Gooikoorts 2010

Organisator Patrick de Loecker wilde wel eens echt zomerweer hebben. Dat hebben we geweten. De mussen vielen bij bosjes van het dak toen de achtste editie van Gooikoorts van start ging.

Never change a winning team’ heeft de organisatie gedacht. De lijn van de feesteditie van vorig jaar werd zonder meer voortgezet. Met op drie podia een grote variatie aan fraaie (volks)muziek uit alle delen van Europa. Niet direct grote namen, maar op Gooikoorts kun je je met een gerust hart laten verrassen door het onbekende. Want de kwaliteit lag over de hele linie weer hoog.

Thema dit jaar was ‘Rare Snaren’, een ode aan het minder bekende snaarinstrument. Tal van exotische of haast vergeten exemplaren kwamen voorbij. Van hommel tot clavecimbel en van moraharpa tot nyckelharpa. Op de uitgebreide instrumentenmarkt had je de kans van je leven om die lang gezochte cistern of dat bijzonder type draailier aan te schaffen. Op het podium vertolkten de snaren vaak de hoofdrol. Scandinavië was dit jaar hofleverancier van de hoogtepunten. Het Noorse Ragnhild Furebotten Trio wist zeer te overtuigen met fraaie melancholische composities. De lieflijke melodieën werden afgewisseld met abrupte tempoversnellingen en soms absurde wendingen, wat de spanning lekker opvoerde. Een dag later bezorgden de polska’s van Henriksson-Kleemola-Prauda uit Finland het publiek de nodige kippevelmomenten, met hun mix van barok en folk. Je waande je soms op een Europees hof in de zeventiende eeuw, vooral dankzij het barokke geluid van het clavecimbel. Het festival werd in stijl afgesloten door een heus Zweeds nyckelharpa-orkest, luisterend naar de welluidende naam Nyckelharporkestern.

Opnieuw was de akoestische tent een groot succes. Het prettige hier is het directe contact tussen muzikanten en publiek – je zit nagenoeg bij elkaar op schoot. Zeer bijzonder was een concert met twee hommels – over rare snaren gesproken. Het duo Salon Ambroisine (André Deru en Thierry Legros) speelde op dit haast vergeten instrument een aantal volksmelodieën, opgetekend uit het Waalse mijnwerkersmilieu. Laat niemand beweren dat die ruwe bonken van mijnwerkers geen verfijnde muzikale smaak hadden! Zondags kwamen zij in mijnwerkerscafé ‘Salon Abroisine’ (vandaar de groepsnaam) in Elouges gezellig bijeen om er te luisteren naar de verstilde, ingetogen klanken van de hommel.

De concerten in de grote tent werden als vanouds elke avond afgesloten met een wervelend dansfeest. Met name de jazz-folk formatie Harakiwi bracht de balfolkdansers in vervoering. Geen wonder, want met de grondlegger van de balfolk in de gelederen (Wim Claeys) voelt de groep haarfijn aan welke dansen er in welke volgorde gespeeld moesten worden. Dat leidde tot een perfecte interactie tussen dansers en muzikanten. Helaas was dit het allerlaatste optreden van Harakiwi, de groep stopt ermee.

Wat Gooikoorts onderscheidt is haar veelzijdigheid. Je hoeft er niet alleen naar muziek te lúisteren, je kunt ook iets leren. Voor een prikkie kon je meedoen aan een van de vele workshops die her en der in het dorp werden gegeven. Wilde je bijvoorbeeld graag leren Oekraïns dansen, dan kon je zo naar de betreffende workshop.

Het buitenpodium was als vanouds geheel versmolten met het terras. Het Zuid-Franse gezelschap Bal O’Gadjo had dit jaar de eer om het publiek te vermaken. De groep speelde veelal up tempo swing, vermengd met… ach wat doet dat ertoe. Dit is de gezelligste plek van het festival waar tot diep in de nacht wordt gedanst, gekletst en muziek gemaakt. En gedronken. De talloze (streek)biertjes smaakten naar meer en meer.