FOLKFESTIVAL DRANOUTER 2008

Door Luther Zevenbergen en Jeroen van Zuylen

 

FOLKFESTIVAL DRANOUTER, Dranouter, 1 t/m 3 augustus 2008

Met publiekstrekkers als Suzanne Vega, Loreena McKennitt, Boudewijn de Groot en Billy Bragg leek Dranouter eindelijk weer op een folkfestival. Na het matige programma van vorig jaar moest de organisatie met goede argumenten komen om mij uit mijn tent te lokken. De programmering was zo’n argument.

Het was noodzakelijk vooraf een routeschema op te stellen, om zoveel mogelijk acts te kunnen bekijken en beluisteren. En dan nog heb ik bijvoorbeeld Boudewijn de Groot aan me voorbij moeten laten gaan.
De vrijdag was misschien nog de minste dag. Varttinna was op die dag het onbetwiste hoogtepunt, met een spetterende live-show. De frontvrouwen weten met hun loepzuivere zang nog altijd te overtuigen en ook de band heeft genoeg drive om een festivalpubliek om hun vinger te winden. Wat die minutenlange en volkomen overbodige drumsolo echter in de optreden deed is me nog steeds raadsel. Groot was de teleurstelling na het optreden van Tori Amos. Haar oudere nummers deden het nog aardig, maar haar nieuwere werk overtuigd niet. En dan worden haar steeds herhaalde obscene bekkenbewegingen snel gnant.
De zaterdag was ook algemeen een niveau hoger. Didier Laloy en Fabian Beghin, die ook op Sfinks met hun project Cryptonique al tot de hoogtepunten hoorden, speelden ook op Dranouter een overtuigende set. Xavier Rudd viel me enigszins tegen. Op grond van zijn cd’s had ik hoge verwachtingen. Die werden niet ingelost. Zijn stelling met allerhande percussie, digeridoo’s en slide-gitaar zijn bijzonder, knap in zijn uitvoering, maar het wordt snel eenvormig. Woven Hand moest het vooral van het volume hebben. Rauwe americana met een jaren tachtig-sausje. Maar de ronkende gitaren domineerden toch wat te veel naar mijn smaak.
Geen ronkende gitaar bij Suzanne Vega, evenmin een spetterende podium-act. Ze brengt haar mooie liedjes zo sober mogelijk. In een goede mix van oud en nieuw werk wist ze een fraai optreden neer te zetten die in de kleine tent echter beter tot zijn recht was gekomen. Maar daar trekt ze te veel publiek voor. De late avonduren werden gedomineerd door de Franse snaren-virtuoos Thierry Robin die een goede brug weet te slaan tussen Franse folk en wereldmuziek. En tot slot was daar The Men They Couldn’t Hang. In de jaren tachtig de muzikale broertjes van the Pogues, en met het zelfde enthousiasme als toen, wisten ze ook een nieuw publiek aan te spreken. Jammer dat ze alleen oud werk speelden, ze hebben immers ook in recente jaren nog cd’s gemaakt.
Zondag was de echte topdag. Didier Laloy was ook op deze festivaldag de eerste om de show te stelen, ditmaal met Tref, zijn groep met Ambrozijn-accordeonist Wim Claeys. Met hetzelfde spontane speelplezier als Cryptonique wist men ook het grote podium te veroveren. Speelplezier was er bij Lais ook wel, maar overtuigend waren ze niet. Het optreden lijdt aan hetzelfde euvel als de meest recente cd: de dames willen iets te graag van hun bakvissen-imago af. Dat resulteert in experimenteren om te experimenten. Zodra ze een oudje inzetten, voel je de zucht van verlichting. Jammer, maar het zal best weer goedkomen. Bijvoorbeeld als ze terug gaan naar hun eigen roots, zoals Billy Bragg dat ook deed. De band is tijdelijk op non-actief gezet en Billy trekt weer ouderwets van leer, gewapend met enkel een elektrische gitaar. Prekerig, fel, melodieus, maar overtuigend, zo kennen we hem. Door naar het Lal Waterson Project, samen gebracht door Jo Freya en ter ere van de tien jaar overleden Lal Waterson. De prachtige meerstemmige vocalen zijn er voor gemaakt om in de kleine tent, voor een select publiek van fijnproevers, te worden neergezet. De ingetogen sfeer wordt nog een stap verder genomen door Eugene Edwards, die na zijn optreden op zaterdag met Woven Hand ook nog eens solo het podium bestijgt. Zijn eigenzinnige variant van Amerikaanse mountain-folk klinkt als een goed uitgevoerde regendans. En inderdaad, vanaf dat moment is het gedaan met het mooie weer. Met bakken komt het uit de hemel en dat velen later schuilen in de grote tent had mijns inziens niet zoveel te maken met de muziek van Loreena McKennit, die op mij nogal braaf overkwam.
Mijn eindconclusie is dat Dranouter 2008 de sterkste uitvoering was van de laatste jaren.

datum: 12 augustus 2008