt te worden. Alles in Bellowhead is wat uitvergroot: geluid, het visuele aspect. We maken het zo aantrekkelijk mogelijk. We spelen ook bewust voor een sta-zaal. Of ik Bellowhead nog als een folkgroep beschouw? Ja zeker. Het is folkmuziek, verpakt in entertainment en met een lach. Maar ook serieus. We spelen louter traditioneel materiaal dat bewerkt is. Daarmee staan we dicht bij de bron, alleen de uitvoering is anders. En ook ons publiek bestaat uit folkliefhebbers. Zij hebben die kennis en kunnen de experimenten waarderen. Zelfs wat je de oude generatie kan noemen ondersteund ons, al zijn we wellicht niet hun favoriete band. We trekken de folkmuziek uit de scene, maar de ingrediënten zijn nog steeds de oude liederen, de morris dances, de ceilidhs etc. En we boren een nieuw publiek aan. Dat is wel leuk, de samenstelling van ons publiek. Je kan niet zeggen dat er alleen jongeren op onze concerten af komen. Je ziet genoeg ouderen. Het is een soort communale beleving. ‘It’s all together now’.”

Wanneer we het repertoire van Bellowhead bekijken zien we inderdaad gekende en onbekende traditionals staan, af en toe aangevuld met een eigen melodie in een medley. Maar nauwelijks of geen eigen gecomponeerde liederen. Dat is toch wat vreemd met uitstekende componisten in de groep, waarvan Boden er zelf één is. “De componeerkwaliteiten komen wel terug in de arrangementen, maar tekstueel is het aandeel nihil. We houden vast aan die traditionals. Onze kijk op dingen, de manier van uitdrukken is anders dan hoe dat in de traditionals spreekt. Wij schrijven in een eigentijdse beïnvloede manier. Ik kan niet componeren zoals in die oude folkliederen. Het is een bewuste keuze om dat buiten de deur te houden. Bovendien hebben we allemaal onze eigen achtergrond en invloeden. Van jazz, klassiek, folk tot funk en disco. Dat zou een gegarandeerde rotzooi worden. Rudyard Kipling en Jacques Brel zijn de uitzonderingen. En Richard Thompson is iemand die het bijvoorbeeld wel kan.”

Nog één prangende vraag voor de groep die de hedendaagse folkmuziek buiten het geijkte kader bracht, zowel muzikaal als naar uitvoeringsplekken. Je zou het verwijt kunnen krijgen dat ‘die folkies absoluut niet geëmancipeerd zijn’. In de formatie van elf vinden we maar één vrouwelijke muzikant terug. Zijn er nu in Engeland niet meer goede vrouwelijke folkmuzikanten of is het een strikte mannenaangelegenheid? Jon Boden: “Ja, we hebben slechts één muzikante. Soms spelen we met twee. Maar inderdaad, misschien goed om dat eens nader uit te werken.”