Damast (Duo) – Birds of Passage

Birds of passage
(eigen beheer, www.damast.duo)

Toen hij na zijn vlucht uit Syrië in België aanbelandde, werd violist Shalan Alhamwy snel omarmd en binnengerijfd in de Gentse muzikantenwereld. Zo ontmoette hij accordeonist Jonas Malfliet binnen een workshop ‘Arabische viool’ tijdens het ‘Fiddlers on the Move’-festival. Jamgenot leidde snel tot goesting een duo te vormen, wat in 2018 resulteerde in een eerste album Safar, waarin ze reisden door die landen die zijn moederland verbindt met zijn huidige stek. Hun omzwervingen leiden steeds naar nieuwe muzikale contacten met andere muzikanten, vanuit hun devies steeds op zoek te zijn naar een universele taal, eigen aan muziek.
Voor Birds of passage streken ze samen neer met de in Straatsburg verblijvende Venezolaanse gitarist en trompettist Ray Riveros en de Turkse – in Denemarken verblijvende – zangeres en sazspeelster Luna Ersahin. Het viertal weefde heel verfijnde, kleurrijke instrumentale weefsels rond haar stem, en de poëtische teksten die ze vertolkt. Hun gezamenlijke trektocht lijkt hen nauwelijks krachten te kosten, hun muzikale vleugels worden moeiteloos gedragen door de lichte deiningen in de thermiek op hun koers. Zo laten ze ons mee zweven over een elftal, heel boeiende Europese muzikale erfgoedsites.
In het wiegelied uit het Oosten van Turkije Atem utem men seni zetten de stem en het sazspel van Luna meteen de toon, de anderen uitnodigend haar zacht te omspelen.
Diezelfde melancholieke rust zet zich door in het door haar in Denemarken opgepikte Se nu stiger solen (Jakob Knudsen, 1897), ook al voert dit begrafenislied ons binnen in een heel andere traditie, aan de andere zijde van ieders levenscyclus.
Luna valt vervolgens terug op de Deense traditie met de zelf geschreven ballade Ulvekonen, waarin een jonge vrouw die zich verloren voelt te rade gaat bij een oude vrouw die tussen de wolven leeft.
Ook Ray Riveros laat zich onderscheiden met zijn inbreng van zijn El dragon de agua waarin trompet en accordeon een prominente plaats innemen, terwijl Jonas een tekst vol metaforen schreef op een traditionele melodie in La chercheuse d’oiseaux. Soms moeten mensen hun thuis verlaten om ver weg een ander bestaan op te bouwen. Kunnen en mogen ze ook daar dat thuisgevoel terugwinnen? En waar haalt Luna de dictie vandaan om dit Nederlandstalige nummer zo perfect in te zingen?
Met haar Yaylalardan bezingt ze vervolgens het eeuwenlange nomadenbestaan van de Koerden, terwijl ze ons in het traditionele Turkse lied Min digo melé laat meegenieten van een ontmoeting tussen een man en een engel. Eén instrumentaal nummer van en door Jonas Malfliet siert deze schijf: Voor Vilma, waarin hij een nostalgische Finse liefdesgeschiedenis evoceert.
Voor het traditionele liefdeslied uit het Syrische Aleppo trokken ze gastpianiste Nathalie Loriers aan. Ook daar is liefde ook lijden, wat onder meer mee uitgedragen wordt door de klagerige trompetlijntjes. Jonas zette muziek op Luna’s Lille Fugl, dat hun muzikale avonturen tijdens deze tocht nog eens bondig samenvat.
Geen trektocht zonder een wild feestje op eind. Hier is het niet anders wanneer ze terechtkomen in de Roemeense Tziganewereld met Joc Tiganesc, waarin de scattende stem van Luna ons dansend op de tafels doet springen. Waarna de rust terugkeert vanuit een mijmerend, onaangekondigd extraatje, een traag uitdovend coda waarin Jonas soleert op piano.