INTERNATIONAAL GIPSYFESTIVAL 2008

INTERNATIONAAL GIPSYFESTIVAL, Tilburg, 22 en 25 mei 2008

“Prachtige zigeunermuziek,” riep presentatrice Lalla Weiss donderdag 22 mei tijdens het concert van Nello Mirando Ensemble in de Tilburgse popzaal 013. Beter had ze het niet kunnen zeggen.

Het ensemble speelde muziek in de Mirando-stijl, zoals je die ook hoort in restaurants in Boedapest, maar dan met een emotionele lading die vele graden dieper lag. Soms legden ze er een jazzy laagje overheen dat de muziek op een prettige manier kruidde. Het was een gedenkwaardige avond in het twaalfde Gipsyfestival. Allereerst door de aanwezigheid van kunstenaar/schrijver Armando en schrijver/filmmaker Cherry Duyns, die op uitnodiging van Nello Mirando teksten voordroegen uit het allerlaatste programma van Herenleed, tien jaar geleden. De dialogen, met hun dromerig-humoristische gedachtenspinsels en onvoorspelbare wendingen die scharnierden op potische woordspelingen, resoneerden mooi met de weemoedige geest die door de muziek waaide. Nello Mirando speelde met een opvallende, zoekende fijngevoeligheid, maar bood ook klarinettist Jaap Moll en cimbalom-speler Giani Lincan volop ruimte om te soleren. Merkwaardig genoeg reageerde het publiek vrij koel op de bijzondere combinatie.
De avond kreeg echter een dramatische wending toen Nello zelf na de pauze aankondigde niet verder door te kunnen spelen vanwege een aandoening die het gevoel in zijn linkerhand aantast. Familieleden van hem kwamen het podium op om hem te vervangen – zijn vader op piano, een neefje op viool. Het schudde de zaal wakker, en de muzikanten kregen de bijval die ze verdienden.
Vergeleken hiermee kabbelde de zondagmiddag, het zwaartepunt van het Gipsyfestival, vredig voort. Net als bij vorige edities was de sfeer gemoedelijk, de technische beheersing van de muzikanten uitstekend, en het geboden repertoire wisselend van kwaliteit. Prettigste verrassing was Orkestar Cerain, een Servische snarenband die het programma mocht openen. Hart van de groep was een cluster van tamburica’s, tokkelinstrumenten die de muziek een helder pinkelend karakter gaven. De groep paarde vaart aan lichtheid. Dit was muziek om een frisse lentebries mee te begeleiden. Aan het andere uiterste van mijn persoonlijke waarderingsschaal stonden Dotschy Reinhardt en GiGa Orchestra. Zangeres Reinhardt, familie van de grondlegger van de gipsyswing, bracht een set van lauwe jazz-standards waar kraak noch smaak aan was. Met zijn topzware bezetting was GiGa Orchestra niet veel sterker. Het bestond uit het huidige Flairck, opgetuigd met muzikanten die een rol gespeeld hebben in de geschiedenis van de groep, waaronder de Basilys – ooit buren van gitarist Erik Visser, en regelmatige gasten op het festival. Met vijf gitaren (waaronder die van de Nederlandse flamencospecialist Eric Vaarzon Morel) en drie violen klonk de muziek vaak massief als een orkest, maar van finesse was nauwelijks sprake. Dit was een Flairck bigband die Flairck repertoire speelde, zwaar aangezet en compleet met de onvermijdelijke panfluit. In de dertig jaar dat het merk Flairck bestaat, is het niet ingrijpend veranderd, afgezien van de personele invulling. Er zijn waarschijnlijk mensen te over die er geen genoeg van kunnen krijgen. Mij klonk het allemaal niet fris in de oren. Dat werd er niet beter op door de inbreng van Luluk Purwanto, die de muziek met haar zang te pas en te onpas een lome draai gaf die niet had misstaan in de landerige lounge van een karakterloos hotel.
Ook op de Clejani Express (qua leeftijd en muziek de opvolgers van de Taraf de Hadouks, zie NFS 116) was wel het een en ander af te dingen. Geprogrammeerd als afsluitend vuurwerk speelden ze in een voortvarend tempo. Het was vermakelijk, al werd er nauwelijks op gedanst, maar onveranderlijk rechttoe-rechtaan zonder al te veel diepgang. Er klonken eerder soepel draaiende cilinders in door dan vlammende bezieling. Dan violist Tcha Limberger en zijn Budapest Gypsy Orchestra. Limberger wil met dit orkest de Hongaarse zigeunermuziek van begin twintigste eeuw nieuw leven inblazen. Vooral in de instrumentale stukken, die verwant waren aan het repertoire dat het ensemble van Nello Mirando speelde, ging de muzikanten er flink tegenaan, met Limberger als fenomenale, flonkerende voorman. Prachtige zigeunermuziek, om Lalla Weiss nog maar eens te citeren. Fijn dat over die benaming in ieder geval geen misverstand kan ontstaan. Maar je gaat je wel afvragen in hoeverre het festival nog muzikaal verrassende muziek te bieden zal hebben. Het is gezellig. Technisch is het allemaal erg knap. Maar teveel van de geprogrammeerde bands zijn weinig meer dan een herhaling op een paar onderhand overbekende thema’s.

datum: 12 juni 2008