Gratis festival ‘Het Lindeboom’ in het Noord-Franse Loon-Plage

Van 19 tot 22 juli 2018 stelt het Noord-Franse kustdorpje Loon-Plage, even ten zuiden van Dunkerque, zijn ‘Parc Galamé’ reeds voor de zeventiende maal ter beschikking van de organisatoren van ‘Het Lindeboom’. Dit festival groeide in de voorbije jaren uit tot een gezinsevenement dat minstens vijf sterren verdient. Keuze van de groepen, strakke alternering in de programmatie op drie podia, onthaal en sfeer, technische verzorging van de klankkwaliteit, kindvriendelijke, vooral ambachtelijk georiënteerde randanimaties, prijsbewuste eet- en drankgelegenheden, …
Opmerkelijk ook is dat het festival gratis blijft, onder het motto dat cultuur voor iedereen toegankelijk dient te zijn. Een knus festival dus waar je zomaar in en uit stapt.

We verwachten hier andermaal feeërieke avonden (foto Bart Vanoutrive).

 

Festival dient een ingeprangd dorp te ontsluiten.

De voorbije decennia verloor het rustige Loon-Plage heel wat van de toeristische troeven die de meeste andere kustvestigingen wel wisten te bewaken, doordat het steeds meer ingesloten werd door de uitbreiding van de industrieterreinen rond het havengebied van Dunkerque, terwijl deze van het zuidelijk gelegen Gravelines (op zich weliswaar een toeristisch aanbevelenswaardig vestingsstadje), inclusief kerncentrale, evenmin uitnodigend toeristen toewuiven. Om het alsnog zijn plaats op de kaart te laten behouden werd dan ook ingezet op cultuur. Rond de artistieke directie bestaande uit Christine Laffont en François Rosseel schaarde zich de voorbije jaren een team van medewerkers en vrijwilligers die hierrond een bewuste visie gingen ontwikkelen. Aandacht voor tradities blijft hierbij centraal staan, wat zowel de keuze van de concertprogrammaties als de randevenementen inkleurt. Zo staan oude ambachten en gebruiken centraal, die jong en oud uitnodigen om er even in mee te stappen. Opmerkelijk is ook de aanwezigheid van enkele standjes die alles in het werk stellen om vanuit een zuivere erfgoedgedachte het ‘Oud Vlaams’ te promoten en zo te behoeden tegen een definitief verdwijnen van dit regionaal dialect. Nederlandstaligen worden dan ook met open armen onthaald en voelen zich hier dan ook nog meer thuis dan op enig ander festival op Franse bodem. Aan het park is een ruim cafetaria verbonden en een gerenoveerde hoeve die enerzijds muzikanten, pers en gasten wat privacy biedt en anderzijds een – tijdens het festival vrij toegankelijk – museumgedeelte herbergt dat een interessante collectie volksspelen omvat. Recent werd aan deze site ook nog een natuureducatief centrum toegevoegd. Onder de hieraan verbonden afkapping treffen we, de scène terrasse, één van de kleinere podia.
Het hoofdterrein beslaat een immens overdekt hoofdpodium dat vrijwel de volledige breedte van het park overspant en vooral de avondprogrammatie draagt. Een openluchtgedeelte, integraal voorzien van een planken vloer, uitnodigend lonkend naar dansers, dient het grote publiek op te vangen. In het verlengde daarvan bevindt zich een grote hall, ruim voorzien van tafels en stoelen. Achter en naast deze dranktent bevinden zich diverse standjes, inclusief een cd-verkooppunt dat gerund wordt door Dominique Bomel (Bemol-productions). Een derde concertlocatie bevindt zich aan de overkant van de verkeersvrije straat op het buitenterras van het cafetaria, de scène Galamé. Op deze podia wordt alternerend geprogrammeerd. Geen overlappingen dus en hoewel de muziek centraal staat wordt overprogrammering vakkundig geweerd.

 

Grensoverschrijdende rootsconcerten, met heel wat Belgische accenten én één Nederlands.

Het festival loopt over vier dagen, waarbij de concerten zich op donderdag 19 en vrijdag 20 juli beperken tot een avondlijk drieluik op het hoofdpodium. Op donderdag wordt om 18u45 de spits afgebeten door het Vlaamse duo (Hilke) Bauweraerts-(Jean-Pierre) Van Hees, waarbij een aankomend trekzaktalent in dialoog met een oude rat op doedelzak. Aan inventiviteit en inspiratie ontbreekt het hen niet, zo leerde ons hun recente album Fly in (Bemol Productions, BEMO086, 2017) reeds.
La Bricole, bestaande uit Vincent Brusel (zang en mandoline), Olivier Catteau (diatonisch accordeon) en Julien Biget (bouzouki en gitaar) brengt vervolgens hun programma ‘Ne Vous Faites Pas Marains’ (AEPEM, 16/05, 2016) waarmee ze een ode brengen aan het rijke repertoire zeemansliederen dat de Boulonnais rijk is, vaak doordrenkt van overzeese invloeden uit diverse windrichtingen.
Met de electrische folk-rockband Pyrates gaat het nog meer zeewaarts. Zelf zien ze zich, onder impuls van de in Eindhoven verblijvende David Gallows, als een gemene bende muzikale plunderaars, die zich bewegen van de kusten voor de oude Hollandse polders tot in de ruwste havens verspreid over de hele wereld. Bij deze boekaniers, gewapend met gitaar, bas, drums en viool, overspoelen ons met potige balladen, waarin mythen en legenden rond de zeeroverswereld centaal staan. Uitgedost als hun idolen staan ze borg voor een heftige afsluiter van de eerste festivalavond.

 

Gael Lefévère, hier in 2016 met Ciaran Somers en Nicolas Quemener krijgt deze edities met drie bijdrages de positie van centrale gast (foto Bart Vanoutrive).

Vrijdag mag het duo Lefévère-Bruneau de avond inzetten. Muzikale duizendpoot Gael Lefévère (bombarde) vormt haast, telkens weer in andere bezettingen, een vaste gast op dit festival, en krijgt de toeschouwer zondag terug te zien met zijn belangrijkste band Hiks. Hier gaat hij met Thierry Bruneau (draailier) een toch wel interessante uitdaging aan om een niet evidente combinatie van instrumenten tot muzikale geneugten te dwingen.
Zij zorgen voor een prelude die een voorzet geeft voor een avondje Quebec.
Eerst valt er te genieten van Les frères Lemay, met een hartige portie ‘neo-trad festiv’, met het stevige toets rock. Met Marc-Antoine Goulet (electrische gitaar), David Robert (percussie), Yanic Boudreau (viool) en Samuel Caron (harmonica), laten ze de broers Michel en Daniel Lemay ons ongetwijfeld balanceren op de conventies van de traditionele muziek met hun actuele en eigenzinnige, vrij exclusief muzikaal geluid.
Tenslotte betreden de grootste ambassadeurs van deze Frans-Canadese regio het podium. Met Le Vent du Nord treft het festival andermaal een motor van de progressieve folk, die tegelijk de traditionele muziek uit Quebec terug een waardig kleedje bezorgd. Ook vrijdag hoeven we er niet aan te twijfelen dat er vuurwerk aankomt.

 

Die namiddagprogrammatie wordt op zaterdag 21 juli vanaf 13  uur afwisselend gestuurd vanop de kleinere podia. Eerst maken The Britches hun opwachting op de scène Galamé. Pretentieloos borduurt dit trio sierlijke klanktapijten die vanuit de weefdraden van de traditie inkleuringen maken vanuit pop- en klassieke invloeden. Lyrische luistermuziek in een voortdurende interactie met ritmische accenten die ten dans uitnodigen.
Met Les Voisins wordt het een eerste maal genieten op de scène Terasse. Adrien Raskin en Laurent Cajot, sinds hun prille jeugdjaren ergens diep in de Belgische Ardennen buren van elkaar. Zij delen de liefde voor de gitaar en voor het lied, en maakten het voorbije jaar ook in Vlaanderen reeds op diverse plaatsen hun opwachting. Ze spelen dit jaar trouwens ook op Gooikoorts. Dit jaar verscheen hun album ‘Veille’. Ze kennen hun klassiekers en putten zowel uit oud Frans als Engelstalig repertoire, maar pakken eveneens uit met eigen nummers. Bij hen worden vooral de vocale harmonieën in de verf gezet, en dit levert ook een aantal beklijvende a capella, tweestemmig gezongen nummers op.
Terug naar het andere podium dan waar Triskelles, met hun zinderende folkrock, rokerige Ierse havencafés waar de whisky en guinness rijkelijk vloeit dichterbij brengen.
Dansen is zeker aan de orde op de tonen van het duo Tanghe-Coudroy. Hun energieke gitaar en trekzakbegeleiding laten ze vooral resoneren op de tonen van die tradities waar hun hart het meest naar uit gaat,… de Bretoense en de scandinavische.
Het bal zal zich in de vooravond zeker doorzetten met een laatste concert op de scène Galamé, waar de Belgische formatie Zigo ons ongetwijfeld vergast op een gestoord feestje waar de traditie gaat flirten met psychedelica, jazz en pop. De meeste nummers zijn van de hand van podiumbeest Pablo Golder, die in zijn aanpak van de trekzak sterk geïnspireerd werd door Riccardo Tesi. Die Italiaanse stijl past perfect bij de jazzy en warme saxofoon van Ambroos De Schepper en de funky electrische gitaar van broer Florian. De ritmesectie rust hier in klemvaste handen van bassist Sam Van Ingelgem en Wout Van Liedekerke op drum en percussie.

In Muziekclub ‘t Ey was het reeds duidelijk dat Tondo een must is voor het groot folkminnend publiek (Bart Vanoutrive).

Tijd voor het grote podium dan waar om 18u30 het Frans-Belgische trio Tondo zijn opwachting maakt. Het was Gilles Chabenat (draailier) die na jarenlang bijgedragen te hebben aan andere projecten (I Muvrini, Malicorne, Trio Gabriel Yacoub,…) echt toe was aan persoonlijk concept. Heel wat eigen composities lagen jaren te wachten op een ontmoeting met het publiek. In zijn muzikale vrienden Frederic Pouget (klarinetten en doedelzak) en Maarten Decombel (gitaar) vond hij de ideale reisgezellen en mede-arrangeurs. Tondo begon als een project, met als rode draad de schilderkunst en meerbepaald de tondo, een kunstwerk dat vorm krijgt in een cirkel. Die evoceert het wiel van de draailier, de rondedansen,… en zo wordt de traditionele dans en de hedendaagse kunst samen gebracht. Ondertussen werd het de naam van het trio zelf dat met ‘L’adorrable leurre’ (Homerecords, 444 6176, 2017) een heus fijnproeversalbum, een dijk van een plaat, op de markt gooide. Speciaal voor dit concert zal ook Gael Lefévère (die hier vorig jaar nog met Malicorne het podium deelde) als gast zijn bombarde mee laten weerklinken.
En het mag natuurlijk ook even richting Gallicië gaan. Met muzikaal wonderkind Anxo Lorenzo zijn we zeker aan het goede adres om deze Keltische regio van Spanje te verkennen. Doorheen de jaren ontpopte hij zich als een van de grootste vernieuwers op het vlak van het bespelen van de Gaita. Hij treedt hier aan met een vrij uitzonderlijke kwintetbezetting, waaraan ook muzikanten uit Schotland en Ierland participeren. Dit wordt ongetwijfeld een onvergetelijke Keltische set met een avant-gardistische insteek.
Met Skipinnish, een van de grootste rijzende sterren aan het Schotse muzikale firmament, wacht ons alweer een boeiende finale. De eigen nummers van de groep, in 1999 opgericht door Andrew Stevenson en Angus MacPhail, krijgen een power-boost in de duels tussen doedelzak en viool, waartussen een al even pittige accordeon de krijtlijnen trekt. Met deze topvertegenwoordigers van het genre worden we dan ook zonder twijfel getrakteerd op een onvergetelijke Celtic Night.

Hier wordt vaak heel diep gedanst (foto Bart Vanoutrive).

Op zondag 22 juli richten we ons terug uitsluitend op het grote podium, waar Calamalys, het Waalse trio met Marinette Bonnert (diatonisch accordeon), Aurélie Giet (klarinet) en Michel Jacqmain (gitaren) om 13 uur het appel blazen. Aan hen valt de eer te beurt om tijdens het grootse namiddagbalgebeuren alvast de kinderen uit te dagen om het goeie voorbeeld te geven.
Met hun van gipsy, jazz, balkan en latin doorspekte balfolknummers, waarin behoorlijk wat ruimte gelaten wordt voor improvisaties, zijn we met het Gentse kwintet Broes verzekert van een volle bezetting op de dansvloer. Naast Anouk Sanczuk (viool) en Florian De Schepper (gitaren), die ondertussen ook een behoorlijk ingespeeld duo vormen, getuige hun cd ‘Perron 12’ (Appelrekords, APR1382, 2017) bestaat deze eclectische bende uit Elke De Meester (chromatisch accordeon), Simon Raman (drums) en Frédéric Dothée (contrabas). Ze lieten reeds Witrussen en Chinezen de benen strekken,… dus zal dit hier een koud kunstje voor hen worden.
Buitenbeentje wordt ongetwijfeld het uit Toulouse afkomstige Djé Balèti, waarin frontman Jérémy Couraut er in slaagt om twee sterk van elkaar verwijderde regio’s, de Mediterrane en de Caraïbische, muzikaal te verenigen. Een historische gravure rond het carnaval van Nice doet zijn oog vallen op een bizar, langgerekt snaarinstument met kalebas, een ‘espina’. Hij vond in Jérôme Desigaud, een instrumentenbouwer die bereid was het te reconstrueren en electrificeren. Hiermee voelt hij zich volledig bevrijd. Met Frederic Mialocq (drums) en Sophie Ramia Medina (bas en zang) gooit hij met kathaarse bewegingen de scheidingslijn podium en publiek radicaal overboord, ons op sleeptouw nemend voor een hallucinante trip die het midden houdt tussen concert, bal en carnaval. Een ode aan het intercultureel samenleven.
Als voorlaatste groep treedt HIKS aan, de in 2006 door Gael Lefévère opgerichte groep, die mee voorloper is gaan vormen in de ‘Nieuwe Bretoense scène’. Samen met Stéphane de Vito (bas), Pierre Droual (viool), Yann Le Gall (gitaar), Benoît Guillemot (drums en programmering) vermengen ze ongecompliceerd de Bretoense traditie met electro, dub, rock en pop. Dat maakt hun stijl vrij uniek, en hun arrangementen getuigen dan ook van een behoorlijk originele identiteit. Hier wordt de dans gedragen door electro-rock en angelsaksische sporen, waarvan de fusie aan de basis ligt van de ‘Drum’n Breizh’. Enkele jaren terug kregen ze van Gabriel Yacoub de toestemming om uit te pakken met ‘Operation Malicorne’ (Coop Breizh, CM2435, 2014). Samen met Marie raakte Gabriel dermate in de ban van het project dat ze zelfs bereid waren enkele achtergrondkoren te verzorgen. Sindsdien was Gael enkele malen te gast tijdens de laatste concerten van het legendarische Malicorne, zoöok tijdens de vorige editie van ‘Het Lindenboom’. Momenteel zitten ze in volle voorbereiding van een nieuw album ‘Bezañ en e vutun’, waarop Jorj Belz (een oude zanger uit Vannes) en Sylvain Barou te gast zijn. Mogelijks geraakt hij af tegen het festival.

Traditiegetrouw wordt de laatste avond symbolisch afgesloten met een act die volledig over het muurtje kijkt. De hier geprogrammeerde groep dient in essentie een uitgesproken opening naar andere muzikale horizonten te promoten. Ditmaal koos de organisatie voor Les Ogres De Barback et le Bal Brotto Lopez. Laatstgenoemde Occitaniërs, Cyille Brotto (diatonisch accordeon en tustafóna) en Guillaume Lopez (boha, fluiten en zang) openden hier twee jaar terug

Een vurig duo Brotto-Lopez opende het zondagse bal in 2016 (foto Bart Vanoutrive).

het zondagse bal, met het bravoure en ongebreidelde energie van echte marktkramers. Ze lieten al vaker de kans niet onbenut om met het Parijse Les Ogres De Barback, een groep die reeds meer dan twintig jaar hun eigenzinnige stempel drukt op het Franse chanson, het podium te delen. Het opsommen van het instrumentarium (bijna twee dozijn) dat de Burguières (Alice, Mathilde, Fred en Sam) bespelen zou ons net wat te vervoeren. Het moet wel duidelijk zijn dat ze hiermee een uitzonderlijk rijk klankenpalet weten te ontwikkelen. In de zang is bij Les Ogres vooral Fred dominant aanwezig, maar ook de dames uiten zich graag vocaal. Hoewel ze in verschillende muzikale werelden vertoeven zitten ze elkaar reeds jaren te beloeren. Ze delen in elk geval een open blik op de wereld van vandaag. Die samenwerking resulteerde in ‘Quercy-Pontoise’ (Voyages, voyag830, 2018), een live-album waaruit ongetwijfeld rijkelijk zal geput worden voor deze afsluitende apotheose, doorwinterd, soms sensueel, vol emoties en soms explosief, geankerd in een Occitaanse traditie, die open staat voor moderniteit.

 

In de rand

Tussen de concerten door wordt de muzikale terreinanimatie gewaarborgd door Sakanotes, een groep doedelzakspelers uit het Casselse die geen kans onbenut laten om de Vlaamse en Franse traditionele muziek te promoten (en bij uitbreiding de Waalse, Nederlandse, Ierse en Schotse). Voorts kan jong en oud een bezoek brengen aan het magische dorp van Les Zicotins, elfachtige wezens met puntige oren, die de opdracht meekregen terug een glimlach op de menselijke wezens te toveren en hun hart te verwarmen.

 

Wat maakt ‘Het Lindeboom’ verder vrij uniek in zijn soort?

Gezien het festivaldomein zich in de onmiddellijke omgeving van de dorpskern bevindt en ook omwille van financiële redenen kan de organisatie niet voorzien in kampeergelegenheid. Festivalgangers die wensen te overnachten zijn dan ook aangewezen op B&B’s, hotels of officiële campings in de ruimere omgeving. Dit euvel biedt anderzijds een unieke gelegenheid om een stukje van de culturele en landschappelijke rijkdom van Pas-de-Calais te ontdekken. De inplanting in een woon- en leefbuurt brengt ook met zich mee dat er geen ruimte is om het feest tot in de vroege uurtjes te laten doorgaan. Vrij snel na het laatste concert dat doorgaans vóór middernacht eindigt wordt het terrein ontruimd. Hetzelfde gebeurt drastisch wanneer de lokale prefectuur beslist dat weersomstandigheden de veiligheid van het publiek in gevaar brengen. Zo verstoorden felle onweders enkele jaren terug zowel de optredens van Barzaz als van Alan Stivell,… dit jaar wordt evenwel echt zomerweer voorspeld. Laat je dus nergens door afschrikken en dompel je onder in dit unieke evenement…

Neem ook een kijkje op de website van Het Lindeboom