Frank Fairfield

Hij komt niet uit de Appalachen, maar uit Californië. Toch associeer je de muziek van Frank Fairfield vooral met de binnenlanden of de zuidelijke staten van Amerika. De sfeer van O Brother, where art thou. Zittend op een stoel speelt hij afwisselend banjo, fiddle en gitaar en zingt traditionele Amerikaanse folksongs. Zijn speeltechniek is eveneens authentiek; hij houdt de viool niet in de nek, maar tegen zijn borst en zijn fingerpicking-stijl is veel minder staccato dan tegenwoordig meestal het geval is. Hier en daar a-ritmisch en het klinkt veel meer zoals op oude veldopnamen van Harry Smith. Naar aanleiding van het overtuigende optreden op het Groningse Take Root-festival sprak ik met hem.

“Niets zo ergerlijk als de term singer-songwriter”

Tijdens het gesprek probeer ik er achter te komen hoe zijn muziek zich verhoudt tot de traditie, maar hij wil daar niet veel van weten. Om te beginnen vraag ik of hij alleen traditionals speelt of ook zelf nummers schrijft.

Dit is gewoon het Engelstalige repertoire. Het zijn de liedjes die iedereen kent. Met traditie heeft het niet zoveel te maken. Tijdens het spelen veranderen de songs vanzelf hier en daar. Zo hebben die liedjes zich altijd ontwikkelt.”

Vind je het belangrijk om zelf iets aan het repertoire toe te voegen in de zin dat je zelf nieuwe liedjes schrijft, probeer ik nog eens.

Ik begrijp die vraag nooit zo goed. Waarom zou iedereen een liedjesschrijver moeten zijn? Het grootste deel van het repertoire kan eigenlijk door niemand geclaimd worden. Veel van die Amerikaanse liedjes bestaan overal in allerlei vormen. Ze zijn allemaal ergens uit ontstaan, geen enkel liedje ontstaat vanuit het niets. Met dit soort vragen is het net alsof je het wiel opnieuw uitvindt, maar dat is helemaal niet zo. Ik heb ook geen behoefte dat te doen, ik wil gewoon onderdeel zijn van het bestaande repertoire. Er is ook niets zo ergerlijk als de term ‘singer-songwriter’.”

Van welk repertoire of welke traditie hij dan precies deel uitmaakt is niet duidelijk. Frank legt uit dat er volgens hem niet zoiets bestaat als bijvoorbeeld ‘Appalachian Music’.

Het is een misverstand dat zelfs in de VS zelf nog bestaat. Het lijkt zo dat als je op een fiddle of een banjo speelt, dat je dus ‘Appalachian music’ speelt, terwijl je in werkelijkheid overal stringbands hebt. Je hebt songs en stijlen, muziek uit het berggebied of juist uit de valleien, zwarte muziek en blanke muziek. Het heeft allemaal grote overeenkomsten en de tradities lopen zo door elkaar dat het helemaal niet zo duidelijk is waar de songs nu precies vandaan komen.”

Frank Fairfield

Frank Fairfield

Ik weet niet of het een andere tijd is. Ga ik terug naar de jaren twintig? Het is muziek die nog gewoon bestaat, en ook nog steeds gespeeld wordt. Alles heet nu `old time`. Toen de platenmaatschappijen in de jaren twintig die muziek voor het eerst commercieel begonnen uit te brengen, noemden zij het ook al ‘old time’. Je kunt naar allerlei plekken gaan waar de muziek gebleven is. Je gaat dan niet terug in de tijd, maar hoort iets dat niet weg is geweest.”

Maar dan blijft nog de vraag hoe hij die ouderwetse manier van spelen heeft opgepikt. Heeft hij dat van iemand geleerd?

Er zijn nog wel muzikanten die deze muziek op deze manier spelen. Ik weet het niet precies hoe ik dat heb opgepikt. Ik luister veel naar de muziek en speel het dan zelf of ik speel wel eens met iemand samen. En die mensen kunnen me inspireren door wat ze spelen en hoe ze het spelen. Ik weet niet of ik op een manier speel zoals anderen doen. Mijn techniek, de houding van de banjo of de fiddle, ik geloof niet dat ik dat heb gekopieerd van iemand, maar gewoon zelf al spelend heb ontwikkeld.”

Tijdens de soundcheck in Groningen viel me nog iets opmerkelijks op. In plaats van de microfoons van de zaal liet hij één rondomgevoelige studio-microfoon neerzetten. De verwarring was van het gezicht van de technicus te lezen en het duurde ook even voordat het geluid zo ingesteld was dat het niet meer rondzong. Ik ben benieuwd of hij hiermee een bepaalde sound wil bereiken of dat er een andere beweegreden is.

Een vriend van me leende me deze microfoon, en het is een fantastische microfoon. De reden waarom ik het graag gebruik is omdat ik me dan niet druk hoef te maken over de balans en de verschillende microfoons. Ik kan gewoon spelen zoals ik dat zonder techniek doe en de microfoon pikt alles op. Ik hou er ook niet van om zo gevangen te zitten tussen allerlei snoeren en standaards.”

De reden lijkt dus vooral pragmatisch, maar als ik hem vraag of hij de cd ook zo heeft opgenomen, met slechts één microfoon, bevestigt hij dit. Om vervolgens enthousiast uit te wijden over de opnametechniek van de jaren dertig.

De studio-techniek van tegenwoordig is gericht op alles apart registreren en het wordt er niet perse beter van. Als je oude platen uit de jaren twintig of dertig beluistert hoor je het verschil. De technici van die tijd hadden vaak maar één microfoon waarmee ze soms hele groepen of orkesten opnamen. Die wisten alle afzonderlijke musici zo in de ruimte te plaatsen dat er een goede mix ontstond. Ze hadden ook geen gecontroleerde studioruimte, maar namen op in een grote tabaksschuur of zo. Als je dat hoort, dat klinkt echt fantastisch.”

Alhoewel Frank met veel enthousiasme kan vertellen over de Amerikaanse folk is het moeilijk om te achterhalen welke band hij heeft met de traditie. Om nog maar te zwijgen van wie Frank Fairfield nu werkelijk is. En zo blijf ik achter met het mysterie dat iedere bezoeker van een concert van hem heeft. Speelt hij een act, of is hij echt verweven met de muziek? Want wat hij ook mag zeggen, zo authentiek, met een bijna etnomusicologische precisie, zul je deze vorm van Amerikaanse folk niet snel meer horen. Eigenlijk doet het er ook niet zoveel toe. De onwaarschijnlijke manier waarop hij deze traditie tot leven brengt, verplaatst je als concertbezoeker naar een andere wereld vervuld met een prettig soort nostalgie.

Internet:

http://www.myspace.com/frankfairfield