Harry Niehof

Het scheelde niet veel of we hadden nooit meer wat gehoord van Harry Niehof omdat hij in Spanje wilde gaan wonen. Uiteindelijk koos de zanger-gitarist toch voor Groningen, maar het zuidelijke land laat hem niet los. Dat blijkt in zijn theaterprogramma Van Middelsom noar Madrid dat op 13 november in Delfzijl in première ging. Gelijktijdig verscheen zijn dubbel-cd, Golf noa golf.

"In je blote kont gaan staan is toch een ander verhaal" foto: Joop van den Bremen

Harry Niehof (1954) zou het liefst full-time zingen en muziek maken, maar dat lukt nog niet helemaal. “Groningen is een beetje te klein om daarvan volledig te kunnen leven.” Dus ondertitelt de geletterde muzikant Engelse en Amerikaanse films tussen zijn optredens en opnames door.

Op zijn elfde kreeg hij een gitaar. Later speelde hij in allerlei bandjes, schreef zijn eerste liedje toen hij zestien was en leerde het echte gitaarspel van Martin Carthy, “voor zover dat mogelijk was. Ik begreep helemaal niks van wat die man deed. Tot ik vele jaren later een instructievideo van hem in handen kreeg. De trucjes die ik wou weten legde hij niet uit, maar die kon ik zo beeldje voor beeldje zien: ‘Oh dat doe die’.”

Niehof voelt zich met Ry Cooder verwant. “Ik vind het heel mooi, wat die doet.” Bij zijn teksten heeft hij vooral Lucinda Williams voor ogen. “Die is helemaal te gek. Ze heeft van die associatieve teksten waar je zelf dingen kunt invullen en die vaak vrij donker zijn. Soms heeft ze een verhaaltje dat net een stap verder gaat dan wat redelijkerwijs mogelijk is.” Niehof stopt ook zelf af en toe wat magisch realisme in zijn liedjes. Op zijn nieuwe cd is dat onder meer te vinden in Van Middelsom noar Madrid en Meermin van Meerstad. De komst van Joachim Stiller van Hubert Lampo vond hij geweldig. “Ik zou het boek wel eens weer willen lezen.” Hij sluit de overleden Vlaamse schrijver als inspiratiebron dan ook niet uit. “Blijkbaar, maar ik ben daar niet mee bezig.” Hij is dol op Shakespeare. “Niet dat ik mij daarmee zou willen vergelijken, hoor.”

Van Middelstum naar Spanje

Tot zijn vijftiende woonde Harry Niehof in Middelstum. Op zijn verjaardag verhuisde hij naar Steenwijk. “Middelstum was een echt Gronings dorp. De enige mensen die daar niet Gronings spraken, waren de kinderen van de notabelen.” Bakkerszoon Harry sprak dus ook het dialect waarin hij zijn gevoelens leerde uitdrukken. De dichter Jan Glas omschreef dat volgens hem zeer fraai. “De toal woarin mie’t leven oetlegd is. Dat vond ik wel een mooie, want over emoties praten in het Gronings doe je niet.”

Niehof ging naar de stad Groningen om er aan de universiteit te studeren en woont er nog steeds. Hij wierp zich volop in het rijke muziekleven. Hij speelde in Jump Jive en The Soulfingers, maar vooral in de kroegen van ‘Stad’. Zo kwam de zanger-gitarist terecht bij De Vrije Hand. In dat gezelschap kon je – met budget – muzikanten uitnodigen. “Ik heb toen een aantal muzikanten gevraagd waarmee ik altijd al graag had willen zingen.” Soms werd Niehof zelf uitgenodigd voor een gitaar- of een slidepartij. Toen de vraag wat terugliep, wilde hij een soort visitekaartje afgeven. Dat werd de cd Broken Lines van Sugar Boy Harry in 2001, “met de leukste liedjes die ik de afgelopen vijftien jaar had gemaakt.”

Harry Niehof zou best in Spanje willen wonen. “Als de financiën het toestaan, dan zit ik daar zo vaak mogelijk. Niet zozeer vanwege het klimaat, dat helpt natuurlijk, maar omdat Spanjaarden wel een beetje op Groningers lijken. De Spanjaarden kijken de kat uit de boom en daarna flirt iedereen met je. Als je in Spanje op een terras gaat zitten, dan komen ze niet bij je. Dat is geen gebrek aan respect maar ze denken: ‘Nou, als ze wat willen, dan roepen ze wel’. De mensen laten je met rust en je mag zijn zoals je bent. Dus dat schept ook al gauw een zekere afstand. Als je dan wel wat hebt met Spanjaarden dan is dat ook buitengewoon waardevol. Ik heb er een half jaar gewoond en we hebben gekeken of we daar misschien vast konden gaan wonen. Maar dat was net op het moment dat het met mijn Groningse muziek een beetje begon te lopen. Dat was niet handig. Ik kon daar natuurlijk gewoon gaan werken als ondertitelaar. Ik krijg via internet mijn spullen binnen. Maar dan heb je geen binding met het land. Dan heb je wel je praatje bij de bakker, maar verder sta je er buiten. Dus ik dacht, als ik hier iets wil doen, dan wil ik ook echt. Ik wil niet in een buitenlandse kolonie zitten maar er echt bijhoren. Maar ik bedacht ook dat ik wel heel erg mijn vrienden zou missen. Ik ging toch verder met het Gronings. Als ik dat niet zou doen, zou ik daar vreselijk spijt van krijgen. Ik zat in een goede flow wat muziek betreft. Teksten kwamen bijna als vanzelf. Ik wilde daar mee verder.”

Van Engels naar Gronings

Harry Niehof houdt van het Grunnegs omdat het een spaarzame taal is. ’Gain woord te veul’ sluit prachtig aan bij zijn teksten die “zo kort mogelijk” moeten zijn. “Voor muziek is dat prachtig. Ik ben ook altijd aan het schrappen. Ik begin met associëren en schrijf vellen vol. Dan zoek ik dingen bij mekaar en schrap opnieuw. Op een gegeven moment heb ik wat en dan gaat nog weer de helft eruit. Ik vind het erg mooi als je met heel weinig woorden alles kunt zeggen. Ik bedoel niet dat je het moet gaan uitleggen, maar dat je met een soort duidelijke lijn iets kunt suggereren waar de mensen mee verder kunnen.”

Dat Gronings is eigenlijk begonnen als oudejaarsgrap. We hebben elk jaar een oudejaarsfeest. Dan vragen we mensen iets te doen. Dat moet niet te gemakkelijk zijn. Een Spaanse vriendin wou daar graag iets zingen. Die kwam met een Spaans lied. Toen zei ik dat ik daar een Gronings lied van zou maken. Dat was een waanzinnig succes. Ze braken de tent af en twee dagen later hingen ze van Radio Noord aan de telefoon. Die hadden dat gehoord. Van Los Bomberos ken ik Ron Glasbeek, de bassist. Samen hebben we nog een paar liedjes gemaakt, gewoon voor de pret.” Radio Noord wilde dat wel opnemen. “Dat was een vreselijk groot succes.” Dus schreef Niehof als een gek een cd vol met humorvolle en dubbelzinnige liedjes. “Dat begon met ‘kijk mij eens grappig zijn’ maar langzamerhand kwam ik erachter: ‘wacht eens even, dit is mooi’. Tegen het eind heb ik nog Lagrimas negras gedaan. Ik vind het zo’n mooi lied en kon het niet over mijn hart verkrijgen om daar weer zo’n onzinlied van te maken. Dat werd Zwaarde leegte. Langzamerhand kwamen er teksten waarvan ik dacht: ‘dat bekt gewoon’. Ik had wel eens wat geprobeerd in het Nederlands, want ik vond het een beetje raar om in het Engels te blijven zingen. Het is wel mijn vak maar ik speel toch eigenlijk altijd in Nederland. Dus is het een soort barrière om in het Engels te zingen voor een Nederlands publiek.”

foto: Joop van den Bremen

De Songclub, opgezet door collega-muzikant Bert Hadders, effende de weg naar het serieuze werk. Eens per twee maanden moet iedere deelnemer op de songclubavond een oud en een nieuw lied zingen. De deelnemer mag twee keer overslaan. De derde keer wordt die uit de club gezet en neemt de eerstvolgende op de wachtlijst zijn plaats in. “Het is vooral in het Engels, maar ik ben daar als eerste begonnen met Groningse liedjes. Mijn allereerste serieuze liedje heb ik daar gedaan met zweet in mijn schoenen. Ik wist natuurlijk helemaal niet hoe dat over kwam. Grapjes maken in het Gronings is tot daar aan toe, maar dan in je blote kont gaan staan is toch een ander verhaal, maar het was een waanzinnig succes.” De tweede cd die daaruit voortkwam, leverde Niehof in 2007 de Streektaalprijs van het Dagblad van het Noorden op.

Het theater in
Later speelde Niehof met Voorheen de Bende, een muzikaal theater dat volle zalen trok. Het eerste seizoen was hij nog sessiemuzikant, maar in het volgende programma ook Pazzipant. “Dat was niet mijn core business, om het zo maar eens te zeggen. Maar wat ik eigenlijk al mijn hele leven heb gewild en waar het nooit van gekomen is: In een busje stappen met een klein groepje mensen met een gekkigheidtheater. Dan natuurlijk wel met een bandje erbij dat verschrikkelijk goed kan spelen. Zo de campings af, waar je een decortje opzet met drie lampjes en waar je een showtje hebt met hele goede muziek. Maar ook iets wat mensen verder lokt. Dat leek mij helemaal te gek. Wat dat betreft, sloot dat bij De Bende naadloos aan.” Het bleek een goede opstap naar zijn nieuwe theatervoorstelling Van Middelsom noar Madrid. Daarin zingt Niehof vooral liedjes van zijn nieuwe ‘spaigelploatje’.

Die dubbel-cd heet Golf noa golf. Op de eerste schijf zingt en speelt Niehof op diverse snaarinstrumenten samen met Herman Grimme (toetsen) en Johan Viswat (bas), de twee muzikanten die hem ook in het theater bijstaan. Bovendien werken Jaap Stegeman (piano), Roel Postma (percussie), Fokke de Jong (drums) en de zangeressen Inki de Jonge en Carmen Schilstra aan enkele nummers mee. Het zijn bijna allemaal nieuwe liedjes. Harry Niehof vatte de originele teksten in aansprekende muziek. Ze verhalen – soms wat on-Gronings – over liefde en bevatten veel poëzie. In de klank valt de inbreng van Herman Grimme te herkennen maar Niehof tekent daar bij aan: “Bij de vorige platen ging ik naar Herman toe en die ging er dan mee klooien. Het grappige bij deze plaat is dat het veel meer een groepsproces is geweest.”

De tweede schijf, solo opgenomen in de studio van Herman Grimme bevat ook enkele eerder uitgebrachte nummers en Schiere dag met een “geniale melodie” van Lou Reed (Perfect day). Twee ‘Cubaanse liedjes’ kregen een geheel nieuwe uitvoering. “Swaarde leegte is het enige serieuze liedje op de Los Bomberos-plaat. Die versie vind ik nog steeds mooi, maar als je dat Cubaanse nummer niet hebt gehoord en je hoort dit, dan denk je die Cubaklanken er niet gelijk bij. Dat is juist leuk en Grunnen leeft speel ik met een folkbegeleiding. Dat vond ik ook anders dan wat er op de Cubaplaat staat.”

De muziek van Harry Niehof klinkt soms als blues maar is het niet. Het is geen pop maar het gaat af en toe wel die kant op. Het is geen rhytm & blues maar hier en daar zit dat er een beetje in. Jazz is het ook niet maar toch swingt het op sommige momenten lekker en ook al is het geen folk, het lijkt er zo nu en dan wel erg sterk op. Wat is het eigenlijk wel? “Het is gewoon Harry Niehof-muziek,” zegt de maker.

Website: www.harryniehof.com

Eigen cd’s:
Altied onderwegens (Silvox, 2005)
Straks is ‘t weer janken
(Silvox, 2007)
Golf noa golf
(eigen beheer, 2010)
Harry Niehof & Los Bomberos
:
Cuba blues (Silvox, 2004)
v/h De Bende
:
Voorheen De Bende mit Pazzipanten
(Paplabel, 2008)

Dit jaar en begin volgend jaar treedt Harry Niehof op in diverse theaters (zie de agenda)