Boreas – Stones

Stones
(Eigen beheer)

Boreas is een Vlaams vijftal. Niet te verwarren met het Noors-Schotse kwartet met dezelfde naam of zelfs een Amerikaanse variant. Het klinkt vertrouwd Vlaams en toch anders. Ook hier valt de kwaliteit van het speelpijl op, de ongedwongen spelvreugde en toch ook de serieuze benadering. Zelfs het merendeel van het instrumentarium is niet vreemd: contrabas, doedelzak, accordeon, fluit, draailier en gitaar.
Maar het zijn vooral de wat vreemde eenden in de bijt die voor de nodige jus zorgen: hakkebord, kanun en nyckelharpa. Het wordt gecompleteerd door bodhran en mondharp.Met al die instrumenten en de paar stemmen weet Boreas een prettige afwisseling aan klanken te produceren.
Het Iers traditionele Jump to the moon klinkt opgewekt en warm. Het Grieks traditionele Khasapikos zeer fraai met een hoofdrol voor de kanun. Het eerste lied is een bewerking van een gedicht van Jacob Cats. Een hele mooie begeleiding van gitaar, hakkebord en fluit lonkt naar oude muziek, mede door de naar klassiek neigende zang, maar zit vol frivoliteiten. De a capella song Le Papillon doet qua aanpak denken aan de roemruchte dagen van Malicorne. En zo bedient Boreas zich van vele stijlen, gebruikt meerdere klankschakeringen,  diverse tempi, dans-en liedstructuren.
Voor je het weet zit je verrast een hele cd met overgave te beluisteren. Nergens klinkt het macho of gedwee, maar vol overtuiging en aandacht. Toch wat kritische opmerkingen. De Hanterdro Clam had voor mij pittiger en minder behouden gemogen. Als danser zou ik bijna gaan slaapwandelen. En bij een volgende productie graag een betere opnameregistratie van de gitaar. Die klinkt hier af en toe als een goedkoop supermarkt dingetje en komt daardoor nauwelijks uit de verf. Daarbij is het luisteren naar de – bewust – vervormde gitaarpartij in slotnummer Kerfank 1870 een zegen.