Verslag Deerlycke 2011

deerlycke201119 t/m 21 augustus – Deerlijk

Afgelopen jaar maakte de organisatie van Deerlycke bekend dat ze het roer zouden omgooien. Grote namen wisten in de recente edities nauwelijks de verwachtingen waar te maken, maar drukten wel op het karige budget. Er zou nu vooral gekeken worden naar nieuwe, innovatieve, kwalitatief goede bands en niet langer naar de grote naam met dito prijskaartje. Dat het prijskaartje blijkbaar niet altijd even groot is als de reputatie binnen de folkwereld, bleek wel uit sommige namen op het programma, zoals David Munnely en Seth Lakeman.

De vrijdagavond was het opwarmertje met het Franse As de Trefle en de Ierse accordeonist David Munnely. De zondag is traditioneel ingeruimd voor balfolk. De liefhebber die louter voor de muziek komt, kon terecht op zaterdag met een mooi volgepakt programma.
Wim Claeys opende het bal met een cabaret-programma, bestaande uit liedjes met de accordeon en verhaaltjes. Het niveau wisselde nog al, kreeg hij met zijn cursus ‘Gaants’ nog de lachers op de hand, andere stukjes kwamen niet echt uit de verf. Dat lag deels aan de setting (misschien had dit beter in de kleine tent gekund, met het publiek op stoelen), maar wellicht ook aan het prille stadium van Claeys’ nieuwe initiatief. Want dat hij geestig is, weten we nog wel uit zijn Ambrozijn-tijd. Na Wim Claeys was het de beurt aan Snaarmaarwaar, en groep met balfolk-muziek die, raarmaarwaar, hiervoor alleen een beroep op snaarinstrumenten doen. Het is boeiend te horen hoe zij zoveel afwisseling weten te brengen met zo’n beperkte line-up. Ze weten zowel met ingetogen als uitbundige nummers te overtuigen en zijn voor de stoelzitters even interessant als voor de bal-dansers. ‘t Kliekske deed een speciaal optreden voor de kleinste bezoeker die eerder op de middag met de groepsleden zelf instrumenten hadden gefabriceerd. Persoonlijk ben ik iets te oud voor ‘k zag twee beren, maar voor de jongste bezoekers was het een leerzaam en gezellig optreden.
De avond stond, naast twee Britse bands, vooral in het teken van Occitaans repertoire. Stille Volk beet het spits af met hun logge powerfolk. Met de lage, sonore stemmen verraadde ze nog enigzins hun metalachtergrond, het spel van de frontmannen op draailier en nyckelharpa was toch dik in orde en zette op het vroege avonduur de grote tent in vuur en vlam. Het duo Castanha é Vinovèl zette met een eenvoudige opzet van accordeon en draailier en drums een aanstekelijks set met liedjes en balfolkmelodieën neer. De dames van La Mal coiffée, sloten met meerstemmige volksliederen het occitaanse deel van het programma af.
Ondertussen had Seth Lakeman al de eer van top-act van het festival waargemaakt. Met een redelijk evenwichtige doorsnede van zijn verschillende cd’s liet hij horen waarom hij in Groot-Brittannië wel degelijk als een ‘grote naam’ beschouwd wordt. Zijn unieke synthese tussen traditie en modernisme, zowel in de muziek als in de tekst, in combinatie met zijn krachtige stem en fraaie vioolspel, maakt hem een paradepaardje van de Britse folk die in Europa veel te veel over het hoofd wordt gezien. Het toetje op de zaterdag van Deerlycke is the Lazy Boy Chair, die een aantal jaar geleden ook al op het programma stond en toen ook de tent op zijn kop zette en met recht voor deze gelegenheid werd terug gevraagd.

De sfeer op het festival was zoals altijd weer goed. Het festival is klein, gezellig en een verademing in vergelijking met de kermis in dat andere westvlaamse dorpje. Als dan ook het programma ook nog dik in orde is en de prijs laag, dan hoor je deze Hollander niet klagen. Deerlycke nieuwe stijl mag blijven.

Tags: