INTERNATIONAL GIPSY FESTIVAL 2007

INTERNATIONAL GIPSY FESTIVAL, Interpolistuin Tilburg, 28 mei 2007

Het Tilburgse Gipsy Festival blijft een van de meest charmante culturele evenmenten in het land. Erg groot is het niet met vijfentwintighonderd bezoekers, maar de sfeer is uitgesproken ontspannen.

Veel bezoekers uit de vaderlandse Sinti- en Roma-gemeenschappen, altijd wel een flink aantal mensen die even hardnekkige als vergeefse pogingen doen zich als ‘gipsy’ te verkleden en te gedragen en verder vooral liefhebbers die hunkeren naar een gelegenheid om te bewegen op de muziek. Dit jaar werd er niet zoveel gedanst als in voorgaande jaren. Dat de sfeer minder uitbundig was, zal ongetwijfeld een gevolg geweest zijn van de kille temperatuur. Verkopers van broodjes warme hap deden zulke goede zaken dat ze ruim voor de afloop van het festival door hun voorraad heen waren.
Veel van de optredende groepen waren vooral sterk in het creren van een gezellige sfeer, zoals Cilagos, een Tsjechisch gezelschap met vijf zangeressen op een rijtje. Met zijn allen brachten ze een opgewekt zwieren en zwaaien repertoire, waarin het geen probleem was als er eens een nootje niet helemaal lekker uit kwam. Het bracht de mensen die in groepen het terrein op stroomden meteen in de juiste stemming, al werden de liedjes te snel onderling inwisselbaar. Er waren verschillende groepen die een versie van gipsyswing speelden. Het Franse niet-gipsy trio Les Doigts de l’Homme gebruikte de stijl als startpunt voor omzwervingen in uiteenlopende richtingen. Vooral als ze zich verder van de oorsprong verwijderden, bijvoorbeeld in stukken waarin de trefzekere gitarist Olivier Kikteff de banjo ter hand nam en zich met reuzestappen de bluegrass in repte, werd de muziek op een plezierige manier onvoorspelbaar. De woordspeling in de naam (die mensenrechten en menselijke vingers met elkaar vervlocht) kwam op het podium terug in een merkwaardig gevoel voor humor dat de muzikale inhoud soms in de weg zat. Ook de groep rond de gebroeders Basily deed met vijf gitaristen aan gipsyswing, en net als bij de Franse gadjo’s was het spel technisch van hoge kwaliteit, maar het was Tucsi Basily die op zijn viool de show stal.
De acts op het grote podium waren niet allemaal even sterk. Saxofonist Tony Lakatos met zijn Gipsy Colours, waarin Mnika Rosts op het laatste moment rijzende ster gi Szalki verving, bracht een mix van Hongaarse muziek, Balkan gipsy en jazz. Allemaal goede musici, met name drummer Andrs Lakatos, maar een overdaad aan solo’s en het jazz-idioom haalden de vaart en de pit uit het optreden. Rosts bleek een prima vervanger, en de toevoeging van de sublieme Ferenc Sntberger als gastgitarist pakte eveneens goed uit. Het Roemeense ensemble Lincan bracht een breed repertoire dat zich uitstrekte van stukken die deden denken aan een wat verwaterde Taraf de Hadouks tot het lichte genre uit eigen land, dat met veel vertoon van vibrato gezongen werd, en zelfs een versie van Khatchaturians Sabeldans. Dat laatste, meteen ook het leukste nummer van het optreden, bracht het publiek eindelijk aan het dansen. Merkwaardig was het aandeel van een eenzame trompettist die vrijwel het hele concert onverrichterzake op een stoeltje midden op het podium zat. Een kortstondig moment zette hij het instrument aan zijn lippen, maar toen brak in de muziek onmiddellijk de zon door.
Hoogtepunt was wat mij betreft het afgewogen optreden van Thierry Robin, die subtiel begon op bouzouki. Ook bij hem een glansrol van de slagwerker, Z Luis Nascimento. Aanvankelijk was het te fijnzinnig voor de gelegenheid. Het publiek praatte dwars door de muziek heen, en een optreden van Romeny Jag op een ander podium met veel te hard dreunende bassen was een hoogst irritante stoorzender. Maar toen flamencozanger Jos Montealegre zijn mond opentrok, verstomden de gesprekken ogenblikkelijk en was de aandacht van het publiek helemaal gevangen. Door verplichtingen bij het Brabants Dagblad kon ik helaas het afsluitende optreden van Fanfare Ciocarlia met Ljiljana Buttler niet meer meemaken. Naar verluidt moet dit een topper geweest zijn die de mensen definitief in beweging zette.
De sfeer was zoals altijd zeer genoeglijk, op een korte ruzie na waarbij enkele vrouwen elkaar het stof uit de kleren klopten met paraplu’s. Een manco is wel dat echte verrassingen uitbleven. Hoewel verschillende groepen kijkjes namen buiten de grenzen van het doorsnee gipsy-repertoire, kreeg je toch het gevoel dat het festival op muzikaal gebied tegen de grenzen van de stijlen opbotste en weinig nieuwe horizonten te bieden had.

datum: 5 juni 2007