David Olney – Migration

Migration
(Loudhouse Records lhr2007/Sonic)

In 1970 zat David Olney al in zijn eerste bandje, genaamd Simpson waarmee hij een jaar later de LP “Black Betty” maakte. Daarna verhuisde hij van Rhode Island via North Carolina naar Nashville en formeerde daar zijn eigen groep “The X-Rays”. Toen die weer ontbonden was volgde een reeks soloplaten voor diverse platenmaatschappijen waarmee hij naam en faam verwierf als liedjesschrijver. Ook in ons land is hij al jaren een zeer graag geziene gast op de folkpodia.
“Migration” is inmiddels de negentiende plaat van singer/songwriter David Olney en de bron blijkt nog niet opgedroogd. Van de elf tracks zijn er negen eigen composities, waarvan twee in samenwerking met John Hadley en een andere met Gwil Owen. De songteksten staan helaas niet het cd-boekje. “Als ik geen liedjes schreef zou ik acteur zijn”, aldus David Olney en die houding werkt door in zijn manier van zingen en tekstschrijven. Olney vind zingen een vorm van acteren, het gaat er om hoeveel je er van jezelf in kunt leggen. Expressie en emotie zijn belangrijker dan het gegeven of elk toontje wel precies goed is. Toontjes zijn er in ieder geval in overvloed op deze plaat en vooral in grote variatie. Het ene moment is Olney een intieme balladeer, dan leeft hij zich uit in een hartverscheurende blues of een stevig rocknummer. En toch past het allemaal bij elkaar, bijna zoetige countryliedjes als “No one knows what love is”, en het Neil Young-achtige “All the same to me” en darnaast de afsluitende rocker “Upside down”. Olney heeft een ietwat lijzige manier van zingen, een doorleefde stem die net een fractie achter het ritme aan lijkt te zitten. Deze plaat zal in de winkel wel in het vakje ‘countrymuziek’ terechtkomen, maar sommige artiesten overstijgen genres en zijn gewoon zichzelf. En daar is dit persoonlijke document weer een bewijs van. Laat ik tot slot de fraaie woorden van Emmylou Harris uit het cd-boekje citeren. “David Olney tells marvelous stories, with characters who cling to the hope of enduring love, all the while crossing the deep divide into that long dark night of the soul. They are saints and charlatans, gypsies and thieves, the ordinary and extraordinary. They are you and me.”