FOLKWOODS 2008

Door Marco Pol en Jeroen van Zuylen

 

FOLKWOODS Eindhoven 8 – 10 augustus 2008

De 9e editie van dit festival begon nat en troosteloos, maar gelukkig ging dat niet ten koste van de sfeer en kwam er veel goede muziek bovendrijven. En ook de zon liet zich uiteindelijk veelvuldig zien.

Als de hoeveelheid wijwater die de goden op vrijdag over het festivalterrein uitsprenkelden als een zegen mag worden opgevat, dan zit het wel goed met Folkwoods. Maar het heeft waarschijnlijk wel een aantal aspirant-bezoekers tegengehouden. Het terrein veranderde in een glibberige moddervlakte, waarin de folkliefhebbers voorzichtig tussen de tenten en het grote podium heen en weer schuifelden, maar waar de kinderen zich prima vermaakten.
Voor een van ondergetekenden (MP) was dit het eerste bezoek aan dit festival en de eerste impressie was: dit is Dranouter van twintig jaar geleden; toen het nog leuk was.
Folkwoods 2008 kende een gewaagde programmering, waarbij de randen van de folk omzichtig werden afgetast. Voor de liefhebbers van de discussie over wat folk is, en waar die dan hedentendage voor staat, was het een vruchtbaar weekend. Die discussie werd trouwens ook daadwerkelijk georganiseerd. En er kwam van alles voorbij: folkrock, jazz, klezmer, luisterliedjes, bluegrass, punkfolk, Iers, Afrikaans, paganfolk en balfolk. Organisator Tinus Kanters geeft blijk van een ruime opvatting van het begrip folk, zonder de grenzen van het genre schaamteloos ver te overschrijden. Iets wat op Folkfestival Dranouter doelbewust wel gebeurt om veel extra publiek te trekken. Hoewel de kleurrijke vlaggen deze keer ontbraken, was er weer veel aandacht voor de inrichting van het terrein, met leuke kunstzinnige uitingen als een schip van houten pallets en containers met gekleurde bankjes.
Het aanbod was dus gevarieerd en contrastrijk. Er waren intieme optredens: de jazzy luisterliedjes van Grote Prijs-winnares Leine, het mooie snarenwerk van Janos & Gilles, de warme stem en liedjes met inhoud van Lenny Kuhr, de melodieuze country van de Folksurvivalclub van Ad van Meurs, met de prachtig harmonierende stemmen van Ankie Keultjes en Marjan Cornille. Maar er was ook stevige soul/rock van Denvis en gloomy highspeed bluegrass van de Pine Box Boys. Het optreden van de Finse formatie Tarujen Saari was gelardeerd met een portie stevig gitaarwerk, maar deed ook denken aan de melodieuze folkrock van de jaren zeventig-groep Renaissance. Eigen werk en bewerkingen van traditionals uit de folkrock wisselden elkaar af. Ook sterk was het optreden van Riccardo Tesi en de Banditaliana. De doorgewinterde musici uit Toscane paarden individuele klasse aan lichte, traditionele composities uit de eigen streek en andere Europese gebieden. Dat improvisatietalent en spannende arrangementen tot iets moois kunnen leiden, bewees het jonge gezelschap van Dites 34. Zij wisten oude Franse traditionele muziek dusdanig te voorzien van een flinke laag jazz dat een heel eigen geluid ontstond. Verder opvallend, in positieve zin, waren het swingende Baka Beyond, de sfeervolle en mysterieuze Duitse formatie Faun en de Schotse rauwdouwers van Junkmans Choir die met hun soort muziek wel wat vroeg op de dag gepland stonden. En er was nog veel meer.
Ook veel Brabantse onderonsjes op de diverse podia. Rawazzie (Brabants voor rommel) deed zijn naam eer aan. Dit project van Dommelvolk en W-nun Henk, plus nog wat loslopende muzikanten, was gezellig en onderhoudend, maar erg rommelig en leverde in muzikaal opzicht niet veel op, zelfs enkele uitermate melige liedjes (1×0=0). Ook Guy Roelofs bracht met Groef niet echt iets opzienbarends, een soort Tjane extended. Verdere Brabantse inbreng kwam, naast eerder genoemde Lenny Kuhr, van Jan Willem Roy en zijn vrienden.
Een slimme zet van de organisatie was de speciale balfolktent. Het mes snijdt daarbij aan twee kanten: de dansers hebben zo hun eigen domein en de bezoekers van een luisterconcert worden niet meer gestoord als bij het eerste het beste dansbare liedje de dansmaffia naar voren stormt om bezit te nemen van de ruimte voor het podium. De Nederlandse Balfolkfabriek en het Vlaamse Boombal waren om beurten verantwoordelijk voor de programmering. Sterke optredens waren er van Tref, La Chanterelle en Surpluz, maar ook het piepjonge gezelschap van Sakura kan uitgroeien tot een balgroep van formaat.
De tent met podium twee bleek een maatje te groot, hij liep steeds maar half vol. Het leeg gebleven deel bleek al gauw een ideale kinderspeelplaats. Dat gaf een hoop herrie, wat bij luisterconcerten als die van Lenny Kuhr en Janos & Gilles wel storend was. Naast de al bekende, maar zeer prettige, randverschijnselen als bieren in hun bijpassend glazen glas, eten met echt bestek van een echt bord, goede sanitaire voorzieningen (met wcpapier), vielen vooral de uitermate prettige sfeer en de menselijke schaal waarop alles zich voltrok op. Moge Folkwoods nog lang op deze manier voor de folkminnende mensheid behouden blijven.

datum: 18 augustus 2008