Chimera: Des Duivels Oorkussen

(tekst: Eelco Schilder)
Wanneer je aan liefhebbers vraagt wat een toonaangevende plaat is binnen de geschiedenis van de Nederlandse folk dan vallen meestal de namen Wolverlei en Fungus. Niet alleen omdat ze hun sporen meer dan verdiend hebben, maar ongetwijfeld ook omdat het twee van de meest succesvolle groepen waren. Wanneer je de vraag anders stelt, bijvoorbeeld: wat is de meest bijzondere plaat uit de geschiedenis van de Nederfolk, dan valt verdacht vaak de naam van de groep Chimera. Er verschijnt een soort insiders lachje en, ik heb het meerdere malen meegemaakt, de verteller raakt in vervoering als hij (want het zijn meestal hij-en die hier graag over praten) de schoonheid van Des duivels oorkussen beschrijft. Dat is nog eens andere koek, niets heldere gitaren en jagertjes die naar de wei gaan.

De muziek van Chimera is geheimzinnigheid, een beetje duister en mysterieus. Te gedurfd voor sommigen in de traditionele folkwereld, maar daar buiten vaak lovend ontvangen. Dit keer in het meesterwerk daarom aandacht voor de debuutlp van de groep Chimera: Des duivels oorkussen. Een plaat die een hele andere kant van de Nederlandse folk laat horen dan de meeste mensen kennen. Bas en Marry Verkade, het duo dat niet alleen aan de basis van Chimera stond, maar tot op de dag van vandaag een echtpaar vormt, vertellen uitgebreid het verhaal achter de band.

Het is de laatste avond van een werkweek in 1973. Bas en Marry spelen wat samen met bassist Ruud Schotting en in datzelfde jaar zorgen ze voor de muzikale omlijsting bij het kerstfeest. Bij het ingaan van het nieuwe jaar zijn ze een duo en dat niet alleen op het gebied van de muziek. Ze repeteren bij Marry thuis, repertoire van Engelse groepen als Gryphon en Pentangle, maar ook van de Eagles en C,S & N. De broer van Marry hoort het duo spelen en sluit zich al snel bij hen aan. Als trio kiezen ze al in een vroeg stadium voor de naam Chimera, naar het vliegende paard uit het sprookje Psyche van Couperus, waarin het dier symbool staat voor ‘inspiratie’. Het trio treedt een aantal keren met succes op in het voorprogramma van de hardrock groep van Ruud Schotting. Na het uiteenvallen van die band sluit Ruud zich aan bij Chimera, dat in een later stadium nog wordt uitgebreid met violist Kees Mook. Er wordt nog steeds Engelstalig gespeeld in jongerencentra en ze doen zelfs mee aan een aantal heuse talentenjachten.

Pas in 1977, na een optreden op een festival in Someren, komen de eerste contacten met de Nederlandse folkwereld. Het blijkt een verademing. Dit publiek heeft aandacht voor de groep op het podium, iets wat ze van de optredens in de jongerencentra niet helemaal gewend waren. Hun eigen muzikale belangstelling gaat inmiddels van symfonische groepen als Genesis tot aan de Franse helden van Malicorne. Ze trekken zich niets aan van de tijd waarin een lied is gemaakt; muziek is een expressiemiddel waarin ieder van de groep zijn ei kwijt kan. De nummers rijpen dan ook voornamelijk op het podium en langzaamaan raken de Engelse nummers meer naar de achtergrond en wordt het repertoire Nederlandstalig. Job Zomer, van het befaamde Stoof-label, hoort de groep spelen en biedt ze aan om samen een lp op te nemen. Zomer geeft de groep alle ruimte, ze mogen de muziek naar eigen inzicht en ideeën opnemen. Het resultaat wordt de debuut lp Des duivels oorkussen.

Des duivels oorkussen
Bas Verkade ontwerpt de hoes voor de lp en weet de muziek van de groep uitstekend te verbeelden. Het lijkt een stilleven uit het lied Daphne, waarin deze dochter van de riviergod Peneios op de vlucht is voor de geilheid van Apollo. Ze wordt gered door de godin van de maagdelijkheid, Diana, die haar in een laurierboom verandert. Met dit lied onderscheidt Chimera zich al direct van de andere Neder­landse folkgroepen uit die tijd. Worden in onder andere de Scandinavische landen al sinds jaar en dag de goden bezongen, in Nederland is dat een zelden voorkomend thema. Deze traditional gaat hand in hand met liederen uit het Antwerps liedboek, een gedicht van J.H. Schaper uit de laat negentiende eeuw, een dans uit de vroege barok en het meer dan acht minuten durende Warris (dat overigens eens is gebruikt in een Belgische documentaire).

Volgens Bas Verkade een goed voorbeeld van hoe Chimera te werk ging. Wisselende tempo’s, een gedragen melodie en experimenteel gebruik van akoestische instrumenten. Een nummer duurt zolang het duurt en hoeft niet binnen de gebruikelijke 3-4 minuten afgewerkt te worden. Opvallend is dat, ondanks de diversiteit van de gebruikte bronnen, de lp een eenheid uitstraalt. Het ‘eigen’ geluid staat voorop en de gekozen liederen worden in dat ‘eigen’ kader geplaatst, in plaats van andersom.

De reacties op de lp zijn zeer positief en de groep gaat vol enthousiasme verder. Omdat de verschillende muzikanten elkaar goed kennen en op dezelfde golflengte zitten is, zoals Bas Verkade het benoemt, ‘de kurk van de fles’. Het plezier in arrangeren is groot en het blijkt ze goed af te gaan. Binnen korte tijd is er zoveel nieuw materiaal ontstaan dat er al snel een tweede lp wordt uitgegeven die de titel Obstakel zal krijgen. Bas Verkade: “Obstakel was voor ons een logisch vervolg en het verschil met Des duivels oorkussen is kleiner dan het lijkt. De sfeer is anders, door het gebruik van synthesizers en doordat drummer Hans de Lange zich bij de groep had gevoegd. We wilden loskomen van het traditionelere geluid en deden dat op Obstakel in twee fases. De eerste kant was folkrock en de B-kant gebruikten we om alle grenzen van onze creativiteit te verkennen.” Niet alleen de muziek verandert, de band wil ook meer eigentijdse teksten gaan gebruiken. Zo krijgen ze toestemming om een gedicht van Bertus Aafjes te bewerken en stoppen ze veel tijd in het schrijven van eigen teksten. Deze eigen pennenvruchten zijn echter niet op tijd klaar voor de plaat en zijn eigenlijk bedoeld voor de derde lp, die er uiteindelijk nooit is gekomen.

Mary Verkade 1979

De post-lp-jaren
Eigenlijk gaat de groep dan een beetje aan zijn eigen succes ten onder. De optredens blijven binnenstromen, vooral uit het oosten van het land en vanuit Duitsland is de vraag naar de band groot. Ze zijn echter geen beroepsmuzikanten en Bas en Marry zitten ook met twee jonge kinderen die opgevoed en onderhouden moeten worden. Zo wordt er in plaats van een internationale tour de moeilijke keuze gemaakt om op het hoogtepunt van het succes de verantwoordelijkheid te nemen voor het gezin. Zodoende wordt het optreden op Rotterdam Folk in 1982 tevens het afscheidsconcert.

Toch blijft het vuur altijd een beetje smeulen. De oude kern van de band, Marry, Bas, Koos en Ruud blijven zelf teksten schrijven en tussen 1986 en 1995 optreden met Nederlandse luistermuziek. Koos blijkt in 1995 MS te hebben en de groep besluit voor de tweede maal te stoppen. Bas is zich steeds meer gaan toeleggen op het schilderen en tot aan 2007 wordt er weinig aan de muziek gedaan. Nu, ongeveer een jaar geleden, is Chimera als trio weer opgestaan. Marry en Bas spelen dit keer samen met hun oudste zoon Marijn en naar eigen zeggen is de chemie weer compleet.

Een chemie die, tot hun grote verbazing, tot aan de dag van vandaag mensen weet aan te spreken. Bas: “Door de dubbelcd Dutch rare folk kwamen we erachter dat er veel liefhebbers zijn van onze muziek, iets wat we ons nooit hebben gerealiseerd. We konden het ons gewoon niet voorstellen dat zelfs nu mensen onze muziek, die toch uit de jaren tachtig is, nog zo mooi vinden. Maar de reacties die we krijgen bewijzen toch het tegendeel. Het zou heel leuk zijn als we de lp’s vanaf de mastertapes zouden mogen remixen en opnieuw uitbrengen. Vooral Obstakel zouden we graag onder handen nemen. Eigenlijk hadden we kort na het verschijnen van die lp al ideeën over hoe de plaat anders zou kunnen. Het is voor ons echt heel leuk te horen dat mensen onze platen grijs hebben gedraaid, eigenlijk is dat het doel dat we altijd voor ogen hebben gehad; mensen te raken met onze muziek en wellicht een gevoel van geluk en plezier meegeven. Nu we weer als Chimera het land in willen trekken hopen we ook een brug te kunnen slaan naar een jong publiek. Wat goed was willen we koesteren, maar niet daarin blijven hangen.”

Wie weet is Chimera dus binnenkort weer bij u in de buurt op het podium te bewonderen en laten we Bas Verkade bijvallen in zijn wens om vanaf de mastertapes de platen opnieuw te mogen uitgeven en mixen. Heren platenbonzen, de bal ligt bij u.

Vanaf deze zomer on-line: www.chimera.nu voor meer informatie over de groep.

Op basverkade.exto.nl vindt u een overzicht van het schilderwerk van Bas Verkade.

Discografie:
Des duivels oorkussen (Stoof MU 7463)
Obstakel (Stoof MU 7483)

© Dit artikel door Eelco Schilder verscheen in de serie Het meesterwerk in New Folk Sounds 118 (augustus/september 2008) en wordt in het kader van de folkcanon opnieuw gepubliceerd.