Gregory Jolivet – Osmose

Osmose
(Le Grand Barbichon Productions, 349580)

Vaak lijkt het een beetje tricky wanneer een draailierspeler voluit gaat voor een soloproject. Even vaak, verwijzend naar Valentin Clastrier en Gilles Chabenat,  levert dit verrassend boeiend luistergenot op. Niets minder kan gezegd worden van dit recente eigen werk van die andere Franse meester, Gregory Jolivet die uit zijn elektrische altdraailier in net geen uur tijd niet minder dan 18 eigen composities weet te vertolken, waarvan de melodieën zich ontrolden tijdens apneu-sessies onderwater.
Ze vormen een vervolg op zijn Alto solo, en een verdere verkenning van het instrument dat Philippe Mousnier voor hem ontwikkelde. De tien nummers op de ‘A-kant’ van dit album, dat ook op vinyl verscheen, verwijzen hier rechtstreeks naar. Ruimte zat dus om dit veelzijdige instrument in al zijn facetten te horen, en een deel van de vele geheimen ontsluierd te krijgen, telkens vertrekkend vanuit melodieën die meestal ook heel dansbaar blijven. De traditie blijft dus rond de hoek loeren.
Verder verkent hij zowat alle tonaliteiten. In Profondeur (sol) laat hij meteen ook horen hoe geavanceerde sympathiesnaren de muzikant perfect in staat stellen om een (elektrisch) gitaareffect te bekomen in de melodie. Een schril contrast vormt het iele, getokkel in One breath (sol) of het lichtvoetige legato in het op de toetsen gespeelde mazurka Free fall (fa), zonder bourdon noch trompetsnaar, waarna hij in 153 (re) en de bourree Padmasana (si) terug alle registers opentrekt.  En dan is er het wervelende, ietwat uitdagende Red storm (do) opgedragen aan Tobie Miller, één van de meest prominente draailierspelers binnen de barokwereld, die hem mee inspireren.
Opmerkelijk is dat hij bij de nummers niet enkel de tonaliteit vermeldt, maar deze ook met een kleur benoemt. Dit komt het meest uitgesproken tot uiting in Indigo (la). Die kleuren haalt hij uit de praktijk van relaxatie en yoga, en ook uit de katabasis die, voorgesteld door vrije (lees ‘zonder zuurstofflessen’) duiker Umberto Pellizzari, helpt om de drukverschillen in het lichaam te voelen tijdens de statische apneu. Zelf verwoed op deze manier duikend hanteert Gregory deze technieken ook bij het spelen. Ze stellen hem onder meer in staat zichzelf los te laten om volledig in de interpretatie te duiken.
Hij maakt die verbinding trouwens ook met zijn diafragma op het niveau van de ademhaling en de bourdons en de volledige vibratie van zijn instrument en de muzikale emotie. De titel van het album hangt hiermee samen en verwijst naar het volledige bewustzijn van en concentratie op de muzikale verkenningen, zoals je je onder water volledig onderdompelt in de atmosfeer van dat element.
De ‘B-kant’ van dit album herbergt muzikale portretten en pastellen die verwijzen naar betekenisvolle mensen die hij ontmoette. Zo refereert hij naar de Amerikaanse gitariste Anna Morsett in Anna Beebee (re), naar een vriend die met techno bezig is in For So (mi), terwijl het plechtstatige Sweet King (re) opgedragen wordt aan Kaki King en Madame Dugue (la) aan de gelijknamige familie.
De geluidsopnamen werden sterk geïnspireerd door het afwisselen van volledige akoestische benaderingen tegenover nummers waarop de draailier via de versterker heel wat effecten toevoegt en de vraag hoe deze technieken in balans te houden. In zijn klank zoekt hij onder meer analogieën met Neil Young te bereiken, wat de luisteraar de kans biedt erin te gaan baden, en wil hij de band met de oude muziek niet loslaten. Enkel op Les briques (la) koos hij voor drie sporen, om zo het effect van een trio van strijkers te bekomen. Een ingetogen ‘barok’ pareltje waar orgelregisters uit lijken te ontstijgen. Het slotnummer Full lover (fa) vat alles nog eens bondig samen.

Osmose vormt voor hem het logboek voor een vrijduiker in de diepte. De duiker op de hoes, is in zijn bescheidenheid, de meester zelve… Inademen en duiken maar!!