Hans Mortelmans, swingen en zingen

Reeds vele jaren begeleidt hij anderen. Ook vele jaren speelt en zingt hij met een eigen groep. Hij schrijft en zingt mooie liedjes in het Antwerps dialect. Onlangs verscheen van Hans Mortelmans en groep een tweede cd. Een gesprek met hem lag voor de hand.

Hoe kwam Hans Mortelmans tot het spelen van muziek?
Het begon al in 1976. Ik was zes jaar oud toen mijn oom, die koster was in Wommelgem, mij al orgel en nadien ook accordeon leerde spelen. Daarna volgde viool op de muziekschool. Vanaf mijn vijftiende speelde ik al eens orgel tijdens kerkdiensten. Op elektrische gitaar speelde ik mee in rockgroepjes, de droom van veel jonge muzikanten. Later ging mijn voorkeur naar de akoestische gitaar.

Ik hoorde Mortelmans eerst met bijzonder swingende gitaarmuziek en accordeon als begeleider van Franse chansons bij zijn vriend André Roels. Vanwaar die voorliefde voor Franse chansons?

Hans Mortelmans, foto:Wino Evertz

Hans Mortelmans, foto: Wino Evertz

Dat is een leuk verhaal. Ik kende helemaal geen Franse muziek. Thuis werd helemaal geen Frans gesproken noch beluisterd. Ook op school was er weinig aandacht voor Franse cultuur. Toen ik kunstgeschiedenis studeerde te Gent leerde ik mijn vrouw, Joke, kennen. Haar vader liet mij eens Georges Brassens horen. Ik was op slag verkocht aan die man zijn liedjes, die akkoorden en die zangstijl. Dat leek mij de perfectie. Ik wist meteen dat ik dat soort muziek wilde gaan spelen. Om zijn teksten te begrijpen ben ik Frans gaan studeren. Als werkstudent in het Emile Verhaeren museum te Sint-Amands aan de Schelde werd ik ook meer vertrouwd met de Franse literatuur. Maar het naspelen van chansons van Brassens lukte me niet. Joke zei me contact te nemen met Koen De Cauter die vaak nummers van Brassens zingt. Eén telefoontje volstond. De Cauter heeft me de knepen geleerd om Brassens’ muziek te spelen. Toen ik, ruim tien jaar geleden, André Roels ontmoette wilde hij ook accordeon als begeleiding bij de chansons die hij zong. Ik had al jaren geen accordeon meer gespeeld, maar haalde het instrument weer uit de kast. Maar ik blijf ontevreden over mijn accordeonspel. Ik ben nog steeds aan het leren om behoorlijk ‘musette’ te spelen.

Na Brassens, ook Django en anderen.

Op beide cd’s van Mortelmans staat een lied over Django en die bezingen niet zijn fraaiste kant. “Is het een haat-liefde verhouding?”, vraag ik hem.
Helemaal niet. Ik bewonder Django. Maar van Brassens heb ik geleerd om niet mee te heulen met de massa. Bij zigeunermuzikanten is Django een God. En muzikaal is hij dat ook. Maar ik vind het leuk om wat te relativeren. Daarom zing ik over zijn broer Joseph die toch in zijn schaduw is gebleven. Of over Django die muziek speelt voor de Duitse bezetter, terwijl zigeuners werden omgebracht. Maar Duitsers van deze muziek leren houden is dan weer een verdienste van de man. Ik heb ook heel veel geleerd van de zanger Renaud. En wanneer Sanséverino in 2001 zijn cd Le tango des gens met ondermeer Frida uitbracht, was het als een donderslag bij heldere hemel. Hij heeft me laten horen dat je met die oudere muziek nieuwe wegen kan bewandelen. Ik hou enorm van zulke swingende liedjes en schrijf uiteraard mijn chansons ook in die stijl.

Je zingt ook een hommageconcert aan Wannes Van de Velde?
Ja, Wannes is nog zo’n grote meneer. Ik ben opgegroeid met zijn liedjes. Ik zong die veel als oefening voor mezelf. Sinds zijn overlijden zing ik bij elk van mijn optredens een nummer van Wannes. En dan kwam de vraag van de vzw Muziekmozaïek om samen met Hans Quaghebeur van Kadril een heel hommageconcert te spelen (dat was eind augustus DD). Hopelijk kan dat in het komend seizoen op meerdere plaatsen herhaald worden.

www.hansmortelmans.be
cd: Wielen (2007) / Wild Boar Music WBM21073

cd: De wereld was klein (2009) / eigen beheer