Gryphon reünie in Zaandam

Nieuwe bezetting heropgericht Gryphon in Zaandam

 

Begin jaren zeventig steken twee studenten van de Royal College of Music de koppen bij elkaar. Richard Harvey (toetsen en diverse houten blaasinstrumenten) en Brian Gulland (fagot, kromhoorn) vinden snarenspeler Graeme Taylor (gitaar, mandoline) en percussionist Dave Oberlé en vormen Gryphon.

Ze nemen in 1973 een langspeelplaat op die vreemd genoeg wordt uitgebracht op Transatlantic Records. Dat was in die tijd een toon- en richtingaangevend label met voornamelijk eigentijdse en traditionele akoestische Britse en wat Keltische folk. Gryphon was niet bepaald een groep die in dit stramien paste. Akoestisch: ja, maar traditioneel kan je, ondanks dat ze teruggrepen op oudere liederen en melodieën niet beweren.
Gryphon baseerde zich op de oude muziek. Tenminste, dat zou je denken met instrumenten als harmonium, kromhoorns, blokfluiten, orthodoxe percussie-instrumenten en ja een gitaar en mandoline. Maar ze gaven er wel een geheel eigen draai aan. Die was behoorlijk progressief, gedurfd en eigenlijk wat recalcitrant ten opzichte van de statige uitvoeringen van oude muziek die we tot dan toe kenden.
Gryphon was een van de weinige formaties die zich er toe zette om die oude muziek te evolueren. Groepen als Amazing Blondel (meer lied en Barok/Romantiek gericht), City Waits (wat academisch), Adam Skeaping en Dolly Collins (vaste begeleider met haar pijporgeltje van zus Shirley) visten in dezelfde vijver, maar niet met die progressieve aanpak als de vier jonge knapen.

 

Opener Kemp’s jig van het titelloze debuut is wellicht het meest gekende nummer van de groep met een leidende rol voor de kromhoorns. Maar naast die bewerkingen van oude muziek, namen ze ook folksongs (The Devil and the Farmer’s Wife, The Astrologer, The Unquiet Grave, Three Jolly Butchers) onder hun hoede. Drummer Oberlé vervulde een belangrijke rol met zijn fraaie, heldere en vaste zangstem.
Tenslotte werden eigen composities en delen aan bestaande nummers toegevoegd. Daarin speelden ze met ritmen, compositiestructuur en vooral ook muzikale grappen en opnametrucks. Soms leek het alsof je meer naar een muzikaal hoorspel dan naar een folksong aan het luisteren was. De link naar (theater)spelen is bij het tweede album werkelijk aanwijsbaar. De bakermat voor het ultieme Gryphon werkstuk Midnight Mushrums ligt in het theater. Ze verzorgden namelijk de muziek bij een productie van Shakespeare’s The Tempest door The National Theatre. Voor het album, dat verscheen in 1974,  werden losse elementen van die productie samengevoegd. Zo ontstond de titelsong, een ruim 18 minuten durend epos.

In mijn artikel in de serie Meesterwerk van NewFolkSounds 122, april/mei 200 schrijf ik over Midnight Mushrums: “Met enige vrijheid mag je Midnight mushrumps de Tubular bells (Mike Oldfield) of zelfs Atom heart mother (Pink Floyd) van de folk noemen. Meesterwerken die zich vaak pas na meerdere malen beluisteren volledig ontvouwen. Daarbij wordt duidelijk hoe geniaal en toch elementair een en ander in elkaar zit. In een cyclische herhaling komen diverse thema’s terug. De segmenten variëren in lengte, stemming, dynamiek, instrumentatie etc. Toch vormt het stuk een samenhangend geheel. Dat is vooral te danken aan de consistente sfeer en het timbre van de perfect samen passende instrumenten”.

 

De tweede zijde van de oorspronkelijke elpee kent diverse eigen composities van Gulland, Taylor en met name Harvey. Intussen was Philip Nestor als bassist toegetreden tot de formatie en hij speelt een belangrijke rol in het slotnummer van Midnight Mushrumps, blijkt uit datzelfde artikel.
“Het sluitstuk van de elpee is het majestueuze Ethelion. Een zeer illustratief Gryphon nummer. Het opent met een geïmproviseerd intro op bas met een grommende lach van Gulland daardoorheen gemixt. Het vervolgt met een sterk op oude muziek geënt tussenstuk waarin de fagot een hoofdrol speelt. Het wordt afgesloten met een lang uitgesponnen lyrisch thema. Naarmate het thema vordert neemt de dynamiek toe door steeds krachtiger instrumenten toe te voegen en op het eind volgt de uitbarsting”. Een perfecte afsluiter en zoals later zal blijken een volmaakte overgang naar de opvolger Red queen to Gryphon three.

 

Dat derde album wordt gekenmerkt door vier lange stukken van rond de tien minuten. De formatie ontwikkelt zich tot een symfonische folkrockgroep, waarschijnlijk geïnspireerd door enkele concerten en een toer met de symfonische rockgroep Yes. Ondanks dat elektrisch versterkte instrumenten als basgitaar, elektrisch gitaar en synthesizer een funderende rol spelen, ademt het album een renaissance en baroksfeer uit, mede door de inbreng van (blok)fluiten, kromhoorn, harmonium, spinet en fagot. De eerste tekenen dat de magie van de groep aan het opraken is vind je terug op het vierde album Raindance.

 

Gryphon 2018

“Enerzijds een voortzetting van Red Queen met symfonische folkrock, muzikale grappen en grollen en sfeercreaties. Anderzijds keert de groep terug naar de ballades en de ingetogener folksongs. Harvey’s nieuwe epos (Ein klein) Heldenleben is qua opzet en lengte te vergelijken met Midnight mushrumps, maar haalt toch niet die schakering en fascinatie” vermeldt Meesterwerken. Nestor en Taylor verlaten de groep na of tijdens de opnamen van dit album. Ze worden vervangen door Jonathan Davie en Bob Foster en een extra drummer (Alex Baird) wordt toegevoegd.

 

Treason is de zwanenzang van de formatie. Een zwaar tegenvallend album met wat geforceerde rockachtige songs. De formatie valt in 1977 definitief uiteen. Postuum worden nog twee albums uitgebracht met alternatieve-, live en radio-opnamen: About as curious as it can be  en Glastonbury carols. Vaak duiken geruchten op over een reünie. In het eerste decennia van de nieuwe eeuw wordt zelfs een nieuw album aangekondigd. Het blijft echter bij een eenmalig optreden op 6 Juni 2009 in de Queen Elizabeth Hall in Londen. De vier originele leden worden bijgestaan door laatste bassist Jonathan Davie en multi-instrumentalist Graham Preskett. Harvey heeft echter geen zin of tijd om zich verder met Gryphon bezig te houden. De aangekondigde cd komt er niet en slechts een handjevol (reünie)optredens van de hernieuwe formatie vinden plaats.

 

Tot eind vorig jaar duidelijk werd dat er wel degelijk nieuw werk zou verschijnen. Afgelopen zomer zag  Reinvention het laserlight. Tien korte songs en een langere van 10 minuten vullen het schijfje, allen eigen composities. Oorspronkelijke leden Gulland, Taylor en Oberlé  worden bijgestaan door Preskett, Rory MacFarlane (bass) en Andy Findon (houten- en rietinstrumenten). De laatste twee maken net als Taylor ook deel uit van de huidige bezetting van Home Service. Wij hebben nog geen exemplaar kunnen beluisteren (de cd is op eigen label verschenen en verkrijgbaar via de website), maar volgens de omschrijving is het een logische voortzetting van de sfeer en het geluid van Red Queen to Gryphon three. Op zaterdag 1 december kan je de huidige line-up van Gryhon beluisteren tijdens een eenmalig optreden in Nederland in De Vermaning in Zaandam.