Gaiteiros De Lisboa – Bestiario

Bestiario
(Xango Music Distribution)

Hitsige voor- en samenzang, waarbij de polyfonieën gestuurd worden door de veteraan Carlos Guerreiro, ondersteund door een stevige beat van trommels en percussie, naast heel wat bourdontonen uit draailier en doedelzakken (die binnen de nummers voor opzwepende instrumentale intermezzo’s zorgen) vormen de basisingrediënten van dit sextet.
Dat de stap naar Middeleeuwse profane muziek dan ook snel gezet is, behoeft nauwelijks betoog. Die onderstroom is nooit weg, terwijl de jongere muzikanten anderzijds geen kans onbenut laten om hun achtergrond vanuit jazz en rock te laten gelden. Zo worden de doedelzakken geleid door Paulo Marinho, die ook de toon zet in de rockband Sétima Legião en doorprikken ze heel wat puristische regeltjes. Ze zoeken bewust de confrontatie tussen traditie en innovatie, in een niet te stoppen orkaan van akoestisch geluid, waarmee ze een eigen universum scheppen dat sporen vertoont van heel het Iberisch schiereiland.
De groep bestaat sinds 1991 en verraadt sindsdien nooit zijn motto in de zes studio-albums, naast een live- en een compilatie-cd (A história, 2017), die ze uitbracht. Het was reeds zeven jaar geleden dat de groep nog eens iets een nieuw album uit de mouw schudde. Momenteel bestaat de groep voorts uit Miguel Veríssimo, Miguel Quitério, Paulo Charneca en Sebastião Antunes.
Hier en daar duikt evenwel een gast op en we maken dan ook eerst met de zanger José ‘Zeca Medeiros’ een korte trip naar de Azoren, met een nummer dat hij schreef voor de film O livreiro de Santiago. Guerreiro zet er volledig de pas in met zijn Roncos do diabo, waarbij drumgeroffel en mondharp (in de intermezzo’s gecounterd door de doedelzakken) er stevig de mars inzetten, met van religieuze franjes voorziene profane samenzang, dat zo uit het pelgrimsrepertoire gegrepen zou kunnen zijn.
Een rustpunt komt er in Brites de almeida, wanneer de doedelzakken even plaats ruimen voor klarinetten en triangels. Voorts ontleenden ze met Besta quadrada een beestig opzwepend nummer aan de vermaarde gaitaspeler Paulo Tato Maurinho.
Heel wat sierlijker gaat het eraan toe in hun melancholische versie van het mee op fluit en gaita deinende Chamateia, een klassieker van Luis Bettencourt, waarin naast João Afonso ook veterane Filipa Pais haar opwachting maakt om een er briesje fado-lucht door te ademen. Met de zes dames van Segue-me à Capela in Flecha voeren onweerstaanbaar mee in middeleeuwse Galicische sferen, een lijn die doorgetrokken wordt in een eerste zuivere traditional, die ze omdoopten als Para Santalices in een, van vrolijke hoge fluitklanken dartelend eerbetoon aan de Galicische musicoloog Faustino Santalices (1877-1960).
Ook het speelse kerstlied Natividade bouwt met schalmei en doedelzak voort op oud anoniem materiaal. Eén enkele keer hangt het echte elektriciteit in de lucht, wanneer Rui Veloso stevig inzet op rockgitaar in Comprei uma capa chilrada. En toch vormt dit geen stijlbreuk. Het zijn vlinderige, walsende klarinetten die blij gezind uitzwaaien in de afsluiter.