Duo De Schepper-Sanczuk – Port de Taipana

Port de Taipana
(Appel Records APR 1390)

Een handleiding over hoe je een gitaar en een viool ombouwt tot een orkest wordt ons aangereikt door Florian De Schepper (akoestische en klassieke gitaar, Griekse bouzouki en percussie) en Anouk Sanczuk (viool en altviool). Twee muzikanten die steeds her en der opduiken binnen de folk, maar evengoed een uitstap maken naar aanverwante genres zoals de jazz en de world. Hun beider klassieke en jazz opleiding aan het conservatorium drukt hierbij evenzeer een stempel op hun rijke, telkens weer variërende speelstijl, waarbij ook veel ruimte laat voor improvisaties.
Sinds ze zich als duo outten sinds 2015 en twee jaar terug al de aandacht trokken met hun debuut Perron 12, is hun synergie alleen maar toegenomen, zoals mag blijken uit hun tweede album. Beiden sloegen hiervoor zelf aan het componeren, hun inspiratie zoekend vanuit verschillende Europese folkstijlen. Een kabbelend riffje op gitaar vormt een frisse instap in Lochtinge suite, waarin hun gracieuze meesterschap in het bespelen van dynamische wendingen zich onmiddellijk verraadt, waardoor spanningsbogen elkaar in lustig tempo opvolgen. De belofte kondigt zich aan dat verder luisteren ons naar zwoele einders zal leiden.
Port de Taipana, (net als het eerste) een nummer van Anouk Sanczuk, willigt dit onmiddellijk in door ons te laten fantaseren over Caraïbische stranden, ook al lag dit Italiaans bergdorp op hun route naar Slovenië. Die multicolore, zonnige insteek zet zich doorheen de hele plaat verder, zelfs in een intieme, traag ingezette wals zoals Valse pour Riet van Florian, of zijn Bomloze wals die ons doet wegdromen in een swingende jazzy balzaal tijdens het interbellum.
Middenin is er het rustmoment Berceuse de l’hibou, waarin Anouk alweer een staaltje biedt van haar vaardigheid om haar instrument ook ‘minimalistisch’ te benutten. Maar dit album wervelt ondertussen alweer verder, met nummers waarin achter elk hoekje een verrassende wending verwacht mag worden; een flamenco intermezzo in Far de formentor, of een Scandinavische toets in Bemol bijvoorbeeld.
Dit album bijt zich in je vast, en biedt je geen kans even de ‘exit’ te nemen. Ze duurt dan ook veel langer dan je na de laatste noot in gedachten hebt. De hoesfoto? Die werd niet genomen ergens in tropische contreien, maar gewoon in Kinrooi, tegen de Nederlands-Belgische grens.