Habib Koité – Soô

koite soo

Soô
(Contre Jour CJ030)

Habib Koté is waarschijnlijk de meest Westers klinkende Malinese singer/songwriter. Met name het gebruik van de akoestische gitaar met tedere arpeggio klanken draagt daar aan bij. We horen graag letterlijk stevige taal uit het West Afrikaanse land. Over de misstanden die er gaande zijn, over onderdrukking etcetera. Ook dat zal je bij Koité niet tegen komen. Soô is wel een sociaal album, maar dan in de betekenis van samenleving, de positieve zaken in het leven, het genieten van dierbaren. Ook hier is Koité dus gematigd en dat geldt ook voor zijn stem(geluid). Dat is soepel, melodieus, zachtaardig en klinkt blijmoedig. Maar om Koité nu een ‘smooth artist’ te noemen gaat te ver. Zijn muziek is, al is ze gesofisticeerd, opwindend en opzwepend. Dat geldt nog niet voor openingstrack Déme, maar bij Diarabi Niami zit de sfeer er gelijk goed in. Tokkelende akoestische gitaar en swingende percussie. Bolo Mala en wellicht nog meer Drapeau bewijzen maar weer eens hoe sterk Koité is in het vertalen van de typerende Malinese klanken naar Westerse oren, zonder afbreuk te doen aan de basis, het verleden en de – als ze al bestaan – geldende normen. L.A. klinkt alsof er Latin invloeden in zijn verwerkt. Bijzondere gasten zijn Toumani Diabate (kora) en Bassekou Kouyate (n’goni) in het nummer Térèré. Koité zingt op dit album in diverse landstalen en opmerkelijk is het gedeeltelijk in het Engels gezongen Need you. Het komt enigszins geforceerd over. Habib Koité sluit af met het geheel solo op akoestische gitaar gespeelde Djadjiry, een eerbetoon aan griot Fanta Damba. Een fraai album met meer intieme Malinese klanken.