Griff Trio – Ephemera

Ephemera
(eigen beheer, www.griff.be)

We moesten er na Yorare (2014) zeven lange jaren op wachten, voor dit trio opnieuw met een schijfje op de proppen zou komen. Eén en ander heeft te maken met een groepswissel; Liesbet Marivoet (doedelzak, fluit en zang) kwam immers Rémi Decker (doedelzakken, fluiten en zang) en Raphaël De Cock (uilleann pipes, fluit en zang) vervoegen. Tegelijk wensten ze nog een versnelling hoger te schakelen en de lat nog iets hoger te leggen. Ze ontpoppen zich, niet in het minst door de polyfone zang uitdrukkelijker in het vaandel te voeren, als heuse 21e-eeuwse troubadours.
Zo verlenen ze meteen ook een nieuw bestaansrecht aan hun hoofdinstrumenten – de doedelzakken – waarmee ze als geen ander een eigentijds, virtuoos klankuniversum weten te scheppen, waarmee ze paradoxaal genoeg ook rust weten te induceren als aanzet tot zoete dromen. Eigen composities naast werk van onder meer Guido Piccard en enkele traditionals vormen de ingrediënten voor een trip naar diverse Europese uithoeken.

Ingezet wordt met Folie farfadet, een niet van Galicische invloeden gespeende compositie van Rémi, waarin doedelzak, uillean pipes en low whistle, aangedreven door de strakke percussie van gast Jo Zanders een swingende, festieve intro aanbieden. Hij zette ook muziek op het jachtige, traditionele lied L’errant (‘De zwerver’), waarin hij de voorzang op zich neemt, waarna zijn kompanen mee invallen en er zich rijke polyfone rijgdraden ontspinnen.
Merel is een heel ingetogen, intieme compositie van Guido Piccard, die hier zelf de klank wat komt verbreden op zijn hommel en vormt de voorbode voor een onuitgegeven, briljante versie van Wannes Van de Velde’s Een schip, waarvoor ze vocale versterking zochten bij de dames en heer van MissT. Een nevelige sfeer, diep in het woud, wordt geschapen door de drie doedelzakken (de instrumentencombinatie bij uitstek bij hun ontstaan) in Piccard’s  Ephémère en in zijn tot mijmeringen aanzettende Tour d’horloge.
De fluiten roepen dan weer een exotische, regenwoudomgeving op in Decker’s Isn’t it raining. Boven begeleiding van de lage fluiten uit ontsnapt de hemelse stem van Liesbet in het feeërieke Belovodia, alweer een te onthouden parel uit Piccard’s compositielijst. Vol, en zelfs rockend, gaat het er dan weer aan toe in het Schotse Clevelan Park van Ivan Drever, waarin Bert Bernaerts en Lisa Pauwels voor extra koperondersteuning zorgen, waarna we naar ons eigen middeleeuwse regionen terugglijden in een driestemmig a capella Rozekes.
We ontmoeten ook Goran Farkas op zijn Mih doedelzak in het traditionele Kroatische lied Catalina, dat hij trouwens tegelijk weet in te zingen. Heerlijk is ook de opbouw van het traditionele lied Si c’était lui, dat heel traditioneel inzet, en vervolgens via de kopers de eerdergenoemde gasten, inclusief Bas Aerts, een nieuwe dimensie aangepast krijgt.
Oudgediende van het trio, Colin Deru, maakt ook nog even zijn opwachting in zijn Tant pis. Na het traditionele slaaplied Serenada, trekken we nog even naar Finland, en blijven in die atmosfeer met het traditionele Jepuan waarop gastmuzikant Manu Sabaté de toon zet op zijn tenora.

Ongezien is trouwens het artwork dat verricht werd rond het fysieke album. Een reden te meer om je dit topalbum zeker aan te schaffen in een tastbare versie. De lat lag hoog, en ze werd met brio overstegen!