Ensemble Eriu – Ensemble Eriu / Imbas

Ensemble Eriu
(RaelachrecordsRRCD004)

Imbas
(ESM002/RR007)

Een cd die alweer uit 2013 dateert en eentje die een jaar oud is. Beiden van het Ensemble Eriu, een voor mij totaal onbekend Iers gezelschap. En dat folkmuziek tijdloos is, bewijzen de twee producten.
Op een enkele positieve uitzondering na is de Ierse muziek ingekakt tot een zichzelf continu herhalend patroon waar maar weinig variatie, innovatie of visie in te ontdekken valt. Ensemble Eriu is gelukkig een van die positieve excepties. Het merendeel van de tracks op de titelloze cd uit 2013 betreft traditionals, de andere in die stijl gecomponeerd nieuw werk. Maar wat het tiental op deze schijf daarmee doet is groots. Zeker, je herkent de jigs, reels, airs, polka’s, waltzen en wat meer is.
Het gaat erom wat ze daarmee doen. Enerzijds is het vernieuwend, anderzijds druipt de traditie er van af. Soms hoor je flarden die doen denken aan de Chieftains, maar nog meer aan de orkestrale aanpak van Sean o Riada. Met vlagen klinkt het zonder meer symfonisch. Het zijn lange stukken met een repetitieve aanpak. Daardoor ontstaat een heerlijke cadans die je meeneemt is de dynamische ontwikkeling van het stuk.
In die uitvoering gebeurt echter nog van alles: subtiele maatwisselingen, tegenmaten en accenten, een instrument dat een tegenmelodie speelt of de – gebruikelijk in de O Riada aanpak – unisono melodie doorbreekt met een harmonische neer te zetten. Meest in het oor springend is de lange medley Caoineadh do leanbh marbh/Tirdhreach garbh/Bobby casey’s. De medley start jazzy met ‘kwastjes drums’, een geïmproviseerd klanklandschap waarop een trombone soleert. Daarna neemt de concertina in een jig met de blazers (trombone, clarinet) als begeleiding en een omspelende fiddle, Het is een amalgaan van jazz en traditioneel Iers. Maar ook in de meer authentiek gearrangeerde stukken weet het ensemble de lat hoog te leggen. Minimalistische invloeden, filmische geluiden en als slot een fraaie ballad, het enige gezongen nummer dat slechts begeleid wordt door een drone met electronica.

Imbas (inspiratie) gaat op dezelfde voet verder. Het album is een overzicht van de afgelopen twee jaar Ensemble Eriu. Slechts 6 tracks die iets melodieuzer lijken. Maar wie goed luistert ontwaart een muzikale smeltkroes, waarin melodielijnen ogenschijnlijk door elkaar lopen, doch een perfect samenspel vormen. Opener The tempest is zo’n voorbeeld waarin concertina, viool, fluit en marimba door elkaar spelen en toch een eenheid vormen. Opvallend is de rol van de marimba. Die komt op dit album sterker naar voren dan op het titelloze album. Ook fluit en gitaar komen wat meer uit de verf. Wellicht dat de afwezigheid van de blazers (behalve klarinet) en toetsen daar debet aan zijn. Het album klinkt ook wat traditioneler qua klank dan de voorgaande. Mijn eerdere vergelijking met de Chieftains krijgt bevestiging in het tien minuten durende The humours of Drinagh/The humours of Kilclogher/Goideadh doghe. Tot aan het middenstuk dan, want vanaf dan tovert concertinaspeler Jacky Talty met tegenmaten en syncopen met een fraaie begeleiding door eerst gitaar en marimba en daarna de rest met toch een bijdrage van Matthew Berrill op klarinet. Bijzonder energiek is de opvolgende Paedar O Riada compositie The west Clare reel dankzij inventief drumwerk. Tja, als dit het nieuwe ‘oude’ Ierse geluid is, dan teken ik direct!