David Munnelly – Aonair

Aonair
(Appelrekords, APR 1387)

Met dit solo-album waarvan de titel meteen verwijst naar het solitair karakter ervan, biedt de Ierse, in Utrecht wonende trekzakspeler David Munnelly een portie nieuwe composities waarin hij uit zowat alle vaatjes tapt die verbonden zijn met zijn verbazingwekkende creativiteit. Hij voelde de nood aan eens alleen aan de slag te gaan, hoogstens zichzelf begeleidend via enige doubletracking.
Zijn achtergrond is ontegensprekelijk traditioneel Iers, terwijl zijn jarenlange experimenten qua techniek en muziekstijlen talloze deuren opende waarmee nieuwe muzikale interieurs betreden worden. Hierbij verkent en demonstreert hij haast grenzeloos het harmonische bereik en het ritmische potentieel ervan. Vanuit die Ierse spirit, onlosmakelijk verbonden met de adem van zijn instrument, reikt hij de hand naar andere muzikale werelden, die even goed als zijn wortels, de vreugdes en verdriet van het leven uitwasemen. Dit maakt hem trouwens onmisbaar binnen het internationale trekzakcollectief Samurai, waar hij sinds 2010 deel van uitmaakt.
Niet toevallig wellicht dat het eerste nummer dan ook inzet met het geluid van een deur. Knowing vormt alvast een uitnodiging om even terug te kijken naar tijden waarin we gehoopt hadden te weten wat we nu weten.
De meeste composities ontstonden binnen het tijdsbestek van een tweetal jaar en verwijzen meestal naar gebeurtenissen in zijn onmiddellijke omgeving. Zo is er het lichte en toch ook wat plechtige Lily een blije verwelkoming van zijn allereerste nichtje. De titelsong is uiteindelijk het resultaat van een eerste experiment op een nagelnieuwe, van extra bassen voorziene, accordeon. Moeten we van hieruit de aarzelende beginakkoorden begrijpen, of de soms bevreemdende tussenpassages, inclusief enkele vocalisaties?
Graag laat hij een filosofische beschouwing oprijzen als inspiratiebron. In Emannuelle beklemtoont hij instrumentaal de gedachte dat we, waar we ook vertoeven, zowat allemaal dezelfde beslommeringen en bekommernissen hebben. Fascinerend is het ook hoe hij de bassen laat vibreren in Déja vu. Ook Sos is een innemend, haast minimalistisch nummer waarin de vocale klankpatronen heel zachtjes gaan deinen. Dit staat nogal in contrast met het heel originele, percussieve Corazon (verwijzend naar een favoriet merk van koffiebonen), waarbij geklap en steunende balgen het koffiezetproces dienen te evoceren.
Heel melancholisch wordt het opnieuw in Someone, waarin hij de dialoog aangaat met de klanken van de Utrechtse beiaard, bespeeld door Magosia Fiebig, in een ode aan zijn huidige thuisbasis, die hem zo goed onthaalde. Hoewel David aangeeft Transparent geschreven te hebben in een periode waarin hij sterk aan het worstelen was met zichzelf, lijkt deze compositie wel een deel van de oplossing geweest te zijn. Op zijn minst schijnt er duidelijk licht aan het eind van de tunnel en ontbreekt het niet aan speelzucht. Na een bezoek aan de eregalerij van burgemeesters van Heidelberg verlaat de meester de ruimte, de deur achter zich dichtklappend, om zich op het marktplein vol geroezemoes te begeven, aan het carillon de laatste noten gunnend.
Het zijn vooral de natuurlijkheid en het vloeiende van zijn fraseringen, de stevige groove, en de virtuositeit waarmee hij zijn nummers in laagjes uitbouwt, tegelijk spelend met melodie en ritme, die hem tot een van de grote actuele meesters op dit instrument verheffen. Mee vanuit zijn compositorische talent duwt hij de expressieve mogelijkheden naar nieuwe limieten.