Chumbawamba, Garmarna en Cyberpiper

Door Luther Zevenbergen


Chumbawamba, Garmarna en Cyberpiper op Folkwoods, Nuenen, 14 augustus 2005

Folkwoods was ook dit jaar weer een gezellig en muzikaal interessant festival. Persoonlijk heb ik het meest genoten van het programma op de zaterdagavond. Daarom bespreek ik, vooruitlopend op de festivalimpressie in de komende NFS, alvast drie acts, die op die avond optraden.

Chumbawamba is niet een band die je verwacht op Folkwoods. Niet iedere folkliefhebber weet waarschijnlijk dat zij al eind jaren tachtig een folk-lp hebben opgenomen, met Engelse protestsongs uit de periode 1381-1914. In hun akoestische set (a capella of met gitaar- en accordeon-begeleiding) waren enkele nummers van die plaat te horen. Maar ook bekende nummers uit hun dance-periode, zoals Enough is Enough, waren voor de gelegenheid in een folk-jasje gestoken. Even moeiteloos liet men punk-classics als Bankrobber van de Clash dezelfde metamorfose ondergaan. Het publiek leek aanvankelijk sceptisch ten aanzien van deze vreemde eend, maar werd door het intieme en ontwapenende optreden toch over de streep getrokken. Een openbaring wellicht voor het folkpubliek, maar wie Chumbawamba beter kent weet dat de zoete meerstemmige zang al vanaf de begindagen van de groep, ondanks raspende punkgitaren of modieuze beats, hun handelsmerk is.

Aan het eind van de avond, toen de lang verwachte regen eindelijk begon te vallen, betrad Garmarna het hoofdpodium. Door met nummers als Herr Holger en Gamen te starten werd meteen de toon gezet. Bevlogen en in een hoog tempo werden de weergoden bestreden. Dit was niet de eerste keer dat ik ze live aan het werk zag, maar wederom overtuigden ze mij van het feit dat volksmuziek moeiteloos meegroeit met de jongerencultuur. Zangeres Emma strooit haar hemelse vocalen meestal uit over het publiek in standbeeld-pose. De rest van de band zorgt voor de energieke uitstraling.
Muzikaal is het ook dik in orde. De zangeres beschikt over een prima techniek, de draailierspeler/violist zet de volksmelodien kundig neer. Waarna de rest van de band, hier en daar met behulp van voorgeprogrammeerde electronica, het geluid opvult tot een stevig geheel. De band bewijst nogmaals dat ze een van de beste, of in ieder geval meest energieke, Europese folkbands van dit moment zijn.

Rond middernacht trad op het kleine podium de Cyberpiper aan. Deze Luxemburgse doedelzakspeler had een bijzondere act, zoals zelden te horen is op een folkfestival. Uit mijn observatie concludeer ik dat er slechts drie reacties mogelijk waren: gergerd weglopen (de puristen), met open mond staren, alsof er een ruimtewezen waargenomen wordt (de realisten) of elke noot gewillig opzuigen, de goede man interviewen en via lyrische recensies de hemel inschrijven (ondergetekende).
Het publiek werd meteen al verrast door de theatrale podiumact. In een soort robotpak liep de Cyberpiper met zijn MIDI-bagpipes over het podium, en zong hij staand achter zijn cyber-katheder. Maar dat het om een gimmick gaat, (een klacht die ik al vernomen heb) wil ik graag bestrijden. De muziek zit goed in elkaar. Zijn doedelzakspel is degelijk en de manier waarop hij de traditie met moderne muziek combineert is van een zeer hoog niveau. Hij leunt niet achterover met eenvoudige housebeats. De geluiden die hij uit zijn apparatuur tovert zijn eigenzinnig, de sequences tegendraads. En toch wringt het nergens bij de typische folkritmiek van zijn doedelzak. Als je zelfs traditionals als Step it out Mary kunt laten klinken alsof Marsbewoners ze op aarde hebben gentroduceerd, dan ben je meer dan een vernieuwend artiest.

datum: 13 augustus 2005