De wondere en veelzijdige wereld van Olov Johansson

Olov Johansson, Erika Lindgren Liljenstolpe & Robert Larsson
Maskin 
(Olov Johansson Musik, OJM 011)

Hoewel de Zweed Olov Johansson geldt als onbetwist grootmeester op de nyckelharpa, en hier vooral bij Väsen reeds jaar en dag bekendheid mee verwierf, kan hij ook heel aardig overweg met de viool. Dit blijkt niet in het minst op het album Maskin waar hij voor het eerst officieel een trio vormt met Erika Lindgren Liljenstolpe en Robert Larsson, twee bevriende violisten waarmee hij samen reeds jaar en dag bij gelegenheid de snaren strijkt.
Voor dit project zochten ze sprankelende vioolstukken uit die rechtstreeks afstammen van de Uppland traditie, dit vanuit hun gedeelde liefde voor de lichte, swingende en tegelijk heel energieke vioolstijl van voorgangers als Viksta-Lasse, Eric Sahlström, Curt Tallroth en Bosse Larsson.
Het trio bezocht doorheen de jaren veel oudere violisten, waarvan ze melodieën overnamen en inspeelden. Hun belangrijkste gemeenschappelijke rolmodel is ongetwijfeld Bosse Larsson gebleken, de vader van Robert en neef van de trendzetter Viksta-Lasse (1897-1983), pseudoniem voor Leonard Larson. Bosse stak zelf enorm veel op van zijn oom, terwijl deze laatste als jonge violist in de leer was gegaan bij de landelijk bekende Hjort-Anders Olsson (1865-1952) uit Dalarna, die verhuisde naar Uppland. Hij kende ook veel nummers van de vooral voor zijn walsen bekende Gås-Anders oftewel Anders Ljungqvist (1815-1896) die hij had geleerd van zijn vader Lars Larsson (1870-1956).
Een stevige twintig (dans)melodieën sieren dit volledig instrumentale album. Daaronder heel wat traditionele nummers die via de hiervoor beschreven overleveringen bij dit trio aanbelandden. Geen gebrek aan polskas (zoals Lilla Hin), walsen en marsen uit de diepe traditie. Daarnaast ook eigen composities in de bloemlezing. Zo schreef Erika Bosse & Barbro ter gelegenheid van de 70ste verjaardag van haar idool.  Robert Larsson tekende onder meer voor een zwierige polska Livsförljuverskan, waar Olov een al even flitsende tegenover plaatst met Dr Erika, terwijl Polska till Ole Hjort er dan weer eentje is van de hand van Viksta-Lasse uit 1976.
Van Robert onthouden we voorts Elsas dopvals, een wals die hij componeerde naar aanleiding van het doopsel van zijn dochter. Aan Curt Tallroth ontleenden ze de scottish Schottis i allmogestil en we maken ook kennis met een polkett (naar Gås-Anders) een Zweedse uptempo variant op de polka.
Overtuigd dat deze muziek best tot zijn recht komt voor een levend publiek, vonden de studio-opnamen plaats voor een 50-tal aandachtige, nauwelijks hoorbare (op kousenvoeten dansende?) luisteraars.

Anders Bromander & Olov Johansson
Sommarlåt 
(Olov Johansson Musik, OJM 012)

Ons was het minder bekend dat Olov reeds een kwarteeuw op regelmatige basis zijn nyckelharpa positioneert tegenover het (barok)orgel en de piano van Anders Bromander. Nooit eerder verscheen iets op plaat van dit huwelijk dat ons echt weet te bekoren. Deze sacrale duoconcerten vinden logischerwijze doorgaans plaats in kerken, en bieden een unieke gelegenheid om de krachtige en swingende benadering van de nyckelharpa te laten aanleunen tegen de rijke arrangementen en het responsieve spel van Anders.
Misschien wat tegen de verwachtingen indruisend swingt dit moois behoorlijk, en ontbreekt het ook hier niet aan finesse, humor en verrassende wendingen. Ze kozen ervoor om een bloemlezing aan te bieden die een mengeling vormt van nieuwe composities, naast wat ouder werk dat eerder al uitgevoerd werd in grotere bezettingen. Tegelijk vermengen ze traditionals uit Uppland met nieuw werk dat zich vanuit verschillende bronnen laat inspireren.
Veel van die nieuwe composities komen tegemoet aan de Scandinavische traditie om levensgebeurtenissen van familieleden en vrienden te vereeuwigen met een nieuw dansnummer. Plechtstatig wordt ons als opener het titelnummer,  een compositie van Olov, voorgeschoteld en krijgen we meteen een inwijding in hoe de fluwelen snaren zich kronkelen doorheen de zware orgelklanken. Vooral de inzet op nyckelharpa, meteen gecounterd door een zware baspartij vanuit het orgel, trekt hier meteen de aandacht.
Speciaal voor het huwelijk van Olov en Maggan Norberg schreef Johan Hedin in 1999 de Dalbypolskan, hier eveneens in een op orgel begeleide versie. Olov kroop zelf voorts nog in de pen voor een lichtvoetige Brudpolska, waarbij Anders orgel ruilt voor piano en hiermee voorziet in een vrij jazzy gekleurde ondersteuning, en een Mattis vals, die door het orgel naar hogere einders opgetild wordt. Atmosferischer is dan weer zijn op piano mee gedragen Alvaringen. Invloeden vanuit de Latin-jazz zijn vervolgens schering en inslag in Anders’ Choro para Elin. Hij is overigens de arrangeur van dienst binnen dit project.
Verder vinden we op dit album een half dozijn interpretaties van traditionele dansen, voornamelijk polskas. Ook in deze nummers, zoals Visa frän Kulla verlaat Anders de platgetreden paden door herhaaldelijk te gaan freewheelen op de piano, waardoor zich heel diverse variaties op het thema weerklank vinden. Voor de afsluiters, een rid- en brudmarsch, verkozen ze andermaal de grandeur van het orgel te benutten om de thema’s van een barokke inkleuring te voorzien.

Väsen
Rule of 3 
(Väsen, East Side, NSD7102)

Met de regelmaat en klokvastheid van een Zweedse klok brengt dit trio, dat zijn dertigjarig bestaan vermag te vieren, een nieuw album uit. Dat ze ondertussen een uitmuntende status verworven hebben in de wereld van de Scandinavische folk staat buiten kijf. Kunnen ze ons ook nog steeds opnieuw verrassen?
Voor de titel grijpen ze dit keer alvast terug naar een Wikipediapagina die hen leert dat ‘De regel van drie’ verwijst naar een principe dat suggereert dat een trio aan gebeurtenissen of karakters grappiger, bevredigender dan wel effectiever is dan elk ander aantal. Hun trio is alvast een duurzame fundering gebleken voor een muzikale exploratie, die volledig beheerst wordt door drietijdige ritmes, met de Zweedse polska aan top, en drie decennia lang mee de Zweedse folk wisten in te kleuren. Een trio dat ontstond uit een experiment om nyckelharpa en gitaar te laten samenklinken, waar de altviool zich mee tegenaan ging nestelen.

Alvast bleek er geen tijd om een best-of compilatie of iets gelijkaardigs, samen te stellen. Hun duurzame energie halen ze nu eenmaal uit het werken rond steeds weer nieuwe composities, die ongetwijfeld het fundament leggen voor een nieuwe traditie. Hun wederzijdse verkenning van hun drie heel specifieke muzikale persoonlijkheden blijft hen immers uitermate boeien. Mikael Marin (vijfsnarenviool, cello), Olov Johansson (nyckelharpa, contrabasharpa) en Roger Tallroth (12-snarengitaar, ‘Gammelgura’ gitaar) raken niet met elkaar uitgespeeld.
Ze verdeelden evenwichtig het aanbod aan vijftien nieuwe nummers, vaak geïnspireerd door hun gemeenschappelijke ervaringen. Zo heeft het er alle schijn van dat elk bezoek aan Japan voorafgegaan wordt door een storm, getuige Marin’s Typhoon Nozaki.
Maar het kan nog anekdotischer, zoals in zijn Rosenlundsvalsen, smachtend naar de heropening van het café in het gelijknamige park, of steunend op een dichttekst in Josefin. Een typevoorbeeld werd het van het belang van het invoegen van ‘rusten’ in een melodielijn om te accentuering te versterking. Hij kroop ook in de pen voor de huwelijksmars Hållfastmarschen, terwijl Tallroth een bijblijvertje schreef voor zijn dochter Elsa, terwijl ook zijn Vals för gitarr best te genieten valt.
Ook Johansson hield zich niet onledig, met onder meer Miss Hell, een recent gecomponeerd nummer dat voortbouwt op een oude cassetteopname uit 1988, of de swingende polska På väg. Top vanuit zijn melancholische wendingen is ook Krutgumman van Marin, een stuk dat hij schreef voor de tachtigste verjaardag van zijn moeder. De rest van de vijftien – hier gebundelde – nummers hoeft nauwelijks onder te doen.

Ze blijven toch maar lekker hun ding doen, en blijven zo een perfect voorbeeld van hoe talentvolle artiesten hun eigen genre, in dit geval de Zweedse traditie, weten te overstijgen vanuit eigen composities, soms heel subtiel met lichte zijstapjes naar jazz, klassiek of rock. Want hoewel akoestisch, wisselen frivool lichtvoetige en pittige powerpassages elkaar af. Hun vaak briljante arrangementen, waarbij de instrumenten bijna orkestraal weerklinken, in een voortdurende wisseling van voorgrond en achtergrond, staan niet toe één solist naar voor te schuiven. Daarenboven leveren ze eens te meer het bewijs van hoe op zich eenvoudige basismelodieën (die mogelijk snel zouden gaan vervelen) omgetoverd kunnen worden tot boeiende muzikale verhalen.
Deze drietakt blijft minstens even krachtig als drie decennia terug.  We verwachten dat dit nog een hele tijd zal aanhouden.

WWW.OLOVJOHANSSON.SE