Chris Foster – Hadelin

Hadelin
(Green man Productions GMCD 008)

Chris Foster maakte in de jaren zeventig twee schitterende folkalbums (All things in common en Layers) en leek daarna spoorloos te zijn verdwenen. Laat in de vorige eeuw kwam een opvolger en sindsdien produceert Foster met enige regelmaat nieuw werk. Solo of in samenwerking met partner Bara Grimsdottir als Funi. En liever een beperkte, maar hoogstaande productie.
Als Foster iets uitgeeft, dan is dat ook de moeite waard. Foster was ook een van die Britten die de zogenaamde Britse gitaarstijl ontwikkelden, met als meest bekende vertegenwoordiger Martin Carthy. Het liefst hoor ik hem nog steeds met de gitaar als begeleidingsinstrument. Zijn spel  is harmonisch, de balans is in evenwicht en ondanks de vele ornamenten is het telkens efficiënt en nergens opdringerig.
En dan die stem: warm, ietwat nasaal, maar helder en zeer prettig om naar te luisteren. Na wat omzwervingen is Foster ook qua repertoire min of teruggekeerd naar wat hij in zijn beginperiode deed. Hadelin bevat een overzicht van songs die in de afgelopen veertig+ jaren zijn pad kruisten. Het is voor alle duidelijkheid een verzamelaar noch een ‘best of’. Alle nummers zijn nieuw opgenomen en niet eerder door Foster op plaat gezet.
Het begint met een fraaie uitvoering van een klassieker, The seeds of love. Stem en gitaar van Foster, maar de rol van gastvioliste Jackie Oates mag niet onvermeld blijven. Foster neemt nog enkele zwaargewichten op zijn schouders. Rosie Ann en The Holland handkerchief zijn zeer vakkundig en met passie uitgevoerd, met opnieuw Oates in een glansrol.  Jammer dat de tracks direct na elkaar zijn geplaatst. Deze ‘zware’ ballads vergen al je aandacht, ook al door een lange speelduur.  Met een andere speelvolgorde waren ze wellicht beter naar voren gekomen.
Ook twee werken van Leon Rosselson staan op de playlist. Once when I was Young, maar met name de bewerking van het epos Who reaps the profit? Who pays the price is groots, mede dankzij gastmuzikanten en zangers Jackie Oates, Trevor Lines, John Kirkpatrick, Amy Dawson, Jim Causley, Jim Moray en Bara Grimsdottir.
Fraaie, ingetogen, maar krachtig uitgevoerde songs als The Gardener, The trees they do grow high, het knap meerstemmig a capella gezongen the trees they’re all bare  en The life of a man vullen de cd. Opmerkelijkste track: slotlied Spring song. Na een carrière van meer dan veertig jaar als muzikant en vertolker het allereerste zelf gecomponeerde lied. Het gaat hem, net als de rest van de cd, prima af!