Bube Dame König – Von der quelle bis zur see

Von der quelle bis zur see
(CPL Music CPL059)

Von der quelle bis zur see is het vierde album van het inmiddels gesettelde trio Bube Dame König. Juliane Weinelt (zang, dwarsfluit, mondharp), Jan Oelmann (gitaren, viool, percussie, zang) en Till Uhlmann (draailier, viool, zang) presteren het wederom om een zeer aansprekend album af te leveren.
De inhoud varieert van bewerkte en aangepaste traditionelen tot eigen werk, vaak met teksten van Thomas Kolitsch. Een fraai voorbeeld is Lichtung, dat start als een gevoelige ballade, alsof het een slaapliedje betreft, maar het ontwikkelt zich gaandeweg tot een krachtige, dynamische song met een mooie harmonische begeleiding.
De overgeleverde liederen zijn niet standaard, zowel in herkomst als in uitvoering. Zo is Es steht ein Lind in jenem Tal een haast vergeten lied met een middeleeuwse sfeer, maar door de strakke, wat oosterse percussie en de sterke dynamiek, met vooral de draailier als stuwende powercentrale, verwordt het tot een akoestische folkrockballad.
Met beperkte middelen (gitaren, draailier met af en toe wat aanvullingen) weet Bube Dame König zowel een intieme als een stevige sound neer te zetten met vloeiende melodielijnen en subtiele inkleuringen. De sublieme zang van Juliane Weinelt is wellicht de grote troef: kraakhelder, zuiver, omfloerst en toch krachtig. Het staat in contrast met het door Oelmann gezongen Tuvalu. Dat lied werd uitgebracht als single en kent een, zoals ze zelf omschrijven een ‘rumba flamenca’ groove. Het gaat over vakantiedromen, bestemmingen en heimwee en ondanks het commerciëlere melodietje past het toch binnen het Bube Dame König concept.
Aanbevolen is het melancholieke Kieselsteine, knap gezongen en slechts begeleid door een akoestische gitaar met diepe vioolklanken en met nagalm gedoseerde elektrische gitaar. Ierse folkliefhebbers zullen ongetwijfeld de melodie van Ein rätsel herkennen als Dulaman. Op de geleende melodie zingt Weinelt een bewerkte tekst uit de 10e eeuw over een Engelenraadsel. Een zelfde procedé wordt gevolg bij Froschkönig Prequel, waar de melodie van het minder gekende Liostáil mé Sáirsint de basis vormt en bij Wasser, dat dTigeas a Damhsa als vertrekpunt kent. Heimkehr is dan weer gebaseerd op de Turkse melodie Dağlar Gibi Dalgalari.
Deze wijsheden haal je uit de inlay, maar of het nu uit Ierland, Turkije, Duitsland stamt – er is zelfs een Canadees drinklied – of uit de eigen pen, het doet de coherentie van het repertoire van Bube Dame König geen geweld aan. Integendeel: het trio slaat de vleugels uit op een zeer positieve manier.