Een verborgen muzikale belevenis

De bekendste plaats aan de Wolfgangsee in Oostenrijk is ongetwijfeld Sankt Wolfgang met het beroemde “Im Weissen Rössl”. Het etablissement stond model voor de gelijknamige operette. Daar niet ver vandaan, in Sankt Gilgen, is een museum dat liefhebbers van volksmuziekinstrumenten zal doen watertanden. Het telt een verzameling van zo’n 4500 instrumenten vanuit de hele wereld. Ze zijn overzichtelijk uitgestald in een ruimte waar een schoolklas net in zou passen.

De instrumenten zijn vanaf 1962 vergaard door mijn ouders”, vertelt de huidige beheerder en conservator Askold zur Eck: “Het eerste instrument was een Afrikaanse apenveltrommel.” Beide ouders waren in die tijd muziekdocent in Wuppertal in Duitsland. “Daar werden de instrumenten verzameld. Mijn ouders hebben de instrumenten af en toe bij het onderwijs betrokken zodat de leerlingen ook iets anders leerden kennen.”

Askold Zur Eck met een deel van de verzameling

Kennissen van de familie kenden de weg in diverse landen en kwamen met tips. “Die waren zelf muzikant en wisten waar je goede en professionele instrumenten kon krijgen.

Eind 1995 verhuisde de familie naar Sankt Gilgen. “Daar hebben we alles opgebouwd en in juli 1997 is de tentoonstellingsruimte geopend. Wij hebben de verzameling instrumenten aan de gemeente geschonken.” Askold zur Eck werd aangesteld als beheerder. “Mijn brood krijg ik van de gemeente,” voegt de beheerder breed grijnzend toe.

Maultrommel

De verzameling is op zich al indrukwekkend, maar het echte genieten begint toch als Zur Eck enkele interessante instrumenten uit de verzameling gaat bespelen. Een Mexicaanse kleifluit, een Oostenrijkse maultrommel, een Thais mondorgel of een Zwitserse waterfoon, hij bespeelt ze allemaal met passie. Al snel ben je geboeid door de veelzijdigheid van klanken die de conservator uit de instrumenten te voorschijn weet te toveren. Soms zijn die instrumenten zo simpel van vorm dat je je nauwelijks kunt voorstellen dat er muziek uit te voorschijn komt.

De multi-instrumentalist heeft zijn muzikale basiskennis – als zovelen – met de blokfluit opgedaan. Het bespelen van de instrumenten heeft hij zichzelf geleerd. “Soms heb je het geluk dat je van de mensen van wie je het instrument krijgt, ook praktische aanwijzingen ontvangt. Dan kijk je hoe de klank ontstaat. Vervolgens oefen je, gewoon om te weten waar de vingers moeten worden geplaatst of hoe je moet blazen of misschien nog wat anders moet doen. Net zo lang tot je er niet meer over hoeft na te denken waar de vingers thuis horen.”

Zijn gevoel speelt daarbij een grote rol. “Dat is belangrijk. Zonder gevoel gaat het niet. Als ik Mozart speel zoals het op papier staat, dan is het niet meer dan een kopie. Ik probeer een instrument fraaie klanken te ontlokken totdat het mij vertelt hoe het gespeeld moet worden. Het leuke is: als er mensen zijn uit het land van herkomst die de muziek horen, dan zeggen die: ‘dat klinkt net zo als thuis, bij ons’.”

De zingende steen

Dat het leren bespelen wel wat tijd in beslag neemt, blijkt als er enkele instrumenten aan de beurt zijn die bijzondere technieken vereisen en intrigerende klanken produceren. Een ‘zingende steen’ wordt eerst besprenkeld met water alvorens de bespeler zachtjes over de bovenkant wrijft en een mysterieuze melodie aan het solide instrument ontlokt.

Het bespelen van de Vietnamese mondviool, de k’ny, is minstens zo indrukwekkend. Naast het geluid dat hij produceert met de strijkstok, ontlokt de muzikant via een extra snaar naar zijn mond gelijktijdig allerlei boventonen door de omvang van zijn mondholte te variëren (zie de video) .

Ieder instrument heeft een geschiedenis die de beheerder graag vertelt. Verhalen over de bespelers, de manier waarop de klank tot stand komt of over de herkomst. Zoals het verhaal over de buffo, de tot instrument omgebouwde buffelhoorn die hij scoorde tijdens zijn reis naar Vietnam dit voorjaar. Zur Eck geeft een uitgebreide toelichting. Hoe meer vragen van de bezoekers des te beter, want dan voelt hij zich in zijn element.

De buffo

Daarom vindt hij het ook leuk als hem gevraagd wordt ergens op te treden voor een demonstratie. “Ik pak dan een koffer vol met instrumenten. Dat gebeurt niet zo vaak. Graag produceer ik dan een veelheid van geluiden. Gewoon omdat het ontzettend leuk is. Misschien als het hier een beetje rustig is dat ik dan wel eens een tournee door Nederland kan maken,” voegt Zur Eck er lachend aan toe.

Na een demonstratie met de didgeridoo geeft Zur Eck – indien gewenst – zelfs een minicursus circulair ademen. Dit om het aan van oorsprong Australische instrument ook zelf de diep brommende tonen te kunnen ontlokken.

Zijn enthousiasme kent geen grenzen. Hij gaat door tot de bezoeker zegt dat het genoeg is of de sluitingstijd van het museum is bereikt. En reken er maar op dat Askold zur Eck over de langste adem beschikt!

Dat enthousiasme komt voort uit het gevoel dat hij een geweldig beroep uitoefent. “Als ik naar mijn eigen leven kijk, dan breng ik denk ik meer dan driekwart daarvan door met mijn beroep. Dat zijn niet alleen deze acht uur dat ik werk. Ik sta ‘s morgens op en in mijn geval ontwaak ik met een glimlach en verheug me al op mijn werk. En als ik na mijn werk weer naar huis ga, vertrek ik weer met een glimlach op mijn gezicht en eigenlijk glimlach ik de hele dag door. Zelfs in mijn vakantie. Ik doe het allemaal als cadeau voor de mensen.”

Hoewel het bezoek een bijzondere ervaring oplevert, moet je in Sankt Gilgen behoorlijk zoeken. Er zijn geen bordjes die de weg naar het museum wijzen. Gek eigenlijk, want zo’n hele middag uitstekend entertainment zou best wat meer publiek mogen trekken. En dat voor vier Euro!

Musikinstrumenten Museum der Völker
Aberseestraße 11
A 5340 St. Gilgen
www.hoerart.at