Cecilia – Pastourelle

Pastourelle
(Appel Rekords, APR 1380)

Dit trio viert, zich uitlevend op wat kan gelden als de drie basisinstrumenten van het traditionele bal, trekzak (Greet Wuyts), doedelzakken (Jan Leeflang) en draailier (Thomas Hoste), zijn/haar tiende verjaardag op uitbundige wijze met een portie nieuwe melodieën en arrangementen, vooral van de hand van Jan. Nadat de fans haar ontmoetten ‘In bad’, en ze vervolgens ging dansen in ‘Blauw gras’, vinden we haar nu terug aan de oevers van ‘De Zwarte Beek’, waar meteen een stevige bourree in twee tijden ingezet wordt, de doedelzak daarbij het voortouw nemend, maar vrij snel ingelopen door de twee andere instrumenten.
Meteen wordt duidelijk dat Thomas van plan is om op zijn elektroakoestische draailier uitdrukkelijker mee het roer in handen te nemen, en is het tegelijk opvallend dat het bourdongeweld nergens het diatonisch accordeongeluid achteruit stoot. Met haar Walsje voor Veerle countert Greet dit testosterongeweld met een subtiele mengeling van vrolijkheid en melancholie. En waarom de dansers niet uitnodigen om in één ruk van scottish over te stappen in een zwierige polka (Adeline/Adelijn).
Met Paddenregen schreef Jan een complexe, zij het heerlijke wals in elf en vijf, waarbij ze uitzonderlijk in de aanhef een spatje soundscaping toestaan voor zichzelf, waarbij Thomas erin slaagt tokkelend een aardig baslijntje uit zijn bourdonsnaren weet te toveren. Aan tempo ontbreekt het de danser zeker niet in de tovercirkel On the move. Oestrogeen komt dan weer naar boven in de titelmelodie, een aanstekelijke mazurka, waarop de draailier lekker in legato gaat meedrijven. Tijd om af te zakken in de richting van Bretagne, met een bourrée in drie en een gavotte de l’aven (Camelus Dromedarius is echt een pareltje), waaruit alweer blijkt welk stielmanschap Jan tentoon spreidt in zijn neotraditionele composities, terwijl het trio nog steeds evolueert in het uitwerken van heerlijke arrangementen. Het Bretoens uitstapje wordt afgerond met een, door Greet geschreven, uitbundige uptempo an dro. Met hun mazurka/wals Katrien zullen ze ongetwijfeld de gelijknamige dansmeesteres waaraan dit nummer opgedragen is, doen blozen.
Er werd qua inspiratie, meer dan in hun vorige projecten, aangeleund bij de ‘oudere’ traditie. Zo vormt Trol geïnspireerd op de Giga nr. 76 uit het beiaardboek van Gruytters, het voorspel op Thomas’ Rondeau en chaîne, Champs d’Elise. De volheid en de uitgebalanceerdheid van de klankenrijkdom dat doorheen dit hele album weerklinkt doet ons telkens weer vergeten dat hier slecht drie muzikanten en evenveel instrumenten aan de muzikale feestdis zitten.