Harrie Franken

Peetvader van de Brabantse volksmuziekheropleving

Waar liederen zijn is geen valsheid, geen haat, geen egoïsme en uitbuiting. Al bijna tweehonderd jaar oud is de in de volksmond overgeleverde uitspraak van de Duitse schrijver Johann Gottfried Seume (1763-1810): Wo man singt, da lasz dich ruhig nieder; Böse Menschen haben keine Lieder.

Zo eindigt Harrie Franken het voorwoord van zijn levenswerk, het voor de Brabantse volksmuziek onmisbaar geworden boek Liederen en dansen uit de Kempen, waarvan in 1978 de eerste en de tweede druk verschenen. Op 19 februari 2003 overleed de oud-schoolmeester aan een slepende ziekte op 64-jarige leeftijd. Op jonge leeftijd speelde hij viool, later werd hij zanger en multi-instrumentalist. In 1968 ving Franken aan met het verzamelen van liederen in zijn eigen Oost-Brabantse omgeving. Hij hield de oudere generatie veelvuldig de microfoon voor en grasduinde in ontelbare liederenschriften. Toen hij meer dan tweeduizend liederen verzameld had, was het tijd voor publicatie. In 1973 richtte Harrie Franken een muziekgroep op, om het repertoire ook zelf te kunnen uitvoeren: de familieband Ut Muziek, die hij tot aan zijn dood toe zou leiden. Volksmuziekgroep Ut Muziek is herhaaldelijk te horen en te zien geweest op radio en televisie. Voor Omroep Brabant verzorgde Harrie in de tachtiger jaren van de vorige eeuw jarenlang een wekelijkse rubriek rond het volkslied.

Andere initiatieven waar Harrie Franken bij betrokken was waren het volksdansorkest Het Kempisch Volksorkest, De Kempische Driekoningen (een gezelschap dat het aloude Driekoningenzingen in ere herstelde en in kerk en kroeg geld inzamelde voor ontwikkelingswerkers) en Het Patternaat van Jan Baptist, dat aansloot bij de anti-kernwapenbeweging. De naam van de laatstgenoemde groep verwijst naar ‘het patronaat’, een instelling die in voorbije tijden een beschermende functie had. Jan Baptist is Sint Jan de Doper, die de ‘veile macht van hoge heren met opgeheven hoofd trotseerde’.

In dit artikel komen twee muzikanten aan het woord, die zich geïnspireerd weten door het werk van Harrie Franken. Peter Koene is een oudgediende folkmuzikant, die al in 1969 een Nederlands-traditionele folkplaat vol zong en sindsdien steeds voor de volksmuziek een stevige plaats in zijn hart heeft opengehouden. Hans Hoosemans speelt in de ‘jonge’ Brabantse folkgroep Wè-nun Henk, die geïnspireerd door rootsmuziek op zoek ging naar de eigen wortels. Zij brachten ondertussen al drie cd’s op de markt. Hoe kijken beiden tegen de activiteiten die Harrie Franken ontplooide aan?

Peter Koene: ‘Ik ontmoette Harrie voor het eerst rond 1980, na de uitgave van zijn boek. Ik ging bij hem op bezoek om over zijn materiaal te praten en over zijn activiteiten met Ut Muziek. Voor mij was dat vergelijkbaar met wat Herman Dewit in België deed en ik vroeg mij verwonderd af, waarom Harrie en Ut Muziek niet veel meer aan de weg timmerden in Nederland. De folkrevival was in Nederland toen zo’n beetje op z’n hoogtepunt. Maar Harrie wilde het klein houden en hoofdzakelijk – eigenlijk vrijwel uitsluitend – opereren in zijn eigen omgeving. Dat typeerde Harrie meteen: het kleine, het kleinschalige, het geworteld zijn en willen blijven in zijn eigen streek, bij zijn eigen mensen. Dat Ut Muziek jaarlijks speelde in de Nachtmis in De Weebosch, was daar een voorbeeld van. De groepen van Harrie lieten zich zien en horen in De Kempen. Het onderzoekswerk wat hij deed was een waar monnikenwerk! Niet alleen het optekenen, maar ook het noteren van alle materiaal en vooral het catalogiseren, waarvoor hij een heel computersysteem had ontwikkeld, waaraan het Nederlands Volkslied-archief niet kon tippen.’

Hans Hoosemans: ‘Ik denk dat het werk Harrie Franken van niet te onderschatten waarde is voor de Kempische volksmuziek. Zijn boek is immers het énige echte liederenboek uit Brabant, wat zich wat mij betreft kan meten met de Vlaamse standaardwerken van De Coussemaeker, Bols etc. Wè-nun Henk heeft – met name voor de cd Bar – zijn liederenboek tamelijk intensief doorgenomen. Een aantal dingen is nooit het ideeënstadium te boven gekomen, maar Het Jong Soldaatje, De Vagebond en Zatte Katrijn zijn bewerkingen daaruit. Het achterliggende idee was wel een beetje om meer van het Brabantse repertoire uit te gaan, en minder van de Vlaamse dingen. Natuurlijk heeft hij meer gedaan dan dat boek. Ik weet – van toen ik nog in Diessen (Noord-Brabant) woonde – dat hij elke week een stukje in de streekkrant schreef over allerlei Brabantia. Maar indertijd was ik daar nog niet zo in geïnteresseerd.

Hij was natuurlijk ook een conservator, hij noteerde en legde het vast en dat is voor de buitenstaander nogal gauw droge kost. Ik denk niet dat hij een bepaald publiek voor zijn werk voor ogen had, maar het publiek dat hij er voornamelijk mee bereikte zit toch in de hogere leeftijdscategorie. En dat is jammer natuurlijk, want de échte waarde van het werk van Harrie Franken zit hem in de apostelen die er mee aan de haal gaan, het levend houden en verspreiden onder een nieuw publiek. Opvallend in dit kader is zijn werk met bijvoorbeeld het Kempisch Volksorkest, wat nogal, eh, archaïsch klinkt zeg maar, in vergelijking met de populairste en meest gewaardeerde gebruikers van zijn boek, Dommelvolk, die zich helemaal niks aantrokken van hoe dat nou eigenlijk geklonken zou moeten hebben, maar er wél een groot en nieuw publiek mee bereikten.’

Harrie Franken verdiepte zich jarenlang in het volkslied, met al zijn aspecten. Een aantal jaren werd hij door het provinciebestuur vrijgesteld, zodat hij meer tijd kon besteden aan zijn tijdrovend onderzoek. Zo bouwde hij, al doende, in vijfendertig jaar naast een ongelofelijk grote kennis ook een schat op aan volksliederen, die hij bij de mensen thuis opnam en daarna zorgvuldig documenteerde. Het werden uiteindelijk meer dan tienduizend volksliederen, die hij onder meer publiceerde in zijn vaak geroemde Liederen en Dansen uit de Kempen en in de twintig delen van de Kroniek van de Kempen – een gebonden bundeling van artikelen over de Kempische historie, eerder gepubliceerd in het weekblad Kempenland Info – waarvan hij medeoprichter was. Tientallen volksmuziekgroepen hebben vooral in de tachtiger jaren dankbaar uit die bron geput. Harrie Franken zal de geschiedenis ingaan als de grote bezieler en stimulator van de volksmuziek in zowel Noord-Brabant, als in de Belgische Kempen.

Peter Koene: ‘Wat ik ook bijzonder vond was, dat Harrie álles opnam en noteerde wat zijn zegslieden zongen. Dat was ik van het Volksliedarchief niet gewend, daar was men hoofdzakelijk geïnteresseerd in liederen met een lange, mondelinge geschiedenis. Straatliedjes, liedjes die ingingen op de actualiteit, op maatschappelijke strijd of op de politiek kwamen daar niet of nauwelijks aan de orde. Bij Harrie waren ze net zo belangrijk als al het andere materiaal. Dat was ook de reden dat Jaap Oudesluijs en ik hem opzochten: wij hadden plannen voor een boek over de geschiedenis van ‘het gewone volk’ aan de hand van liedjes. Harrie vertelde enthousiast over het materiaal van liedjesschrijver/uitgever Rombouts uit Roosendaal, dat hij reeds had verzameld en waarvan hij bij zegslieden nog de nodige melodieën had opgetekend. Bij een van mijn laatste bezoeken, een paar jaar geleden, meldde Harrie dat hij de biografie van Rombouts had opgeduikeld, in contact stond met een familielid – een kleinzoon of schoonzoon, dat weet ik niet meer – en dat hij op termijn een boek over Rombouts zou publiceren. Dat boek komt er, postuum, waarschijnlijk alsnog. Het boek van Jaap en mij is nooit gerealiseerd, maar materiaal dat we er voor verzamelden is wel gebruikt voor De klucht van Pierlala van de politieke theatergroep Proloog.’

Harrie was bovenal een Kempenaar. Hij droeg de Kempische mens een warm hart toe, maar ook de natuur in de Kempen heeft het een en ander aan hem te danken. Van de flora in de Kempen kon hij een kenner genoemd worden. Harrie besefte maar al te goed dat er in snel tempo veel plantensoorten verdwenen. Dat raakte hem diep. Zijn activiteiten in Het Patternaat van Jan Baptist en het Driekoningen Zingen in de Kempen lieten zien, dat hij zich ook sterk betrokken voelde bij vredesvraagstukken en bij de problemen in de derde wereld.

Peter Koene: ‘Harrie’s betrokkenheid bij zijn streek en zijn mensen bleek eens te meer, toen begin jaren ‘80 plannen bekend werden om bij Mol (net over de Belgische grens bij De Weebosch) een kernenergieopwerkingsfabriek te plaatsen. Er werden talloze demonstraties en manifestaties georganiseerd, waar ik als duo met Jaap – Trek en Doedel – en als lid van Werktuig of Proloog regelmatig van de partij was. Jan Smeets schreef voor die gelegenheden diverse liedjes, onder andere een bewerking van het door Harrie opgetekende lied De wereld vergaat, waarvan later bleek dat Harrie op hetzelfde idee gekomen was. En bewerkte hij ook een ander traditioneel lied, Dè kan nie bestaon. Met Ut Muziek, maar voornamelijk met Het Patternaat van Jan Baptist, dat wagenspelen opvoerde, was ook Harrie in de anti atoomenergie-, de anti kruisraketten- en de milieubeweging actief. Hiervan stamt ook het lied Zon, wind, water, dat Jaap en ik op het herdenkingsconcert, dat op vrijdag 13 juni van dit jaar plaatsvond in De Kattendans te Bergeijk, ten gehore hebben gebracht.’

Hans Hoosemans: ‘De herdenkingsavond was bijzonder gezellig. We hebben ons als Wè-nun Henk backstage uitermate met Dommelvolk vermaakt. We hebben nog wel wat interessante discussies gehad met een paar muzikanten over het grijze harengehalte, zowel op als voor het podium. Ik weet de line-up niet meer zo uit mijn hoofd, maar als je Wè-nun Henk wegdenkt, had het zo een affiche voor een folkfestival in 1978 kunnen zijn. Niks mis mee verder, maar als je nog eens tien jaar verder denkt, wat blijft er dan nog over? Zo’n avond zou een uitgelezen kans kunnen zijn om nieuwe dingen te doen, een nieuw publiek proberen te bereiken, schoolconcerten desnoods, hiphop versies van Genoveva van Brabant, weet ik veel. Begrijp me niet verkeerd, het was oké, goed dat het boek opnieuw uit is, goed dat daar aandacht aan wordt besteed.

Maar je wordt dan soms wel eens jaloers op onze omringende landen, waar traditionele, al dan niet bewerkte muziek een veel jonger publiek trekt. We hebben liever 17-jarige meisjes voor het podium dan 77-jarige, snap je? Het werk van Harrie verdient het aandacht te blijven krijgen van muzikanten. Misschien kan New FolkSounds een tribute-cd organiseren met een hoop jonge Nederlandse folkbandjes die werk van hem spelen?’

Er is intussen een stichting opgericht, die er zorg voor moet dragen dat het liedarchief van Harrie Franken zal blijven functioneren als bron, vraagbaak en wegwijzer voor iedereen die met het Nederlands volkslied is begaan: Stichting Brabants Volksliedarchief Harrie Franken. In het bestuur zitten onder andere zoon Karel Franken en Harrie’s vrouw Nel Franken.

Discografie:
Liederen en dansen uit de Kempen, deel 1 t/m 3 :
Ut Muziek mmv Gerard van Maasakkers – Kerst en Nieuwjaarsliederen
(Xilovox, XLP 300982, 1982) Ut Muziek – Verhalende liederen
(Xilovox, XLP 171083, 1983)
Ut Muziek – Feestliederen (Xilovox, XLP 011184, 1984)
Het Kempisch Volksorkest – Speelt ten dans (Xilovox, 240784, 1984)

Bovenstaande lp’s zijn allen verkrijgbaar op cd. Tevens is enkel op cd leverbaar:
Het Kempisch Volksorkest – Dansen (2000)

Te bestellen via: www.volksliedarchief.nl. Hier vind je ook een schat van informatie over het werk van Harrie Franken, alsook een grote hoeveelheid liederen, voorzien van notenschrift.

Dit artikel verscheen eerder in New Folk Sounds 91, februari maart 2004 en wordt in het kader van de folkcanon opnieuw gepubliceerd.