Bretonse muziek 1925-1960

Anthologie du patrimoine phonographique Breton
(Frémeaux & Associés FA 5686)

De periode waarin de opnames op deze 3cd-box zijn gemaakt ligt vóór de tijd dat de Bretonse muziek ook buiten Bretagne populair werd. In de periode van de folkrevival is het vooral de live-plaat van Alan Stivell ‘A l’Olympia 1972’ met onder andere Tri Martolod, die hier te lande de belangstelling voor de Bretonse muziek heeft gewekt.

Het label Frémeaux & Associés wil met deze uitgave eer betonen aan een pionier-uitgever uit Bretagne: Hermann Wolf. De volledige titel van deze box is Anthologie du patrimonie phonographique Breton 1925-1960, een mondvol. En als ondertitel staat er nog: La musique bretonne à travers le regard d’Hermann Wolf.
Deze Hermann Wolf, in 1904 geboren, is de zoon van een Zwitser die in Quimper een opleiding als orgelbouwer heeft gevolgd en daar is blijven wonen. Die vader opende er in 1899 al een muziekwinkel. Zoon Hermann heeft hem daarin opgevolgd en nam, met de toen beschikbare middelen, veel muziek op bij plaatselijke feesten, bals en festivals. Vooraleer hij in 1950 zijn eigen platenlabel ‘MOUEZ BREIZ’ oprichtte was hij contactpersoon voor Bretonse muziek bij ‘La Voix de son Maître’.
Het label Gramophone beschikte zo, via Wolf, over opnames van de beste sonneurs en biniou-spelers uit Bretagne. Het platenlabel werd na de dood van Hermann Wolf in 1976, niet verder gezet. Vanaf 2015 zijn een aantal van de uitgaven van MOUEZ BREIZ opnieuw uitgebracht door ‘Keltia musique’, een uitgever die inmiddels ook ter ziele is gegaan.
De pas uitgebrachte cd-box bevat oude opnames die nog niet op cd zijn uitgegeven. Als hulde aan Hermann Wolf bevat die een grote verscheidenheid aan opnames. De eerste cd bevat eerst acht opnames van ‘Binious et Bombardes’ tussen 1925 en 1932. Nadien komen opnames van Gérard Pondaven, die organist was in Quimper en voor Wolf de geprivilegieerde begeleider werd bij zijn opnames van zangers en koren. Het laatste stuk van deze eerste cd bevat zeven Franse teksten, voorgedragen door André Maurice op muzikale achtergrond, gespeeld door Pondaven. Zes teksten zijn van de Bretonse dichter Tristan Corbière (1845-1975) en de zevende gaat over de dood van een visser en is van Anatalole le Braz (1859-1926).
De tweede cd zal voor wie in de geschiedenis van de Bretonse muziek is geïnteresseerd waarschijnlijk de interessantste zijn van de drie. Eerst hoor je acht Bretonse liederen, in 1955 gezongen door de zangeres Zaig Monjaret met orgelbegeleiding. Dan volgen zes liederen, in 1960 gezongen door Andrée le Gouil, alias Andrea ar Gouilh, en op harp begeleid door de zestienjarige Alan Cochevelou. Deze zou later als Alan Stivell bekend worden. Dan volgen twee tracks op harp door Alan Cochevelou, ook opgenomen in 1960. De cd besluit met acht Franse liederen van de Bretonse bard Theodore Botrel. Zanger is Robert Perrin en ook hij wordt begeleid door Gérard Pondaven, dit keer op piano. Perrin opent vanzelfsprekend met Botrels bekende La paimpolaise.
De derde cd bevat vierentwintig liederen in het Bretons, alle gezongen door de erg goede zangeres Eliane Pronost die veel voor MOUEZ BREIZ opnam. Ze zingt zowel profane als religieuze liederen. De opnames dateren uit 1956, 1957 en 1958. De begeleiding gebeurt zowel op piano als op orgel en op Me zo genet e kreiz zingt een koor mee. De laatste vier liederen, met een ruimere begeleiding opgenomen, zijn in 1959 uitgebracht op het toen nog grote Franse label Pathé. Deze cd-box geeft dus een zeer divers beeld van de Bretonse muziek vóór de internationale revival van de folk.